In het katholieke hartland is het CDA nog niet reddeloos verloren

De christelijke politiek beleefde een moeilijk jaar. Traditionele CDA-kiezers negeerden bij de verkiezingen massaal de partij. Het CDA is inmiddels op zoek naar zichzelf. Zo verbleef oud-staatssecretaris Bleker onlangs twee weken in het katholieke Boekel, om te achterhalen waarom zijn partij hier weggevaagd is. De tanende invloed van de confessionele politiek werd gisteren treffend geïllustreerd: op de laatste dag in de Tweede Kamer voor het kerstreces schrapte een meerderheid het verbod op het verstoren van de zondagsrust. Dit jaar werden meer maatregelen genomen die christenen zwaar vallen.

Illustratie Rik van Schagen

Het antwoord op de wezensvraag van het CDA moet hier te vinden zijn, in het dorpshart van Boekel. Tussen de massieve Sint Agathakerk, het lieflijke gemeentehuis, het moderne partycentrum, de Hema en de marktkar met Vietnamese loempia’s. Of in het omringende buitengebied, tussen de varkensstallen, champignonkwekerijen en landerijen die er in de winter kaal bij liggen. In dit Brabantse dorp heeft oud-staatssecretaris Henk Bleker de afgelopen twee weken gebivakkeerd om te achterhalen waarom zijn partij zelfs in het katholieke hartland is weggevaagd. En te zien of die nog enige toekomst heeft.

Vlak na de verkiezingen kondigde de Groningse Bleker dat „amateursociologisch onderzoek” spontaan aan op televisie. Als iets de inwoners van Boekel positief verrast heeft van ‘de politiek’ in het algemeen en het CDA in het bijzonder, dan is het wel dat Bleker die belofte is nagekomen.

De cijfers uit Boekel spreken voor zich. In 1981 haalde het net opgerichte CDA in dit dorp in Oost-Brabant 65 procent van de stemmen. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2006 stemde de helft van de kiezers op de christen-democraten. In 2010 was dat nog maar 28 procent en bij de laatste keer was de aanhang gedecimeerd tot 16 procent. Overigens nog twee keer zo veel als de landelijke steun. Sinds de laatste verkiezingen is het CDA met 13 zetels de vijfde partij van Nederland.

„Het kan verkeren”, zegt Peter Ketelaars met een zuinig glimlachje. Ketelaars (59) is voorzitter van de lokale CDA-fractie. Hij was wethouder, maar sinds de laatste gemeenteraadsverkiezingen is zijn partij in Boekel naar de oppositie verbannen. Ketelaars begint hartelijk te lachen wanneer hij een verhaal vertelt over de tijd dat de KVP, de katholieke voorloper van het CDA, nog alleen heerste. De tijd dat mensen hier drie dingen waren: boer, katholiek en lid van de partij. „Tijdens de verzuiling kón je in Boekel bijna niet anders stemmen. Ergens in de jaren zestig was er één stem uitgebracht op de communistische partij. Iedereen wist meteen van wie die moest zijn: de man die op de vuilnisbelt woonde sinds hij getraumatiseerd uit Indië was teruggekomen.”

Vroeger stemde alleen een outcast in Boekel niet op de confessionele partij. Nu zijn de mensen die dat nog wel doen de uitzondering. „Ik ken nog maar een enkeling die CDA stemt”, zegt Jorg Gijsbers (35). „Als je hun vraagt waarom, hebben ze geen antwoord. Ze doen het omdat ze het altijd hebben gedaan.” Meer uit gewoonte dan overtuiging. Dat zijn de kiezers van wie het CDA het nog moet hebben. Zelf koos Gijsbers de laatste keer voor D66. „Ik heb bij het CDA geen flauw idee meer waar ze voor staan. Er is niets dat ze onderscheidt van andere partijen. Normen en waarden? Die hebben we toch allemaal, die zijn niet van de christenen, laat staan van het CDA.”

Willekeurige inwoners van Boekel willen op straat of in de kroeg best vertellen over hun politieke voorkeur, maar zelden met hun naam in de krant. „Dan wordt er hier in het dorp over een jaar nog over je gepraat.” De sociale controle dicteert dat je elkaar niet afvalt, en dus ook niet de partij die nog diep in de genen zit van het dorp van bijna 10.000 inwoners.

Stiekem noemen de bewoners verschillende redenen waarom ze zijn overgestapt, voornamelijk naar de VVD. Soms was dat strategisch, om te zorgen dat rechts groter werd dan links. Maar ze zeggen ook dat het CDA chagrijn uitstraalt in plaats van optimisme. Dat het er intern een puinhoop is. Dat Sybrand van Haersma Buma een leider zonder charisma en zonder verhaal is. Dat de andere Kamerleden kleurloos zijn en bovendien niet uit deze provincie komen. Dat de partij natuurlijk nooit met de PVV in zee had moeten gaan.

„Verkiezingen zijn tegenwoordig dagkoersen”, zegt Peter Ketelaars. Waarmee hij wil zeggen: een dag eerder of later dan 12 september had de uitslag totaal anders kunnen zijn. De verkiezingen kwamen voor het CDA te vroeg, de partij was nog nauwelijks bekomen van de vorige nederlaag. Alle kiezers zweven, zegt Ketelaars. In Boekel valt dat nu op, omdat die trend later in gang is gezet dan in de Randstad.

Is het CDA er dan zo weer bovenop met een populaire leider? „Voor de meeste mensen in Boekel is het CDA de tweede keus”, zegt Jorg Gijsbers. „Als ze hun profiel en hun marketing weer op orde krijgen, kunnen ze zo weer de eerste zijn.” Het CDA lijkt hier dus niet reddeloos verloren.

Daar is Henk Bleker na tien dagen vol gesprekken met bewoners ook van overtuigd. „Driekwart van de kiezers kan het CDA terugwinnen. Ze hebben nu al spijt van hun stem op Rutte”, luidt zijn analyse van de oppervlakkige emotie. Dieper daaronder zoeken de ex-CDA’ers „juist de stabiliteit die de partij oorspronkelijk bood”, zegt hij. Het slechtste wat de partij kan doen, is radicaal koers wijzigen.

Toch is de bevolking van Boekel wel fundamenteel veranderd sinds de hoogtijdagen van het CDA. De pastoor van de Sint Agathakerk is vorig jaar vertrokken. De schandalen van seksueel misbruik in de katholieke kerk hebben mensen die nog sterk geloven diep geraakt, zegt fractievoorzitter Peter Ketelaars. „Veel ouderen zijn maar helemaal niet meer gaan stemmen sinds ze teleurgesteld zijn in de zuil waarin zij zich altijd veilig voelden.”

Jorg Gijsbers ziet naast de secularisering nog een cruciale verschuiving. „Vroeger had iedereen een direct familielid met een boerderij. Veel mensen die nu in het dorp wonen hebben waarschijnlijk nog nooit een varken van dichtbij gezien.” Het vee is weggestopt in de megastallen van grote bedrijven. Kleine boerderijen zijn opgeslokt. Het enige wat er nog boers is aan Gijsbers’ bestaan, is de geschiedenis van de Rabobank waar hij voor werkt. De economie van Boekel hangt nog steeds af van de agrarische branche, maar het gevoel is anders.

Ketelaars heeft zijn melkvee- en varkensboerderij een paar jaar geleden overgedaan aan een van zijn dochters. Hij ziet dat er in het dorp steeds meer weerstand is gekomen tegen intensieve veeteelt. Zeker sinds de herhaaldelijke uitbraak van de Q-koorts in de regio. Dat er niet snel werd ingegrepen toen de infectieziekte van geiten op mensen oversprong, is met name politici van het CDA kwalijk genomen.

De bewoners die zich nog boer noemen, zijn inmiddels managers van forse bedrijven. Ondernemers die zich meer thuis voelen bij de VVD. In en rond het dorp werken naar schatting duizend Poolse arbeiders voor hen. En die stemmen niet.

Boekel heeft dus een metamorfose ondergaan die slecht uitpakt voor het CDA en niet is terug te draaien. Toch heeft de sociale cohesie van het dorp al die veranderingen overleefd. Iemand als Jorg Gijsbers gaat zelden naar de kerk en is geen lid van een partij, maar wel lid van een sportclub, de carnavalsvereniging en allerhande andere organisaties. „De kernwaarden van het CDA zitten hier nog wel tussen de oren”, zegt Peter Ketelaars. „Ik zou het eigenlijk veel erger vinden als dat verdwijnt, dan dat mensen niet meer op de partij stemmen.”

En Bleker? Zijn bevindingen publiceert hij later. „Maar ik ben vele malen positiever uit Boekel teruggekomen dan uit Den Haag.”