Dansen om het einde te vieren

Jos Timmers is hoofdredacteur van de GPD. Deze persdienst voor regionale kranten wordt opgeheven. Timmers neemt afscheid van collega’s en doet op 31 december het licht uit. ‘De spanningen van de voorbije maanden beginnen hun tol te eisen.’

den haag jos timmers gpd voor hollands dagboek foto rien zilvold

Donderdag 13 december

‘GPD, nog 19 dagen’. Op Twitter tel ik af naar 31 december 2012, de dag dat de GPD, het ‘persbureau’ van de regionale kranten, na 76 jaar ophoudt te bestaan. Over 19 dagen staan tientallen journalisten, en dus ook ik als hoofdredacteur, op straat.

In alle vroegte rijd ik naar de redactieruimte in Rijswijk, die elke dag leger wordt omdat collega’s vakantiedagen opmaken. Alle verslaggevers en eindredacteuren die er nog zijn, praten mee in het dagelijkse nieuwsoverleg waar we bepalen welke reportages we nog kunnen maken. Daarna eist de opheffing van de GPD weer mijn aandacht. En daar zijn ook vrolijke klussen bij.

Met directeur Luut Stallinga en supersecretaresse Henny Engberts neem ik de details door van het personeelsfeest. Want naast onbegrip en verdriet is er ook trots op wat de GPD in 76 jaar heeft bereikt en dat gaan we morgenavond vieren!

In de middag afspraken buiten de deur en zoals zo vaak verhuist het kantoor mee naar de auto: zodra ik rijd, begint de telefoon te rinkelen. Een van de bellers is Ans Bouwmans, chef van de economieredactie. Ze heeft een nieuwe baan, buiten de journalistiek. Ik ben blij voor haar, zoals ik blij ben voor alle collega’s die ander werk vinden. Tegelijkertijd knaagt het, als ik zie hoeveel waardevolle kennis en ervaring verloren gaat voor ons vak. Onderweg naar huis is de accu van de telefoon weer eens leeg. Dat rijdt wel zo rustig.

Vrijdag

We staan in het restaurant op de 42e (!) verdieping van de Haagsche Toren. De Hofstad, waar we een mensenleven waren gevestigd, ligt aan onze voeten. Wat een plek om het afscheid te vieren van de GPD en wat een geweldig feest! Het mooiste compliment komt kort voor middernacht. Een ex-collega zegt dat hij vooraf bang was op het feest vooral onzekere en verdrietige mensen tegen te komen. In plaats daarvan heeft hij gegeten, gedronken en gedanst met GPD’ers die over twee weken zelfverzekerd de confrontatie aangaan met hun onzekere toekomst. Is daarmee alle boosheid en onbegrip verdwenen? Nee, natuurlijk niet. Maar kennelijk hebben wij met cursussen en workshops mensen behoorlijk kunnen voorbereiden op hun status als ‘werkzoekende’ vanaf 1 januari.

Als tegen half twee de laatste collega’s vertrekken, besluit ik niet mee te gaan stappen. Ik heb dringend behoefte aan stilte en rust. Bij thuiskomst in Oegstgeest staat midden in de kamer een door Dora en Joshua schitterend opgetuigde kerstboom: prachtig teken van liefde, hoop en vertrouwen.

Zaterdag

In de mail, via sms en op Twitter en Facebook veel enthousiaste reacties op het feest van gisteravond. Veel tijd om er bij stil te staan is er niet: ik heb weekeinddienst. Contact met collega’s over de onderwerpen voor de krant van maandag. Daarna snel inkopen doen en het huis opruimen, voordat vrienden en hun kinderen komen eten. Het wordt een heel genoeglijke avond, maar waarom kozen we ook al weer voor kaasfondue? Ik heb laat op de avond bijkans een beitel nodig om de vastgekoekte kaasresten uit de pannen los te bikken.

Zondag

Op mijn werkkamer worden de stapels ‘nog te lezen’ kranten, tijdschriften en boeken vandaag weer iets hoger. „Dat is voor in januari”, hoor ik mijzelf al weken zeggen. We zullen wel zien. In de ochtenduren zorg ik dat ik helemaal bij ben met het nieuws en verander ik nog iets aan de agenda’s. Ook al bestaat de GPD nog maar veertien dagen: de kranten kunnen tot het laatste moment op ons rekenen. Voor sommige collega’s zijn dit bovendien hun laatste dagen als journalist. Die laten ze zich door niemand afpakken. De rest van het werk laat ik hierna met een gerust hart over aan de weekeindredacteuren. In de middag even op familiebezoek in Wijchen; ’s avonds bijpraten met mijn zus die in Canada woont.

Maandag

Het einde van de GPD komt nu onmiskenbaar naderbij. Tussen hun andere werkzaamheden door beginnen collega’s hun kasten leeg te ruimen. De komende dagen zullen de oudpapierbakken vaak geleegd moeten worden. Een groot deel van de dag besteed ik aan het schrijven van brieven aan de redacties van de aangesloten kranten die eindigen met: ‘Wij hebben het een eer gevonden om te mogen schrijven voor zoveel lezers van jullie krant. Het was niet onze keus er mee op te houden, maar wij hebben de strijd uiteindelijk verloren. Ik hoop dat jullie er wel in slagen de krant overeind te houden’. Bij de brieven stop ik een exemplaar van ons knaloranje afscheidsboek met anekdotes en herinneringen aan tientallen jaren GPD. Wat bij het teruglezen opvalt is de dankbaarheid van veel collega’s voor de kansen die ze hebben gekregen om mee te spelen in de eredivisie van de dagbladjournalistiek. ’s Avonds de wekelijkse tennisles. Doordat mijn vaste trainingspartners er niet zijn, krijg ik na een korte regenpauze – we spelen op een buitenbaan – privéles van Menno.

Dinsdag

Met Ans Bouwmans en Frits Bloemendaal (chef politiek) op uitnodiging van de hoofdredactie van de regionale HDC-kranten naar Alkmaar voor een afscheidslunch. Een mooi gebaar van de collega’s die zich tot op het laatst hebben ingespannen om de GPD overeind te houden. We hebben niet veel woorden nodig om onze wederzijdse waardering te uiten. Daarna doen we een uurtje volop mee aan het onder veel journalisten meeste geliefde gezelschapsspel van dit moment: nu zowel Wegener als de noordelijke dagbladen te koop staan speculeren over de vraag wie wanneer welke krant koopt. Niemand weet het antwoord. Aan het begin van de avond nog een dringend mailtje beantwoorden en daarna ben ik op. De spanningen van de voorbije maanden beginnen hun tol te eisen.

Woensdag

Een wand van mijn kantoor is behangen met honderden pagina’s uit ‘onze’ kranten, allemaal bijdragen van GPD-verslaggevers in binnen- en buitenland. Als ik deze wall of fame vanmorgen nog eens bekijk, kan ik een gevoel van trots niet onderdrukken. Wat een prachtige artikelen zijn er geschreven, ook toen al duidelijk was dat de GPD zou worden opgeheven. Ik heb groot respect voor de ‘GPD’ers van het laatste uur’ en ik ben niet de enige, zo blijkt uit talrijke mailtjes van collega’s bij de kranten.

Aan het eind van de middag een bijzonder afscheid. Meer dan 36 jaar geleden ontmoetten Dick Hofland en ik elkaar voor het eerst op de redactie van het allang verdwenen dagblad Het Binnenhof. Vervolgens werkten we allebei bij de Pers Unie (ook opgeheven) en daarna bij de GPD. Vandaag scheiden onze journalistieke wegen zich. De ferme handdruk zegt meer dan duizend woorden.

Donderdag 20 december

Frits Bloemendaal meldt dat Tweede Kamervoorzitter Van Miltenburg vannacht bij het begin van het kerstreces de opheffing van de GPD zal memoreren. Mooi gebaar. Dat wij niet langer zullen schrijven over interpellaties, spoeddebatten en politieke crises leidde al tot een attent afscheidsmailtje van een eerste fractie, de PVV. Voor ik zelf ook met kerstreces ga, ruim ik zoveel mogelijk rommel op in mijn kantoor, gooi ik tientallen mailtjes weg en zie ik dat mijn agenda voor januari nog vrijwel leeg is: tijd voor nieuwe uitdagingen. Kort na middernacht twitter ik mijn dertigste aftel-tweet: ‘GPD, nog 11 dagen...’.

    • Jos Timmers