Dagboek van een pinguïn

Ken je de keizerspinguïn? Vast wel als je de animatiefilms Happy Feet en Happy Feet 2 hebt gezien. In het echt was er al best veel bekend over deze vogel, maar nog lang niet alles. Wetenschappers uit Japan en Amerika hebben bij 14 volwassen keizerspinguïns een klein apparaatje aan de rugveren geplakt met stevige tape en dunne staaldraad. Die apparaatjes zijn er pas sinds kort. Ze kunnen elke 4 seconden meten hoe warm de pinguïns zijn, hoe snel ze bewegen, hoe diep ze duiken, of ze ronddraaien of niet. En dat weken achter elkaar. De wetenschappers wilden meer te weten komen over de keizerspinguïn en wat hij doet als hij op zoek gaat naar voedsel, voor hemzelf en zijn jong.

Eerst gaan de pinguïns naar de rand van het ijs. Daar staan ze 3 tot soms wel 38 uur te wachten. Waarschijnlijk wachten ze tot ze met genoeg pinguïns zijn, om dan met heel veel tegelijk in het water te duiken. Zo verwarren ze dieren die op hen jagen, bijvoorbeeld de zeeluipaard. Eenmaal in het water duiken de pinguïns naar vissen, inktvisjes, garnaaltjes. Een duik duurt wel 2 uur, soms zelfs 5 uur. Ze kunnen wel 500 meter diep duiken – dat zijn vijf Domtorens boven elkaar. Soms komen ze even boven water om uit te rusten en adem te halen. Dat duurt een tot twee minuten. Dan duiken ze weer. Na zo’n duiksessie rusten ze wat langer uit, op een ijsschots. Dat kan makkelijk een paar uur duren. Zo gaat het door, dag en nacht. In totaal blijven de pinguïns zo’n twee weken weg. De meeste pinguïns wogen ongeveer 24 kilo toen ze weg gingen. Toen ze weer terugkwamen waren ze 2 tot 3 kilo zwaarder, lekker volgegeten. Een deel van het eten braken ze weer op, dat is voor het opgroeiende kuiken.

De wetenschappers maken zich een beetje zorgen. Omdat de aarde heel langzaam opwarmt. Ze zijn bang dat de ijsschotsen op de Zuidpool misschien gaan smelten. Als dat zo doorgaat hebben de pinguïns straks te weinig ijsschotsen om uit te rusten tijdens hun zoektocht naar voedsel. Dan komen ze boven na een duik en hebben ze niks om op te klimmen. Dan gaan ze misschien wel dood van vermoeidheid.

Marcel aan de Brugh