Nederland wil zijn talenten beter benutten

Excellente leerlingen? Nederland doet er te weinig mee. Onderzoekers gaan bekijken hoe talent beter kan worden benut.

Hoe zorg je ervoor dat de beste leerlingen het beste uit zichzelf halen? Nederland kent nauwelijks uitblinkende scholieren, bleek vorige week uit een groot internationaal onderzoek. Dat moet veel beter, liet staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs,VVD) weten.

Om dat te bereiken, trekt het kabinet extra geld uit: dit jaar is er 20 miljoen euro om excellentie op scholen te stimuleren. Vanaf 2013 wordt dat jaarlijks 30 miljoen. Daarmee worden onder meer zogenoemde plusklassen gefinancierd. Hierin krijgen getalenteerde leerlingen extra les. In het basisonderwijs heeft een kwart van de scholen zo’n klas, en ruim tweederde van de scholen in het voortgezet onderwijs heeft trajecten als plusklassen, samenwerkingsverbanden met universiteiten of vwo+, met bijvoorbeeld extra vakken als filosofie en Chinees.

Werken dit soort programma’s? Om daar achter te komen is in oktober een onderzoeksproject begonnen, gefinancierd door de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Acht wetenschappers gaan uitzoeken hoe je de beste leerlingen kunt laten excelleren.

Alexander Minnaert, hoogleraar onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, is één van die onderzoekers. Hij wil weten hoe je begaafde scholieren moet motiveren, zodat ze het maximale uit hun talent halen. Minnaert doet daartoe al enkele jaren onderzoek op ‘begaafdheidsprofielscholen’, reguliere scholen die structureel hoogwaardig onderwijs en begeleiding bieden aan (hoog)begaafde leerlingen. Zijn voorlopige conclusie: „De beste leerlingen raken gedemotiveerd van het continu testen van hun kennis. Zij willen hun eigen weg zoeken, zelf hun leerproces inrichten.”

De laatste jaren wordt er juist steeds meer getest en getoetst in het onderwijs, dus dit soort leerlingen heeft het moeilijk, weet Minnaert. „Zij kunnen meer aan dan bij de meeste testen van hen gevraagd wordt. Maar omdat dit kennelijk het verwachte niveau is, laten ze het er verder bij zitten. Deze leerlingen moeten eigenlijk à la carte bediend worden, maar daartoe zijn veel docenten niet in staat. Die houden vast aan de gebruikelijke toets- en lesmethode.”

Hoeveel winst valt te behalen als de omstandigheden waaronder begaafde leerlingen werken optimaal zijn? Op die vraag hoopt de groep van Stéphanie van den Berg van de Universiteit Twente antwoord te geven. Zij onderzoekt in hoeverre genetische aanleg en omgevingsfactoren intelligentie en schoolprestatie beïnvloeden.

Van den Berg: „We hebben eerder het verband onderzocht tussen IQ-scores en externe factoren als de kwaliteit van het onderwijs dat een kind krijgt. Daaruit blijkt dat die omgevingsfactoren onderin de schaal van grotere invloed zijn dan bovenin. Voor de schoolprestatie kan dat betekenen dat kinderen met een laag IQ meer baat hebben bij passend onderwijs dan kinderen met een hoog IQ.”

De groep van Van den Berg doet het onderzoek met behulp van tweelingen. Ze gebruikt daartoe gegevens van 13.000 tweelingen uit het Nederlands Tweelingenregister. Die worden gekoppeld aan Cito-toetsgegevens. Vooral tweelingen die niet bij elkaar in de klas zitten, zijn interessant. Bij hen kan worden gekeken of bijvoorbeeld de inbreng van de leraar van invloed is op de prestaties.

Van den Berg: „Als je kijkt naar ons eerdere onderzoek naar het IQ, verwacht je dat de invloed van omgevingsvariabelen op de prestaties van getalenteerde leerlingen niet zo groot is in Nederland. Het suggereert dat een leraar al automatisch reageert op een talentvolle leerling door extra materiaal aan te bieden, of het kind naar een plusklas te sturen. Anderzijds kan het ook dat een leerling zelf activiteiten ontplooit die het eigen talent versterken. Maar wat voor IQ geldt, hoeft niet per se voor schoolprestatie te gelden.”

Hoe komt het dan dat de beste Nederlandse leerlingen het minder goed doen dan leeftijdsgenoten in het buitenland? Die zijn genetisch toch niet intelligenter? „Nee, waarschijnlijk niet”, zegt Van den Berg. „Wat we straks wel kunnen gaan zien, is of in Nederland meer positieve effecten zijn van passend onderwijs voor zwakke leerlingen, dan van passend onderwijs voor getalenteerde leerlingen. Als we vinden dat de meeste aandacht van ons schoolsysteem uitgaat naar zwakke leerlingen, dan is dat een keuze.”

Het is in ieder geval niet de keuze van staatssecretaris Dekker. Hij zei vorige week in een interview met deze krant dat hij afgerekend mag worden op de stijging van het aantal excellent presterende leerlingen. Over vier jaar is het volgende grote internationale onderzoek. Helaas voor Dekker zijn de NWO-onderzoeken pas een jaar eerder afgrond. Voorlopig zal hij zijn beleid op de tast moeten vormgeven.