Hoe onbewust is die discriminatie van allochtonen?

De onderzoekers van het Sociaal en Cultureel Planbureau hebben mogelijk last van een blinde vlek. Als autochtone onderzoekers willen ze niet geloven dat de oorzaak van discriminatie een afkeer van allochtonen zou kunnen zijn, betoogt Mercita Coronel.

Illustratie Hollandse Hoogte

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onderzocht in zijn rapport Op achterstand de arbeidspositie van niet-westerse allochtonen in Nederland. Wat blijkt? Van de niet-westerse werkzoekenden die bij een uitzendbureau langsgaan, verlaat slechts 28 procent het bureau met een baan, tegen 46 procent van de autochtone Nederlanders. Ook moeten zij vaker het uitzendbureau bezoeken dan autochtonen voordat zij een job weten te bemachtigen. Bovendien eindigen allochtonen vaker met een tijdelijk arbeidscontract dan autochtonen. Het SCP noemt discriminatie als oorzaak voor deze percentageverschillen. Andere organisaties, zoals de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, het instituut voor multiculturele vraagstukken Forum en de voormalige Commissie Gelijke Behandeling, kwamen al eerder tot deze, voor veel allochtonen weinig opzienbarende, conclusie.

Toch is de conclusie van het SCP uniek, omdat de discriminatie ondubbelzinnig bewezen is door zijn praktijkonderzoek. Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en autochtone Nederlanders namen met gelijke cv’s en werkervaring en gelijkluidende ingestudeerde antwoorden plaats tegenover de intercedente. In die gelijke omstandigheden gaven de uitzendbureaus meestal de voorkeur aan autochtonen. Tot zover hulde voor het SCP. Toch lijken de SCP-onderzoekers een steekje te laten vallen bij dit onderzoek. Dit zou heel goed te maken kunnen hebben met de autochtone afkomst van de onderzoekers.

Want wat is de oorzaak van deze discriminatie? „In ons onderzoek hebben we weinig aanwijzingen gevonden voor discriminatie gebaseerd op een afkeer van niet-westerse migranten”, concludeert het SCP – wat mij betreft – voorbarig. Nee, het gaat eerder om „onbewuste risicomijding”. De SCP-onderzoekers verlaten zich hiermee op een economische verklaring voor discriminatie. Deze theorie, met econoom Gary Becker als grondlegger, is ontstaan in de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Maar waar Becker de ‘taste-based discriminatie’ erkende, dat wil zeggen de afkeer van minderheden, volgen de SCP-onderzoekers juist de school van de ‘statistische discriminatie’: de ongunstige beelden die werkgevers over niet-westerse allochtonen hebben, weerhoudt hen ervan om ze aan te nemen. Ze willen het – vermeende – economische risico niet lopen. Het heeft niets met afkeer te maken, stellen de SCP-onderzoekers. Bovendien hebben openlijke en beledigende discriminatie zich amper voorgedaan.

Wat naïef – dát is juist het kenmerk van discriminatie in ontwikkelde landen als Nederland. De discriminatie wordt omhuld door mistige termen als ‘niet passend in de groepsdynamiek’ of ‘iemand anders beschikte over meer passende werkervaring’ et cetera. Zeker, het kan de waarheid zijn, maar zinsneden als deze kunnen wel degelijk vooroordelen en weerzin verbloemen.

„Discriminatie heeft niets met afkeer te maken”, stellen de onderzoekers resoluut. Ze schrijven begripvol: „Discriminatie is vaak onbedoeld en onbewust.” Toch wil de SCP vreemd genoeg nog een vervolgonderzoek houden, om „inzicht te krijgen in de achtergronden van discriminatie”. Dit kan niet anders worden dan een onderzoek met een ingebakken vooroordeel – dat autochtonen geen hekel zouden hebben aan allochtonen.

Het zou daarom goed zijn als het SCP bij het vervolgonderzoek toch ook even kijkt naar het onderzoek van Halleh Gorashi, die in 2003 onderzoek deed naar de integratie van Iraanse vrouwen in Nederland en in de Verenigde Staten. Haar promotieonderzoek liet zien dat Iraanse vrouwen in de VS zich veel sneller aanpasten dan in Nederland. Als verklaring voor dit verschil zag zij de ‘dikke’ Nederlandse identiteit – een identiteit die is gebaseerd op etniciteit en cultuur. Dit bemoeilijkt het integratieproces voor niet-westerse allochtonen. De Amerikaanse identiteit wordt juist ingevuld door ruimere noties als ‘democratie’ en ‘vrijheid’. Huidskleur en cultuur spelen in Nederland wel degelijk een rol in de acceptatie van allochtonen, concludeerde Gorashi. Waarom zou dit dan niet op de arbeidsmarkt het geval kunnen zijn?

Mercita Coronel is publiciste.