'Wraken rechters ontmoedigen met boete'

Als een wrakingsverzoek wordt afgewezen, moet de wrakingsrechter een boete kunnen opleggen aan de wraker. Met die maatregel kunnen oneigenlijke wrakingen ontmoedigd worden.

Dat stellen onderzoekers van de Universiteit Utrecht en de Roosevelt Academy in een onderzoek in opdracht van de Raad voor de rechtspraak. Het aantal wrakingen is sterk toegenomen de laatste jaren. Omdat de meeste wrakingen worden afgewezen, vindt de raad dat dit „vaak” leidt tot „onnodige vertraging” in rechtszaken.

In 2007 werd 248 keer geprobeerd een rechtbank te laten vervangen, omdat die de schijn van partijdigheid zou hebben gewekt. In 2011 gebeurde dat al 557 keer, op een totaal van 1,8 miljoen rechtszaken. De poging tot wraking slaagde in dat jaar 36 keer. Een wraking wordt toegewezen als de wraker goede redenen heeft te denken dat de rechter niet onpartijdig is.

De onderzoekers adviseren collega’s van een hogere rechtbank te laten oordelen over wrakingsverzoeken, zoals dat in veel omringende landen gebeurt. In Nederland oordelen nu nog rechters van dezelfde rechtbank over een wraking.

In België, Frankrijk en Spanje kan oneigenlijk gebruik van wraking al tot boetes leiden. In Zwitserland moet de wraker de kosten van de procedure betalen als blijkt dat het middel oneigenlijk is gebruikt. Volgens de onderzoekers is daarvan bijvoorbeeld sprake als de wraking gaat over een onwelgevallig inhoudelijk besluit van een rechtbank.

In het proces tegen PVV-politicus Wilders heeft hij drie keer zijn rechters gewraakt. Eén van die pogingen slaagde. Voorzitter E. van den Emster van de Raad voor de rechtspraak vindt dat het rapport „goede bouwstenen” bevat voor de discussie.