Luister eens naar een optimist

Het is voorbij.Jammer, want het ging nog nooit zo goed met de mensheid.

Arjen van Veelen

Columnist

05 Sep 1952 --- 1950s special effect nuclear family man woman boy girl mom dad two kids stand on top of world --- Image by © ClassicStock/Corbis © ClassicStock/Corbis

Tik, tak, tik, tak. De laatste seconden der menselijke komedie. En wat een komedie was het! Net nu de mensheid op haar best is, gaat de aardbol naar de ratsmodee.

Wat vloog de tijd. ’t Archeïcum. ’t Proterozoïcum. De Laat-Proterozoïsche Sneeuwbalaarde – weet je nog? En de Cambrische explosie – die was cóól.

Maar de bar is gesloten. Tl-licht gaat aan. We moeten lijstjes maken, dankwoordjes spreken, rekeningen vereffenen. Maar eerst gaan we nog een filmpje kijken.

Het is een time lapse-filmpje: de geschiedenis van de aardbol versneld afgespeeld in 24 uur. Net als met zo’n geologische klok: van die 4.560.000.000 jaar maken we één etmaal.

00.00 uur: Daar is ze dan, Moeder Aarde

03.15 uur: Hè hè, de meteorietenregen stopt

12.00 uur: Joepie, eindelijk zuurstof

22.00 uur: Kijk, de eerste beesten aan land

22.50 uur: Dino’s!

23.59.40. MENSEN!!!!

En inderdaad: pas twintig seconden voor het einde der tijden kwamen wij. Rijkelijk laat. Maar toen kwam er wel meteen schot in de zaak. Want juist in die laatste twintig seconden gebeurt alles. Dankzij ons. Of beter: in de allerlaatste seconde – de laatste paar duizend jaar.

We verzinnen het wiel. We verzinnen potten, pannen. We verzinnen democratie, Jezus, vaatwastabletten met oplosbare verpakking, Bach, Beatles, Badr Hari, pasteurisatie, penicilline, paperclips, microchips, paprikachips, mobieltjes, mensenrechten, M&M’s – alles in die dying seconds.

Maar nét nu de mensheid op haar best is, nét nu het eindelijk gezellig begint te worden – en net nu het Metropole Orkest is gered – hup, stekker eruit. Isn’t it ironic?

Maar dat is niet eens het ergste. Nee, het allerergste is dat we zelfs van die laatste paar seconden niet echt hebben genoten. Want behalve het wiel en penicilline en de rest, bedacht de mensheid ook iets anders. Iets wat de dieren niet hebben. Een uitvinding die desastreuser is dan de atoombom.

DOEMDENKEN.

Vanaf het moment dat we konden denken, dachten we doem. Hoe goed het ook met ons ging. We hadden de meteorieten overleefd. We hadden cola. Maar we waren altijd bang. Bang dat de uitvinding van het schrift zou leiden tot geheugenverlies. Bang dat je van mobieltjes kanker kreeg. Bang voor zure regen. Bang voor het gat in de ozonlaag.

Die angsten kwamen nooit uit. De wereld kwam juist in topvorm. Blaakte. Bloeide. Maar dat durfden we niet te geloven. De wereld leek gewoon te mooi om waar te zijn. Dus verzonnen we steeds nieuwe doemscenario’s.

Er kwam een millenniumwisseling.

DE COMPUTERS SLAAN VAST OP HOL!

Het gaat morgen sneeuwen.

BLIJF ALLEMAAL BINNEN WANT DE WERELD VERGAAT!

En hoe minder ellende er was, hoe meer we die overal zagen. Het leek wel iets in onze hersens.

‘Als we op de ingeslagen weg zullen doorgaan, dan wordt een catastrofe onvermijdelijk’, schreef de Club van Rome in 1972. Overbevolking, milieuverontreiniging en uitputting van grondstoffen zouden de mensheid te gronde richten.

Veertig jaar later, in 2012, was de mensheid er gewoon nog steeds, inclusief de Club van Rome. Was de club opgelucht? Nee. Het deed dit jaar een nieuwe voorspelling. Precies dezelfde voorspelling! De grondstoffen raken op! Overbevolking! ALS WE ZO DOORGAAN VERGAAT DE WERELD IN 2052!

De mens is een angsthaas die al voor het feestje begint een kater heeft en daarom uit voorzorg niets drinkt. En dat noemt zich rationeel.

We waren het gewoon niet waard. We waren totaal geobsedeerd door het woordje crisis. Als er even geen crisis was, bedachten we er wel een. Systeemcrisis. Milieucrisis. Voedselcrisis. Planetaire crisis. Quarterlifecrisis.

Daarom zijn we ook zo gefascineerd door kattenfilmpjes op internet. Katten doen niet aan doemdenken. Katten zijn domweg gelukkig.

Maar wij konden nog geen bak koffie drinken zonder te denken aan de apocalyps. Op een beker Starbucks-koffie zetten we de tekst: Help us help the planet.

„Save the planet?” zei de Amerikaanse komiek George Carlin ooit. „We don’t even know how to take care of ourselves yet. I’m tired of this shit.”

Carlin is dood. Hij had het hier wel gezien. We hebben niets van hem geleerd.

Het is een groot misverstand dat profeten roepende zijn in de woestijn. Dat zeggen ze zelf altijd. Maar juist de doemdenkers krijgen altijd ons luisterend oor en geen mens schenkt aandacht aan een optimist.

We leven in de beste aller werelden, zei filosoof Gottfried Leibniz al. Hij had gelijk – maar we sloegen het in de wind.

Moderne optimisten overkomt hetzelfde. Matt Ridley, bijvoorbeeld. Hij zegt dat de mens nu drie keer rijker is dan vijftig jaar terug; en dat in de laatste vijftig jaar de armoede wereldwijd méér is afgenomen dan de afgelopen vijfhonderd jaar. Of Peter Diamandis: volgens hem keldert de prijs voor zonne- en windenergie zo snel, dat die ‘energiecrisis’ helemaal niet bestaat. Of Michiel Bicker Caarten. Die schrijft in Het gaat geweldig, dat onze wereld „meetbaar, aantoonbaar, onweerlegbaar” de beste wereld ooit is.

Maar je hebt vast nog nooit van ze gehoord. De Máya’s, ja, die ken je wel.

Tik, tak, tik, tak. In die laatste paar seconden was de mensheid rijker, gezonder, veiliger, hogeropgeleid dan ooit, en vol vaatwasmachines – maar we genoten er niet van.

Want we dachten doem.

En nu is het BOEM.

Stom zijn we. En tot stof zullen we weerkeren.