Kippenhik en haringscheet

1950 Foto Corbis

Robert R. Provine: Curious Behavior Yawning, Laughing, Hiccupping and Beyond. The Belknap Press, 71 blz. € 22,50

Eerder dit jaar publiceerden Britse psychologen in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences over jeuk. Ziet men iemand zich krabben, dan krabt men niet slechts mee voor de gezelligheid, maar ervaart ook werkelijk jeuk. Hersenscans bewijzen dat.

Dat lachen besmettelijk is wisten we al. De lachband bij sitcoms is niet voor niets uitgevonden. In Tanzania moesten in 1962 maar liefst veertien middelbare scholen worden gesloten om een eind te maken aan een dertig maanden durende schaterepidemie. Ook gapen is besmettelijk, net als kuchen.

Ik ontleen deze gegevens aan Robert Provines Curious Behavior. Yawning, Laughing, Hiccupping and Beyond, een meeslepend essay over lang verwaarloosde, maar essentiële studieonderwerpen als hikken, lachen, huilen, hoesten, braken, boeren, scheten laten, kietelen en niesen. Ook aan gapen besteedt Provine aandacht, maar hierover verscheen al een standaardwerk van Nederlandse bodem: Wolter Seuntjes dissertatie On Yawning, or The Hidden Sexuality of the Human Yaw (2004).

Robert Provine is neuropsycholoog en auteur van het hogelijk geprezen Laughter: A Scientific Investigation (2000). Een hoogst onconventioneel, geestig en dwars type, dat ondanks een voorliefde voor sweeping statements ook de onbeantwoorde vraag in ere houdt.

Een echte essayist dus, die mooie zinnen produceert als (ik vertaal): ‘Een avontuurlijke kennis bevestigde dat met door een trompet te ruften inderdaad een C kan worden voortgebracht, al kon hij geen verdere details leveren over de moedige pioniers van de reet-kopersectie.’ Het zal geen verbazing wekken dat ook de uitzonderlijke Franse aarsmuzikant /petomaan Joseph Pujol (1857-1945) in Provines boek figureert. Hier wordt vrolijke wetenschap geleverd, maar wetenschap. Een perfecte combinatie.

Soms kan men met het ene het andere opheffen. Plato vermeldt al dat niesen een probaat middel is tegen de hik. Had de beklagenswaardige Charles Osborne dat maar geweten. Deze boer uit Iowa kreeg in 1922 tijdens het slachten van een varken de hik en ging door tot 1990.

Het mooie van Provine is dat hij met beide benen in de fysiologie blijft staan. Zo buigt hij zich over de functie van het emotionele wenen. Waarom doet de mens dat? Misschien wel omdat het traanvocht een anti-depressivum bevat, zo suggereert Provine. Het gaat hier om de stof NGF, verantwoordelijk voor ontwikkeling en overleving van neuronen. Tegelijkertijd hebben tranen een sociale functie: zonder deze weet de medemens niet dat de ander het leven eventjes teveel wordt.

Moeten we dan hikken, lachen, gapen, niesen, kuchen, braken, jeuk allemaal in de sfeer van het hormoongestuurde, sociale verkeer plaatsen? Provine vindt het een prikkelende mogelijkheid, maar behandelt ook alternatieven. De menselijke foetus vertoont reeds het merendeel van alle behandelde curieuze verschijnselen, en een foetus kunnen we moeilijk geslachtsrijp noemen.

Interessant is Provines cluster gapen, rekken, strekken, en de stimulerende werking van tegen de zon in kijken als men niesen voelt opwellen. Hij ziet er een vanuit de ruggengraat gestuurd, onwillekeurig ontwaak-ritueel in. Gapen, zo valt hem op, heeft (net als kuchen) vaak plaats als er sprake is van een overgang van de ene in de andere situatie. Maar dan: vanuit de ruggengraat? Tegenwoordig denken we eerder aan de hersenpan. Als argument voert Provine aan dat kippenembryo’s in het ei nog steeds gapen en ruften als de verbinding tussen ruggengraat en hersenen zijn doorgesneden – menselijk testmateriaal ontbreekt begrijpelijkerwijs in dit verband.

Moet ik méér zeggen ter propaganda van dit werkelijk verrukkelijke en verbijsterende Provine-boek? Eén ding dan nog. In de jaren zeventig werd de Zweedse marine in staat van paraatheid gebracht vanwege niet te identificeren onderwatergerommel. Men ging uit van Russische duikboten.

Jaren later bleek het om grootscheepse petomanie van haringscholen te zijn gegaan. Want haringen laten scheten. Dat Provine niet nalaat dit te vermelden in zijn neuro-psychologische essay over curieuze gedragingen van de mens is wel de beste reclame.

    • Atte Jongstra