V-raad kiest voor ingrijpen in Mali

De Veiligheidsraad gaf vannacht zijn fiat aan een interventie. Maar die laat nog zeker een jaar op zich wachten. Eerst moet het leger worden getraind.

In hoofdstad Bamako gaan mensen de straat op om internationaal ingrijpen in Mali te steunen. Foto AP

Een buitenlandse interventie om Noord-Mali op moslim-extremisten te heroveren is noodzakelijk, maar niet ophanden. De VN-Veiligheidsraad gaf afgelopen nacht zijn fiat voor een interventiemacht maar stelde zo veel voorwaarden dat het nog een jaar kan duren alvorens de militairen voet aan de grond zetten in Mali. De resolutie lijkt vooral bedoeld om druk te zetten op de Malinese regering en het leger om politiek gezien orde op zaken te stellen.

De resolutie stelt een aantal voorwaarden aan de interventie, zoals stappen om op korte termijn verkiezingen te houden, training van het Malinese leger en onderhandelingen met de opstandelingen in het noorden. VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon dient voor de interventiemacht kan afreizen de Veiligheidsraad in te lichten over de haalbaarheid van de militaire plannen.

Met al deze slagen om de arm zullen de plannen zeker niet voor september in werking kunnen treden. Frankrijk had, net als Afrikaanse landen, gepleit voor een meer robuuste resolutie maar de Verenigde Staten en de VN zijn terughoudend.

Het Malinese leger zou de interventie moeten leiden, daarin geholpen door Afrikaanse militairen. Maar volgens een rapport van Ban Ki-moon is het Malinese leger „in hoge mate gepolitiseerd, sterk verdeeld en slecht opgeleid en geëquipeerd”. Ongeveer tweehonderd Europese militaire experts moeten de regeringssoldaten klaarstomen voor de operatie in het noorden. Daarna zal een Afrikaanse troepenmacht van 3.300 man in Zuid-Mali neerstrijken.

De leider van de militaire coup in april, Amadou Sanogo, is nog steeds invloedrijk. Hij heeft zich altijd tegen een interventie verzet. Eerder deze maand dwong hij premier Diarra, die vóór interventie is, tot aftreden. De resolutie van de Veiligheidsraad zet druk op de militairen om tot een snelle machtsoverdracht aan een burgbewind te werken. Maar de conferenties tussen militairen, politieke partijen en burgergroepen in de hoofdstad Bamako verlopen tot nu toe uiterst traag en het is onwaarschijnlijk dat op korte tijd verkiezingen kunnen worden gehouden.

Afrikaanse landen wilden daar liever niet op wachten, maar wilden vorige maand al ingrijpen. Steeds vaker probeert Afrika zijn eigen veiligheidsproblemen op te lossen. In Somalië zorgen Oegandese militairen voor het eerst in twintig jaar voor stabiliteit, samen met een Afrikaanse vredesmacht die wordt betaald door de VN. Het moeilijke terrein in Noord-Mali, de diversiteit aan verzetsgroepen en milities, en de fragiliteit van de regering en het leger maken een interventie daar tot een even hachelijk avontuur als in Somalie.

Mali is een van de armste landen ter wereld en in het noorden bestaat helemaal weinig ontwikkeling. Die marginalisering leidde sinds de onafhankelijkheid in 1960 tot verscheidene opstanden. Die onvrede is niet weggenomen. De moslimextremisten maakten zich sinds hun verovering van het gebied gehaat door hun puriteinse optreden. Maar onder de bevolking is de afkeer van het Malinese leger, dat zich in het verleden ernstig heeft misdragen, even groot.

Een terugkeer naar de status quo van vóór de coup, toen de frustratie in het noorden over de corruptie en het wanbestuur groot was, kan tot nieuwe opstanden leiden. De Veiligheidsraad gebruikt de interventie om de Malinese regering ertoe aan te zetten nu eens te kijken naar de wortels van de onvrede.

Maar niet ingrijpen is geen optie, vindt Ban. Met groepen als Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb, dat bestaat uit extremisten uit Algerije en andere landen, valt niet te praten. In het zicht van een invasie zullen zij naar de bergen van Algerije trekken om er een nieuwe kans af te wachten. Buurland Niger lijkt qua bevolkings en geografie erg op Mali en de Malinese rebellen zullen vermoedelijk uitwijken naar de bergen in Niger, met de kans dat de strijd zich over de gehele regio verspreidt.

    • Koert Lindijer