Verzet Utrecht tegen asbestboete

Gedeputeerde Bart Krol (ruimtelijke ontwikkeling, CDA) heeft een nachtelijk spoeddebat in Provinciale Staten van Utrecht over een mislukte asbestsanering in het oude provinciehuis overleefd. Een motie van wantrouwen van de PVV kreeg onvoldoende steun.

Vorige week bepaalde de rechter dat de provincie verantwoordelijk is voor de gebrekkige sanering van het oude provinciehuis. Nadat het pand in 2010 was verkocht, werden er nog grote brokken asbest van de gevaarlijkste soort in gevonden. Afgesproken was dat de provincie het asbest zou hebben verwijderd. Van de rechter moet de provincie het asbest alsnog weghalen en 66.000 euro boete per dag betalen aan projectontwikkelaar De Waal, koper van het pand, die het nog niet kan gebruiken. De hoogte van die boete, voor vertraagde oplevering, was opgenomen in het koopcontract.

Gedeputeerde Krol noemde de uitspraak van de rechter „discutabel”, „onbillijk” en „verbazingwekkend”, en de boete „onverteerbaar”. Hij maakte bekend dat de provincie volgende week vrijdag opnieuw met De Waal voor de rechter staat om het boetebedrag te laten toetsen. Daarnaast heeft de provincie een bodemprocedure én hoger beroep aangespannen. Gedeputeerde Staten vindt dat het provinciehuis volgens de overeenkomst met de koper is opgeleverd.

Waarop het totale boetebedrag dreigt uit te komen, bleef in de Statenvergadering onduidelijk. Statenlid Ad Meijer (SP) schatte de schade op 8 miljoen euro. Ook andere partijen spreken van „miljoenen”.

Gedeputeerde Krol, die het contract met De Waal afsloot, wilde niet ingaan op bedragen. Hij erkende dat het dossier hem zwaar op de maag ligt. „Het gaat om heel veel geld dat van onze belastingbetaler is en van hem moet blijven.” Politieke verantwoordelijkheid voor de gemaakte fouten wees hij echter van de hand.

Krol kon gisteren niet verklaren waardoor het asbest na de overdracht van het oude provinciehuis kon vrijkomen. Hij sprak spijt uit dat medewerkers van de provincie mogelijk gezondheidsrisico’s hebben gelopen door in besmette ruimtes te werken.

PVV-fractievoorzitter René Dercksen noemde de asbestaffaire een „ongelofelijke puinhoop”. De motie van wantrouwen tegen Krol die zijn partij tegen middernacht indiende, kreeg echter alleen steun van de SP. Verschillende partijen gaven aan dat ze pas oordelen over de gedeputeerde als de rechterlijke procedures zijn afgerond. Krol: „Als ik ook maar een seconde had getwijfeld aan mijn eigen oprechtheid, was ik zelf met de mededeling gekomen dat ik ermee zou stoppen.”

    • Enzo van Steenbergen