VN: einde van regime in Syrië is nog niet in zicht

De oorlog in Syrië is in zijn tweede jaar sektarisch van aard geworden.

Amsterdam. Rebellen zijn het afgelopen jaar ver opgerukt in Syrië. Maar het einde van de oorlog is niet in zicht, zei VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon deze week op een persconferentie in New York. Zijn uitspraak werd gisteren feitelijk onderbouwd in een nieuw VN-rapport. In het noorden en midden van het land hebben rebellen weliswaar grote gebieden in handen. Maar het regeringsleger controleert het zuiden, waar opstandelingen slecht georganiseerd en bewapend zijn. In en rond de miljoenensteden Aleppo en Damascus is het geweld „dramatisch geëscaleerd”, maar regeringstroepen zitten in de stadscentra verankerd.

Het rapport bestrijkt de periode 28 september tot 16 december, en is gebaseerd op gesprekken met 100 strijders en burgers. De commissie signaleert naast onverminderde mensenrechtenschendingen, als trends toename van het aantal gewapende groepen aan beide zijden, en groeiende sektarische tegenstellingen.

Het regime-Assad heeft zich steeds ingespannen de etnische en religieuze minderheden – alawieten, christenen, druzen, Koerden, samen zo’n 30 procent van de 26 miljoen inwoners – aan zijn zijde te houden met waarschuwingen dat de sunnitische meerderheid hen zal afslachten. De oppositie heeft dat gevaar altijd ontkend en gezegd dat zij er ook voor alle minderheden is. Maar volgens de commissie is het conflict in zijn tweede jaar wel degelijk „openlijk sektarisch van aard geworden”. NRC