Aaien, niet slaan

Zoro Feigl is een jonge kunstenaar, die dit jaar wereldwijd werd uitgenodigd om werk te tonen of te maken, van Bulgarije tot Beijing.

Nederland, Amsterdam, 22 april 2012, , Zoro Feigl, beeldend kunstenaar, staal, ijzer, werkplaats, glazen bol, jonge kunstenaar, analoog, kleurenfilm Foto Bart Koetsier/HH Bart Koetsier/Hollandse Hoogte

Ik kreeg net een e-mail met de vraag hoe ik het vond om jonge kunstenaars te inspireren. Dat vond ik vrij idioot. Hou toch op, ik ben 28!”

„Mensen snappen vaak niet waarom wat ik maak kunst is, of waarom iemand daarvoor zou willen betalen. Dat is ook moeilijk uit te leggen. Soms snap ik er zelf ook geen zak van.

„Mijn werken zijn vaak groot en luidruchtige machines die niks maken. Meestal gaan ze over esthetische bewegingen. Ik houd van natuurkundige principes, maar niet om ermee te rekenen. Ik vogel een beetje uit welke variabelen van invloed zijn en ja, daarbij blaas ik weleens een motortje op. Dat is niet zo erg: ik doe soms onverwachte ontdekkingen, omdat er iets onverwachts gebeurt. En dat vind ik retespannend. Vaak wordt het werk er beter van.

„Ik ben uit op de manifestatie van kracht. Denk ik. Ik wil dat je iets moois ziet, iets esthetisch. Maar ik wil je ook beangstigen. Wat ik maak, is op zichzelf niet mooi. Wat ik maak zet dat mooie in gang, bij jou. Jij moet door mijn werk de schoonheid van iets simpels zien, en ook het geweld dat daar aan te pas komt.

„Voor mij is een werk gelukt als ik me erop betrap dat ik in eerste instantie een stap achteruit zet. Als ik tien minuten naar mijn werk kan kijken, als ik denk, shit, ik wil blíjven kijken, dan is het goed.

„Ik kom uit een kunstenaarsnest, ik ken niemand die een normale zinnige baan heeft. Mijn vader was de kunstenaar Franz Feigl. Ik heb niet het gevoel dat ik in zijn voetsporen treed, dan had ik nu avant-gardistische internetkunst moeten maken. Ik heb hem niet heel goed gekend, als kind vond ik hem een beetje eng. Jammer, het was leuk geweest, vooral nu. Franz was constant bezig met bouwen, en zijn robotachtige dingen vond ik mooi. Hij was zijn tijd vooruit, en hij werd niet erg begrepen. Toen ik 16 was, stierf hij. Ik lijkt uiterlijk op hem, dat vind ik leuk. Hij ging op een rationele manier om met emoties en ook daarin lijk ik op hem. Ik ben af en toe vervelend rationeel.

„Mijn kunstwerken noem ik nogal eens ‘de kinderen’. Ik maak me regelmatig zorgen over hun gezondheid. Soms hebben ze een eigen willetje. Voor hen ben ik vastberaden. Ik moet dit kunnen, ik moet dit doen. Het moet.”

22 maart, Amsterdam

„Drie dagen geleden kreeg ik het bericht dat ik als artist in residence naar Beijing mag. Ik was benaderd door iemand van het Mondriaan Fonds: zou jij niet naar China willen? Ja, natuurlijk, schreef ik terug.

„China is geen logische keuze. Uit mezelf zou ik eerder naar Siberië gegaan zijn. Kouwe narigheid trekt me.

„Ik werk aan een project in Dordrecht. Een ondernemer en zijn vrouw, kunstliefhebbers en verzamelaars, richten een museum in op een enorme scheepswerf aan de Maas: DordtYart. Ik maak zeven bollen die als lenzen schaduwen in hout branden onder invloed van de zon en de beweging van de aarde. Ze bedienen zich van de meest alledaagse beweging die er bestaat: voor niks gaat de zon op. Voor de bollen gebruik ik plastic weggooi-bierfusten.

„Ik doe nu testjes. De brandpuntsafstand moet overal gelijk zijn, het hout moet meebuigen met de curve van de lens. Het gaat goed, te goed. Met die felle lentezon moet ik steeds vlammen blussen.”

20 april, Dordrecht

„Ik heb mijn brandbollen Pyranography genoemd, naar een instrument dat vastlegt hoeveel zonneschijn er is. Ze staan bij DordtYart op een perfecte plek, aan de oever van de Maas. De mensen willen ze aanraken. Dat mag altijd van mij, maar wel met beleid. Aaien, niet slaan.

„En ik ben bezig voor een expositie in Bulgarije. Op 12 mei is de opening. Het is een neongroen werk: een reep kunststof waarmee kabels worden beschermd die in de grond worden gestopt. Ik kreeg 120 meter van mannen die bij mij voor de deur aan het werk waren. Een machientje trekt dat materiaal in kronkels over de grond. Soms is het een meanderende rivier die constant zijn pad verlegt. Soms is het een zak groene dropveters waar je maar van door zit te eten. En het is ook een beestje dat constant probeert de weg naar het einde te zoeken en niet merkt dat hij achter zichzelf aanrent. Wat hij aan de ene kant opeet, poept hij aan de andere kant weer uit.

11 mei, Sofia, Bulgarije, per skype

„Dat groene ding, het heet nu A long and winding road to nowhere in particular, raakte steeds oververhit. Ik begon ’m een beetje te knijpen. Vanmorgen ontdekte ik gelukkig waar het aan lag, het was heel simpel. De galerie betaalt mijn reis, verblijf en wat bier. Tot mijn verbazing blijven ze zeggen: natuurlijk gaan we je werk verkopen. Wat ik maak vinden ze dus goed, maar ze hebben weinig keus: ze hebben me uitgenodigd.’’

14 mei, Amsterdam, net terug uit Sofia

„Het ging hartstikke goed, er werd superenthousiast gereageerd. Er waren wel 200 man. De kunstwereld, ook de oudere generatie. Verzamelaars. Handelaren. Fransen, Oostenrijkers, een paar Engelsen. De Nederlandse ambassade had gebeld: we kregen een uitnodiging, maar is dat wel een Nederlander, met die naam? ‘Volgens mij wel’, zei de galeriehouder. ‘Hij spreekt Nederlands en zijn haar is slecht geknipt, dus het is een echte Nederlander.’ De ambassadeur kwam, een vriendelijke man. Hij verontschuldigde zich dat de ambassade geen geld meer heeft voor kunst en cultuur. Maar de volgende keer kon hij wel een leuke borrel organiseren, want dat is representatie. Een Franse verzamelaar had serieus interesse. Het zou fijn zijn als het verkocht wordt, maar anders neem ik het weer lekker mee naar huis.

„Voor de brandbollen heb ik een aantal verzoeken gekregen, maar ik heb besloten dat ik die niet per stuk verkoop. Ze mogen geen leuk tuinobject worden. In DordtYart willen ze ze niet kopen, maar wel leasen.”

4 juni, Amsterdam

„Ik kreeg een sms’je uit Dordrecht: ‘je bollen staan in de fik, moeten we er wat aan doen?’ Ik zat in de auto, ik belde 20 minuten later terug. Zeiden ze, nee, het is nu al te laat. Ik maak nieuwe. Met glas.

„Ik ga bijna naar China. Ik neem pen en papier mee, verder niks. Ik houd enorm van gereedschap, ik kan het eindeloos verzamelen. Maar in principe kan alles met niks. China is griezelig. Ik kan er niks lezen. Ik ben dan een analfabeet. Dat voelt heel irreëel.”

14 juli, Beijing, per skype

„Mijn studio is op een superromantische plek, iets uit een kung fu-film: aan een hofje met kleine raampjes. Overal potten met goudvissen en leliebladeren. Fantastisch, maar ik kan er niet werken. Ik ben maar bij de fietsenmaker gaan zitten, iets verderop.

„Ik kwam hier met mijn kleren en mijn hoge hoed, zoals ik die altijd draag. In Nederland geeft dat me de vrijheid van de dorpsgek. Maar hier ben ik een buitenlander. ‘Je valt toch al op’, zeiden ze tegen me. ‘Om er ook nog als een idioot bij te lopen, is alleen maar ingewikkeld.’ Dus daar ben ik mee gestopt.

„Vanmorgen zag ik in het park mannen spelen met iets tussen tol en diabolo in, en met een fluitje. Zij probeerden me te leren hoe zo’n ding werkt, het was verdomd ingewikkeld. Ze binden die fluitjes ook aan de staarten van tamme duiven.

„De wereld is klein. Ik kwam een jongen tegen die ik uit Istanbul ken, ik ga een project met hem doen voor de Beijing Design Week.”

20 augustus, Beijing, per skype

„Ik deed mee aan een nationaal vliegerfestival, met een clustertje vliegers. Ik werk aan vliegertjes die zich gedragen als een groep vogels. Of als een zwerm muggen, dat zou nog mooier zijn. Ik heb hier voor het eerst van mijn leven vuurvliegjes gezien. Dat zijn eigenlijk heel kleine vliegers met lampjes, zo iets wil ik maken.

„Maar er is iets anders. In Nederland zijn er twee sterfgevallen in mijn familie. Ik moet er eigenlijk zijn, maar hoe doe ik dat? Ik kan niet weg. En ik zou mijn familie zo graag even knuffelen.”

2 oktober, Beijing, per skype

„Die zwerm vliegertjes lukt nu, ze raken niet meer in de knoop. Ze heten de Baby Kites.

„Er staat ineens weer van alles op de agenda. Naar Brescia in februari, en van de zomer naar Berlijn. Ik wil boven een plein in Berlijn een enorm bewegend net spannen. Ik doe hier proeven met een doek en kralen.

„Ik ben bezig met een expositie, ’s nachts op straat: SaYiZheng. In galeries lukt hier niks, we gaan het gewoon zelf doen. We zijn met zijn negenen, het merendeel is Chinees. Het initiatief is van mij en Tianji, mijn steun, toeverlaat en tolk. Ja, ze is ook mijn vriendin. Dat is al een tijdje gaande, hoor, maar ik vond het niet professioneel om aan jou te vertellen. Nee, met die lieve vliegertjes heeft dat niets te maken – het maken van een werk loopt altijd achter de feiten aan.

„Trouwens, ik wilde een experimentje met benzine doen, maar je kunt tijdelijk geen benzine kopen als je geen auto hebt om het in te stoppen. Dat komt door het Grote Partijcongres: ze zijn bang dat mensen zichzelf in de fik steken.”

26 november, Beijing, per skype

„SaYiZheng was een hectische avond, maar we kregen veel goeie reacties. En de Chinese twitter stond ook niet stil. Uiteindelijk waren we met 22 kunstenaars, voor de helft buitenlanders. Er kwam een man of 150 op af, veel meer dan ik had durven hopen. Toen we tegen 8 uur begonnen met installeren, wandelde er al publiek door de donkere straatjes en stegen. Een oudere kunstenaar stond op zijn benen te trillen van enthousiasme. Hij vertelde dat hij en zijn vrienden ten tijde van de culturele revolutie ook een straatexpositie hadden georganiseerd. Die zijn toen allemaal opgepakt.

„Begin december heb ik een performance, met een popcornmachine – die machine pompt de ruimte vol met spiraal-achtige brandweerslangen van popcorn. Je steekt het in je mond en dan is het weer wat het was: eten. Eind december ga ik weer naar Amsterdam, maar ik zal hier terugkomen. Voor Tianji. En voor mijn werk: in maart organiseer ik een tweede aflevering van SaYiZheng. Maar ik kom ook terug voor mijzelf: in Nederland wil ik groot en gewelddadig, hier lukt het me om kleiner en geconcentreerder te werken.

„Ik heb nog iets aan jou te vertellen. Ik kreeg een e-mail: ik ben genomineerd voor een kunstprijs. Ik ben heel blij. Maar eerst moeten we nog Sinterklaas vieren. Ik wil wel even surprises doen. De hoofdpiet van Amsterdam is een goeie vriend van mij en die is nu hier in China. Er zijn nog wel wat Nederlanders die we kunnen strikken.”

    • Joyce Roodnat