Justitie kan lek in zaak Peter la S. niet vinden

De rijksrecherche heeft niet kunnen achterhalen wie in het opsporingsapparaat informatie naar NRC Handelsblad en nrc.next heeft gelekt over de vrijlating van kroongetuige Peter la S. in het Amsterdamse liquidatieproces Passage. Dat heeft het Openbaar Ministerie (OM) in Den Haag gisteren bekendgemaakt.

La S. kwam begin juni op vrije voeten. nrc.next publiceerde deze vertrouwelijke informatie enkele dagen later, waarbij de krant zich baseerde op bronnen in opsporingskringen. De advocaat van La S., Richard Korver, deed aangifte van schending van het ambtsgeheim. Met het lekken kwam de veiligheid van La S. in het geding, stelde hij. La S. is een nieuw bestaan begonnen op een onbekende plek, met hulp van justitie.

Volgens een woordvoerster van het Openbaar Ministerie heeft de Rijksrecherche tevergeefs geprobeerd te achterhalen wie de opsporingsbronnen zouden kunnen zijn waarop de krant zich heeft gebaseerd. De recherche heeft verschillende mensen verhoord. Ook is in kaart gebracht wie op de hoogte was of had kunnen zijn van de datum van de vrijlating. Dit heeft „geen aanknopingspunten opgeleverd”, zegt het OM.

De auteur van het bericht, NRC-verslaggever Marcel Haenen, heeft zich op zijn journalistieke recht op bronbescherming beroepen en niet met de rijksrecherche gesproken.

De rijksrecherche deed eerder onderzoek naar lekken over kroongetuige La S., na een aangifte van advocaat Korver. Het ging daarbij om het uitlekken van documenten over de deal die La S. en justitie sloten over een financiële vergoeding waarmee La S. een nieuw leven kon opbouwen. Toen stelde de recherche vast dat het lek niet bij justitie en politie zat.

Tegen Peter la S. heeft het OM acht jaar cel geëist, zoals tevoren afgesproken. La S. zou onder meer betrokken zijn geweest bij de moord op drugs- en vastgoedhandelaar Kees Houtman. De kroongetuige heeft tal van belastende verklaringen afgelegd tegen zijn medeverdachten in het liquidatieproces, in ruil voor een gehalveerde strafeis. De uitspraak in de zaak wordt eind januari verwacht.