'Romeinen? Slim en zelden sympathiek'

De oudheid raakt in de vergetelheid. Om het tij te keren schrijft de Britse historicus Anthony Everitt er veel over. Zijn nieuwe boek gaat over de eerste eeuwen van Rome: ‘Ik ben een brug tussen wetenschap en leek.’

Nederland, Leiden, 16 november 2012 Anthony Everitt, historicus Foto: Merlijn Doomernik

Quo vadis? De Oudheid verdwijnt in rap tempo uit het zicht. Toen de Britse historicus Anthony Everitt (1940) op school zat, was het vanzelfsprekend dat leerlingen onderwezen werden in de Klassieken. De afgelopen decennia is dat veranderd. „Nu krijgen ze vakken als mediastudies,” zegt Everitt. „Mensen weten steeds minder over het oude Griekenland en Rome, terwijl die beschavingen zo belangrijk zijn geweest voor de vorming van de onze. Doodzonde.”

En dus schrijft Everitt, voormalig secretaris-generaal van de Britse Arts Council, boeken over de Oudheid, om die voor de geïnteresseerde leek levend te houden. Vorige maand verscheen van zijn hand De geboorte van Rome. De opkomst van het grootste wereldrijk aller tijden. „Met mijn eerdere boeken heb ik het tijdvak van de eerste eeuw voor Christus tot de tweede eeuw na Christus beschreven. Ik had kunnen besluiten om die lijn door te trekken, maar ik vind de periode na keizer Hadrianus niet zo interessant. Toen dacht ik: in de filmwereld maakt iedereen prequels. Dat leek me een uitdaging – laten zien hoe Rome werd zoals het geworden is.”

Everitts nieuwe boek bestaat uit drie delen: ‘Legenden’, ‘Verhalen’ en ‘Geschiedenis’. In het eerste deel komt onder meer de vlucht van Aeneas uit Troje aan bod, de stichting van Rome door zijn verre nakomeling Romulus, diens strijd met zijn broer Remus en de verdrijving van de laatste koning Tarquinius Superbus in 509 voor Christus. Met die gebeurtenis ontstaat de Romeinse republiek. Over de eerste eeuwen van deze republiek schrijft Everitt in het tweede deel van zijn boek.

De meeste pagina’s zijn gereserveerd voor de periode van de vierde tot de eerste eeuw voor Christus, de fase die Everitt bestempelt als ‘Geschiedenis’. De Romeinen slagen erin hun vijanden in het Middellandse Zeegebied te verslaan, waarna de heersende klasse, die schatrijk geworden is, onderling de strijd aanbindt.

Patriciërs

De broers Tiberius en Gaius Gracchus, patriciërs die met landhervormingen het lot van armere Romeinen trachten te verbeteren, worden door andere edelen vermoord; de generaals Marius en Sulla raken in conflict en marcheren met hun legers de stad Rome in, waarmee ze een belangrijk taboe breken; en tenslotte draait Julius Caesar de republiek de nek om. Zijn alleenheerschappij vindt in 44 v. Chr. zijn eind in een plas bloed op de vloer van de Senaat.

Dat Everitt de eerste twee delen van het boek de titels ‘Legenden’ en ‘Verhalen’ heeft meegegeven, is niet voor niets. De historische waarde van de teksten die ons uit de Oudheid zijn overgeleverd, is twijfelachtig. Everitts belangrijkste bronnen zijn werken van klassieke auteurs als Livius, Plutarchus en Appianus. Hij zet regelmatig kanttekeningen bij hun betrouwbaarheid, maar gunt ze ook het voordeel van de twijfel. „Waarom zou ik met een andere versie van bepaalde gebeurtenissen komen, die bij gebrek aan ondersteunend bewijs net zo discutabel is als de ons overgeleverde verhalen?”

De mate waarin Everitt leunt op geschreven bronnen, levert hem kritiek op van meer academische historici. „Wat zit hij toch de hele tijd met zijn neus in die boeken, vragen zij zich af. In een recensie kreeg ik het verwijt dat ik niet genoeg aandacht besteed aan archeologisch materiaal. Waarom is Everitt geen gezonken handelsschepen aan het opgraven, wilde de recensent weten.”

Dat verwijt wuift Everitt weg. „Over de periode die ik beschrijf in De geboorte van Rome is niet genoeg materiaal beschikbaar om een volwaardige economische en sociale geschiedenis te schrijven.” Hij ziet zichzelf ook niet als een wetenschapper, zegt hij. „Ik ben een brug tussen de wetenschappelijke wereld en de geïnteresseerde leek. Veel van het werk van academici is nuttig, maar soms vergeten ze de wereld buiten de universiteit. Ze zijn vooral in gesprek met elkaar. Dat zijn ingewikkelde meningsverschillen waarvan alleen vakgenoten iets begrijpen.”

Everitt gebruikt in zijn boek wel degelijk archeologisch bewijsmateriaal, benadrukt hij. „Een inscriptie die in Lyon is gevonden, bevat de weergave van een toespraak van keizer Claudius, waarin hij spreekt over de Etruskische koning Priscus uit de vijfde eeuw voor Christus. Claudius zegt hele andere dingen dan we bij Livius lezen, en zijn verhaal is waarschijnlijk méér waar, maar het is slechts één straal licht op een donkere periode uit de geschiedenis. Meer dan dat hebben we helaas niet.”

De Romeinen die de vroege historie van hun rijk boekstaafden, waren zich bewust van de wankele basis van hun kennis, zegt Everitt. „Cicero worstelt met verhalen waarvan hij vermoedt dat ze niet helemaal waar zijn. En Livius zegt ronduit dat sommige zaken waarschijnlijk zijn verzonnen. Zijn werk over de vroege geschiedenis van Rome is meer een historische roman dan geschiedschrijving. Maar ik verwijt hem dat niet. De legendarische geschiedenis van Rome bevat een symbolische waarheid, die net zo interessant is als de feitelijke waarheid. Want ze zegt iets over wat de Romeinen denken en willen dat ze zijn.”

Hoewel hij al vier boeken heeft geschreven over de Romeinen, is hij niet van ze gaan houden, zegt Everitt. „Er zitten weinig sympathieke persoonlijkheden tussen. Het nastreven van persoonlijke glorie was voor de meeste vooraanstaande Romeinen de reden van hun bestaan. Daarbij moet ik wel aantekenen dat dit beeld ontstaan is omdat de bronnen het ons nu eenmaal zo hebben overgeleverd.

„Bij iemand als Cicero, van wie we beschikken over een aanzienlijke privécorrespondentie, zie je echter dat hij een veelzijdiger, sympathieker mens was dan veel van zijn tijdgenoten die we alleen kennen uit het werk van klassieke historici. Romeinen wilden kennelijk graag gezien worden zoals deze auteurs ze presenteerden: serieus, op zoek naar roem.”

Slim

Everitt verklaart het succes van Rome mede aan de hand van het feit dat persoonlijke glorie alleen behaald kon worden door de glorie van Rome te vergroten. Daarin verschilden de Romeinen van de hen omringende volken, zegt hij. „En ze waren heel slim in de manier waarop ze met die volken omgingen, nadat ze verslagen waren. Wie zich onderwierp aan de heerschappij van Rome, had uitzicht op het Romeins burgerschap, met alle voordelen van dien.”

Dat er om de Romeinen overigens wel degelijk te lachen valt, bleek onlangs toen Everitt te gast was in The Colbert Report, een dagelijks tv-programma op de Amerikaanse zender Comedy Central waarin komiek Stephen Colbert een rechts-conservatieve talkshowhost speelt. Het programma is erg populair bij jongeren en trekt elke avond ruim anderhalf miljoen kijkers. Everitt: „Ik houd niet van tv-optredens, maar dit was een mooie kans om voor jonge mensen over mijn onderwerp te spreken.”

Er ontspon zich een geanimeerd gesprek, met daarin bijzondere aandacht voor de (seksuele) escapades van de meer schandalige Romeinse heersers als Nero, Caligula en Elagabalus. Everitt: „Het lukte Colbert niet zijn masker van rechtse kwast op te houden. Hij heeft Latijn gehad en dat wilde hij graag laten zien. Na de show moest ik een boek signeren voor zijn zoon, die erg geïnteresseerd is in geschiedenis.

„Ik vind het mooi dat er in zo’n programma nog plek is voor oude geschiedenis. Hopelijk besloot een aantal kijkers er ook eens een boek op na te slaan. Als dat is gebeurd, ben ik tevreden. Dan is de verdwijning van Rome uit ons collectieve geheugen weer even uitgesteld.”

Draagt de tv daar niet sowieso aan bij met populaire series als Spartacus en Rome? Het gezicht van Everitt betrekt. „Wat ik goed vond aan de serie Rome was de manier waarop de stad werd afgebeeld: kleurig en rommelig, niet alles in strak, wit marmer. Maar het is me een raadsel waarom ze de toch al complexe situatie in de late republiek nog onoverzichtelijker hebben gemaakt met compleet verzonnen verhaallijnen. Populariseren is prima, maar met de weinige feiten die beschikbaar zijn, moet je wel netjes omgaan.”

Anthony Everitt: De geboorte van Rome. De opkomst van het grootste wereldrijk aller tijden. Vert. Corrie van den Berg en Carola Kloos. Ambo, 438 blz. € 29,95

    • Bart Funnekotter