Miamee ee ee ee eeaahhahAHHHH hijg!!!!!

Tom Wolfe: Terug naar het bloed. Vert. Mario Molegraaf. Prometheus, 540 blz. €19,95

Een aantal dingen moet je Tom Wolfe nageven. Allereerst dat hij zijn eigen, zeer herkenbare stijl is trouw gebleven, ondanks de pittige kritiek die hij er mee oogstte. Verder dat hij op zijn 81ste nog steeds in staat is een page turner van jewelste af te leveren. En vooral dat hij nog steeds een meester is in het observeren en weergeven van de statussymbolen in de meest uiteenlopende milieus. Maar helaas zijn deze positieve conclusies nog geen garantie voor een boek van literair formaat.

Wat New York was voor The Bonfire of the Vanities en Atlanta voor A Man in Full, is Miami voor Terug naar het bloed. Een stad die met zijn mix van (al dan niet revanchistische) Cubanen, arme Haïtianen, glamour en misdaad, hitte en haat al eerder schrijvers uit de VS inspireerde, zo divers als Joan Didion, Elmore Leonard en Don DeLillo.

Wolfe’s formule is vrijwel identiek aan die in de hiervoor genoemde boeken: creëer een raciaal gemotiveerd incident, laat de nasleep tot onverwachte gevolgen leiden, en volg de betrokkenen tot een al dan niet bevredigend slot.

In dit boek is de hoofdpersoon agent Nestor Camacho, een wel zeer kleurrijk neergezette krachtpatser van Cubaanse afkomst, die een heldendaad verricht door een Cubaanse bootvluchteling te redden – wat in feite betekent dat hij hem verhindert voet op Amerikaanse grond te zetten. De arme man verwerft daardoor geen ‘droge voeten’ en is klaar om naar Cuba teruggezonden te worden.

Nestor is daarmee een held voor het politiekorps en de blanke pers, maar, zoals hij al snel tot zijn ontsteltenis bemerkt, een paria binnen de immense, invloedrijke Cubaanse gemeenschap in Florida. Nestor moet, onder politieke druk, zijn dienstwapen en politiepenning inleveren, maar raakt juist na zijn schorsing betrokken bij een aantal affaires die het verhaal voortstuwen.

De cast omvat een beschonken Russische schilderijenvervalser, een Russische miljardair die met de vervalsingen zijn status in de stad opvijzelt, een psychiater die als specialiteit pornoverslaving heeft, maar ook een gedreven erotomaan blijkt te zijn, een aristocratische Haïtiaanse hoogleraar en zijn bloedmooie dochter, een zich naïef voordoende journalist, en diverse hooggeplaatsten bij het stadsbestuur, bij de Miami Herald en het politiekorps. En dan natuurlijk nog de eveneens beeldschone Magdalena, Hectors vroegere liefje, die zich, al voordat hij zijn misstap heeft begaan, amoureus inlaat met verschillende bovengenoemde lieden.

Wolfe weet het met vaart tot een verhaal te maken waarop adjectieven als ‘lekker’ en ‘handig’ het meest van toepassing zijn. Een zeer herkenbaar verhaal bovendien in deze even kleurrijke als verdorven omgeving waar iedereen op zijn of haar eigen manier uit is op status en de bijpassende symbolen.

Zijn werkwijze verraadt veel research, over de demografische pikorde, de wansmakelijke interieurs en andere uiterlijkheden. Maar vaak ontkomt hij niet aan raciale stereotypering, en zijn beide hoofdfiguren, Nestor en Magdalena, krijgen ondanks ruime aandacht nauwelijks meer dan voorspelbare contouren.

En tja, die stijl... ‘Moe de Eerste!... het voorname Gezicht van Miamee ee ee ee eeaahhahAHHHH hock hock hock hijg...’ Dat is de voornoemde psychiater over een van zijn patiënten. De ruimte ontbreekt hier om zelfs maar een idee te geven van wat Wolfe weer allemaal uit de kast haalt aan eindeloze herhalingen, cursiveringen, uitroeptekens (veel uitroeptekens!!!!!) alliteraties en klanknabootsingen.

Het zal de lezers van zijn vorige boeken bekend voorkomen, maar nergens werkt het, na verloop van tijd, zo vermoeiend als hier. Je gaat er al snel overheen lezen, ook over de typografische grapjes, en dat zal toch precies het tegendeel van de bedoeling zijn van zulke consequent gehanteerde stijlmiddelen. Wolfe blijft zichzelf trouw, inderdaad, maar om een of andere reden werkt dat voor dit boek niet echt als een aanbeveling.

    • Jan Donkers