Terug naar het Damrak

Het sloeg gisteren in als een bom: het bod van 8,2 miljard dollar (6,2 miljard euro) dat het Amerikaanse beursbedrijf Intercontinental Exchange (ICE) heeft gelanceerd op NYSE Euronext. De stap is een nieuwe episode in de voortdurende herstructurering van het internationale beurzenlandschap.

Kijk naar Amsterdam: ruim twaalf jaar geleden was daar nog een zelfstandige beursorganisatie. Die ging vervolgens op in Euronext, samen met Parijs en Brussel. Twee jaar later volgde de beurs van Lissabon, waarna een overname van de Londense termijnbeurs Liffe volgde. Nog eens vier jaar later werd Euronext overgenomen door de New York Stock Exchange. En na een mislukte poging samen te gaan met de Deutsche Börse, wordt de hele zaak nu dus gekocht door ICE, een Amerikaans beursbedrijf dat zeven jaar geleden nog niet eens bestond.

De drang tot bundeling en schaalvergroting heeft alles te maken met de sterk veranderende financiële wereld. Om aandelenhandel gaat het bij de huidige overnamepoging door ICE al lang niet meer. De handel in financiële derivaten, zoals termijncontracten en rentecontracten is vele malen groter. Zeker nu nieuwe financiële regels sinds de kredietcrisis de financiële sector verplichten meer van deze handel boven tafel, en dus via beurzen, te laten lopen.

Het is ICE dan ook vooral te doen om de Londense termijnbeurs Liffe, die het leeuwendeel van de winst van NYSE Euronext inbrengt. De overnemer heeft al laten weten het ‘oude’, Europese Euronext als dat mogelijk is via een beursgang te verzelfstandigen en af te stoten. Met de NYSE, die dan overblijft, zit ICE dan wel in de maag: dit symbool van het Amerikaanse kapitalisme laat zich niet makkelijk verkopen aan een buitenlandse partij, terwijl er in Amerika zelf op voorhand geen ruimte is voor verkoop.

Voor Euronext betekent een en ander dat het bedrijf een onzekere tijd tegemoet gaat. Maar er is een positieve kant. De aandacht voor de aandelenhandel en het verwerven van nieuwe beursnoteringen van bedrijven is in de mammoet-organisatie waar Euronext nu deel van uitmaakt, relatief verslapt.

Eenmaal op eigen benen kan daar, zeker ook in Amsterdam, meer aandacht voor komen. Een beursnotering is voor bedrijven vaak een goede manier om nieuw vermogen aan te trekken.

Met name middelgrote bedrijven, vaak de groeiers van het bedrijfsleven, hebben de weg naar de effectenbeurs de laatste tien jaar moeilijk weten te vinden, zeker ook in Nederland. Het ‘Damrak’ moet zich daar in de nieuwe constellatie sterker voor maken. Dat zou een welkome bijdrage zijn aan een revitalisering van het Nederlandse bedrijfsleven.