O, our lives' sweetness

Het zijn mooie, interessante, muzikale oudere mensen, het echtpaar dat de hoofdrol speelt in de film Amour van Michael Haneke. Maakt het dat erger, het verval van de vrouw, Anne, na een herseninfarct en een beroerte?

Ik weet het niet. Het maakt zeker de inleving gemakkelijker, het zijn mensen naar wie je met enige sympathie kijkt, mensen van wie je je de gedragingen en reacties grotendeels voor kunt stellen.

En tegelijkertijd begrijp je niet echt wat daar gebeurt.

Anne lijkt na het herseninfarct, waardoor ze halfzijdig verlamd raakt, aanvankelijk juist heel flink. Ze ligt in bed te lezen, ze zegt tegen haar man Georges dat hij niet steeds op haar hoeft te letten, dat dat drukkend en vervelend is voor hen beiden. Ze lijkt zich voorgenomen te hebben om te leven met wat haar is overkomen.

Toch doet ze al spoedig, als Georges een keer weg is, een (halfslachtige?) poging tot zelfmoord.

Daarna lijkt ze opnieuw vastbesloten om er het beste van te maken: je ziet haar met enig plezier de nieuwe rolstoel bedienen, je ziet haar met Georges oefenen met lopen en bewegen. Tegen een oud-leerling die op bezoek komt, zegt ze wegwerperig dat wat haar overkomen is, iets is wat nu eenmaal gebeurt met de leeftijd. Ze wil er niet over praten.

De film probeert een realistische indruk te geven van wat er verandert als iemand gehandicapt is. Dat ze geholpen moet worden op de wc, want niet zelf haar kleren kan ophijsen of op kan staan. Dat haar eten voor haar gesneden moet worden. Dat alle huishoudelijke taken op de ander neerkomen. Dat er hulp van buitenaf moet komen. Dat ze dus geen baas meer is over haar eigen leven.

Ze bekijkt een keer een fotoalbum en zegt dat het leven mooi is. Of ‘was’?

En dan krijgt ze een beroerte en is er niet veel meer van haar over. Ze ligt in bed, moet gewassen worden, heeft een luier om, kan niet meer praten, de vraag is wat ze nog precies kan denken.

Ze kan soms denken dat ze niet meer wil leven. Dat blijkt als ze op een gegeven moment weigert te eten en te drinken. Tot ontzetting van haar man, die wil dat ze blijft leven.

Tot hij dat ook niet meer wil.

Verschillende mensen die de film ook gezien hadden, begonnen over euthanasie. Dat ze wel op wilden schrijven, tijdig, dat ze, als ze in een dergelijke situatie kwamen enzovoort.

En dan voerden we weer van die gesprekken zoals iedereen die wel eens heeft gevoerd: dat je van tevoren niet kunt weten waar de grens ligt. Dat je niet weet hoeveel levenslust of -kracht of -wil er in je huist. Dat mensen nu eenmaal graag willen leven: O, our lives’ sweetness!/ That we the pains of death would hourly die/ Rather than die at once!, zegt een personage in Shakespeares King Lear. En zo is het vaak, mensen hangen aan het leven.

Tot ze er niet meer aan hangen. Maar zal dat moment komen, en wanneer? Hadden we in deze film graag een arts en een SCEN-arts en een euthanasieoverleg gezien, en dan een nette dood met een injectie? En zou dat een mogelijkheid geweest zijn?

Anne lijdt waarschijnlijk geen pijn. Ze lijdt verlies, van zelfstandigheid, mogelijkheden, keuzes, leven. Ze kan niet meer aan een arts vragen om euthanasie. We zien één keer dat ze het water uitspuugt dat haar man haar te drinken geeft. Was dat een incident? Of was dat een doodswens? De echtgenoot vat het op als een reële doodswens, en het lijkt, gezien de titel van de film en de manier waarop een en ander in beeld wordt gebracht, de bedoeling dat we zijn zienswijze en de conclusie die hij daaraan verbindt, opvatten als liefde.

Ik las in Relevant, het tijdschrift van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie, een discussie tussen verpleeghuisarts en filosoof Bert Keizer, en Hans van Dam, docent en consulent hersenletsel. Keizer zei dat hij niet iemand wilde doodmaken die zelf niet kon begrijpen wat er gebeurde. En dat hij ook in het algemeen vindt dat artsen dat niet moeten doen. Van Dam vond dat Keizer met een dergelijk standpunt andersdenkenden het recht ontzegde om iemand te helpen. Dat neigde naar fundamentalisme, vond hij.

Keizer wilde best over zijn standpunt praten. Hij zei dat je, als je toestaat dat andere mensen beslissen dat iemand dood wil of moet, je van mensen ‘ex-mensen’ maakt, categorie huisdieren: het baasje beslist.

Zoiets is er ook aan de hand in Amour. De man beslist uiteindelijk voor de vrouw. We zien niet één keer dat hij probeert met haar te praten over zijn idee. Handelt hij in een impuls? Het is hoe dan ook ellendig wat daar gebeurt.

Sommigen zeggen: het is flink.

Op zijn best is het alle twee.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC Handelsblad.

    • Marjoleine de Vos