Je moet niet alleen integer zijn, maar ook integer doen

Elke schending van integriteit tast het openbaar bestuur aan. Ga hier praktisch mee om en handel integer, schrijft Ronald Plasterk.

‘Een beetje integer kan niet’, is de bekende uitspraak van mijn voorganger als minister van Binnenlandse Zaken, Ien Dales. Door haar inzet kreeg het onderwerp ‘integriteit’ serieuze aandacht. Dit leidde er onder meer toe dat er een Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS) is dat periodiek rapporteert. Vorige week mocht ik zijn rapport ontvangen.

Als ik eerlijk ben, vraag ik me af of de bekende zinsnede van Dales wel de beste manier is om het probleem aan te pakken. Alleen al uit de naam van het genoemde bureau blijkt van niet. Kennelijk kun je integriteit bevorderen: er is te weinig van, en je bevordert dat het meer wordt.

Natuurlijk zijn er mensen die niet integer zijn, die zich laten omkopen. Die niet-integere mensen weten duvels goed dat ze niet integer zijn. Maar het nadeel van de insteek van Dales is dat van integriteit snel een persoonskenmerk wordt gemaakt van theologische proporties: je bent integer of je bent het niet. Dan doet men aan zelfonderzoek en denkt: ‘Check: ja hoor, ik heb nog nooit een vlakgommetje gestolen van de baas, ik ben integer.’ En dan is daarmee de kous af.

Dáár zit het risico. Ook mensen die op zichzelf integer zijn, kunnen handelingen verrichten die integriteitsschendingen opleveren. Je moet niet alleen integer zijn, maar je moet ook integer doen.

Het BIOS-rapport noemt de drie meest voorkomende integriteitsschendingen. Ten eerste: lekken. Ik krijg alle nieuwe burgemeesters op gesprek; onlangs was dat iemand bij wiens selectie er uit de vertrouwenscommissie was gelekt dat de keuze niet unaniem was. Dat beschadigt de start die deze burgemeester maakt. Lekken is verboden.

De tweede categorie is belangenverstrengeling: je neemt (deel aan) een besluit over iets wat zou kunnen raken aan je eigen belang, of dat van een organisatie waar je aan verbonden bent. En dan zijn er natuurlijk nog de onjuiste declaraties.

Al deze integriteitsschendingen kunnen worden gepleegd zonder dat mensen zich ten volle realiseren hoe fout het is. Een lekje in kleine kring, niet eens direct naar de pers, om interessant te doen; hoe vaak gebeurt het niet! Lidmaatschap van een sportvereniging die gemeentesubsidie krijgt is prima, maar als je specifiek de subsidie voor je eigen club probeert voor te trekken, zit je fout.

De conclusie moet daarom zijn dat het belangrijk is dat er op een praktische en open manier met integriteit wordt omgegaan. Veel gemeenten hebben inmiddels cursussen. Integer gedrag kun je bevorderen. Het helpt enorm als mensen zelf leren herkennen waar een mogelijke grens in beeld komt, en hoe je daarmee omgaat. Deel van je werk kan zijn dat je verschijnt als je ergens wordt uitgenodigd, maar een heel weekend in een vipbox, betaald door een lobbyist op het terrein van je portefeuille; dat moet je niet willen. Geschenken mogen niet meer zijn dan vijftig euro, maar hoe vaak mag dat van dezelfde schenker? Mag je als volksvertegenwoordiger een doelgroep voortrekken waar je uit voortkomt, en wanneer gaat dat over in cliëntelisme?

Een goede stelregel is dat je het open kunt bespreken met collega’s als je twijfelt. Wat zou jij doen? Een stelregel is dat je ervan uit moet gaan dat het in orde is, ook als het morgen in de krant staat. En als een collega iets doet waarvan je je afvraagt of dat in de haak is, moet je weten wat je te doen staat. De organisatie moet zo zijn ingericht dat mensen weten waar ze mogelijke schendingen kunnen melden en ook weten waar ze terechtkunnen als ze zich afvragen hoe ze zelf ergens mee moeten omgaan.

Deze praktische aanpak kan ertoe bijdragen dat de dagelijkse integriteit verbetert. Hierdoor vermindert ook de voedingsbodem voor groter bederf.

Elke integriteitsschending – groot, maar ook klein – is een directe aantasting van de geloofwaardigheid van het openbaar bestuur. Het is dus van het grootste belang dat bestuurders, politici en ambtenaren gespitst zijn op het onderwerp en er in hun organisatie heel praktisch werk van maken.

Ronald Plasterk is minister (Binnenlandse Zaken, PvdA).