Hier liggen mijn buren onder het puin

Waar is hulp nodig na een ramp? Op een crisis map is dat meteen te zien. En iedereen kan met z’n mobieltje nuttige informatie aanleveren.

Redacteur Conflict & Ontwikkeling

Het is de nachtmerrie van elke hulpverlener. Duizenden eilandjes, meer dan zes miljoen arme mensen die in slecht gebouwde huizen wonen, en dan: een enorme storm. Toen tyfoon Bopha begin deze maand met 210 kilometer per uur over het zuiden van de Filippijnen raasde was de verwoesting enorm. Meer dan duizend doden, ruim 65.000 huizen totaal weggevaagd.

Dat weten we nu.

Maar toen de storm net was uitgeraasd wisten we dat nog niet. Hoe groot was de verwoesting? Hoeveel menen zaten zonder huis? Hoeveel mensen waren gevlucht, en hoeveel waren er slachtoffer geworden? Hoeveel hulp was er nog nodig, en waar? Bij rampenbestrijding hebben hulporganisaties één ding meer nodig dan wat ook: informatie. Snelle informatie. En laat dat nu net lastig te verkrijgen zijn in een pas getroffen rampgebied.

Maar sinds een paar jaar is er iets nieuws: crisis mapping. Een methode om informatie sneller te ontvangen en te delen die gebruikmaakt van nuttige sociale mediabronnen. Het humanitaire bureau van de Verenigde Naties gebruikte crisis mapping met sociale mediabronnen deze maand voor het eerst, na tyfoon Bopha.

Crisis mapping is het real time in kaart brengen van relevante informatie over een rampgebied. Dat kan de locatie van evacuatiecentra zijn, van wegen en van ziekenhuizen. Maar ook de locatie van verwoeste infrastructuur, of van slachtoffers in nood. Allemaal informatie die, wanneer zo snel mogelijk in kaart gebracht, kan helpen levens te redden.

Niet alleen professionele hulpverleners kunnen crisis maps gebruiken – de kaarten kunnen ook worden gebruikt door niet-getroffen burgers in het rampgebied die hun dorpsgenoten willen helpen. Deze vrijwilligers zijn vaak de eerste mensen ter plaatse. Maar zonder goede informatie is hun hulp ineffectief en soms zelfs contraproductief.

De eerste live crisis map voor een natuurramp werd in 2010 opgezet door de Keniaanse non-profit organisatie Ushahidi, na de aardbeving op Haïti. Ushahidi (Swahili voor ‘getuige’) verstrekte via de radio een noodnummer, waarna duizenden Haïtianen per sms lieten weten waar zij vastzaten. Ushahidi-vrijwilligers brachten dit in kaart en dirigeerden vervolgens hulpverleners naar de slachtoffers toe. Honderden levens werden op deze manier gered.

Het idee voor zo’n systeem was niet ontstaan door natuurgeweld, maar door verkiezingsgeweld. Toen in Kenia in 2008 ongeregeldheden uitbraken na omstreden presidentsverkiezingen, riep de Keniaanse advocate Ory Okolloh online op om het geweld in kaart te brengen. Bloggers wezen Okolloh op gratis beschikbare software en na snel improvisatiewerk was een eerste website van Ushahidi geboren. Talloze getuigenissen van moord en plundering stroomden binnen.

Inmiddels levert Ushahidi software en advies voor honderden crisis maps en kunnen niet meer alleen sms-berichten, maar vrijwel alle soorten digitale informatie worden verwerkt. Neem de Syria Tracker, een crisis map die het geweld in Syrië probeert vast te leggen. Bezoekers van syriatracker.crowdmap.com kunnen verschillende categorieën aanvinken, bijvoorbeeld ‘vluchtelingen’ of ‘moord’. Vervolgens verschijnen gekleurde cirkels op de kaart – hoe groter de cirkel, hoe meer berichten over vluchtelingen of moorden in dat gebied. Door in te zoomen op de cirkels zijn de tweets, YouTubefilmpjes en nieuwsberichten te vinden die uit het gebied komen.

Tot zover de lofzang. Want er zijn ook serieuze problemen. Die hangen samen met hoe de kaarten tot stand komen. Terug naar de Filippijnen.

Zodra tyfoon Bopha op 4 december het zuiden van het land bereikte, gaf de VN een groep mensen opdracht om binnen 24 uur alle relevante tweets over de tyfoon te verzamelen – plus alle foto’s en video’s die bij deze tweets hoorden – en om voor al deze informatie de exacte locatie, tijd en categorie te bepalen (bijvoorbeeld, ‘overstroming’, ‘schade’, ‘slachtoffer’). Ongeveer 20.000 tweets werden op deze manier geanalyseerd en in kaart gebracht.* Al deze informatie werd, aangevuld met informatie van de overheid over bijvoorbeeld evacuatiecentra, gepresenteerd in Google Crisis Maps, waardoor een beeld ontstond van de schade en de vraag naar hulp.

Probleem één is duidelijk: het gaat om heel veel data, en de tijd om die te analyseren is beperkt. Omdat alle tweets ‘met de hand’ worden verwerkt, was de topsnelheid na de tyfoon zo’n 750 tweets per uur. Als je bedenkt dat er vanuit het Japanse gebied dat vorig jaar door een tsunami werd getroffen op de eerste dag 5.000 tweets per seconde werden verstuurd, is dat traag.

Hoe kan het verwerken van de zee aan informatie sneller? Het open source softwareplatform SwiftRiver is één optie. Het systeem filtert Twitterberichten, sms’jes en rss-feeds, bijvoorbeeld op bepaalde trefwoorden of links. Maar er is meer nodig. Lang niet alle tweets over een crisis zijn relevant voor de hulpverleners. Onderzoek naar de tweets over de overstromingen in Thailand in 2011 liet bijvoorbeeld zien dat maar 8,4 procent van de tweets een verzoek om hulp was (zie grafiek). Techneuten werken aan het volledig automatiseren van die analyse.

Het tweede probleem van crisis maps is de betrouwbaarheid van de informatie op sociale media. Hoe weet je of een tweet echt vanaf een bepaalde locatie is gestuurd? Hoe weet je of een verzoek om hulp geen grap is? In een Indiase studie werden 35 miljoen tweets van ruim acht miljoen twitteraars over verschillende crises, zoals de rellen in Londen, de opstand in Libië en orkaan Irene, geanalyseerd. De conclusie: zo’n 17 procent van de tweets bevatte betrouwbare en bruikbare informatie.

De VN maakt gebruik van een groep vrijwilligers om te controleren of de bron van een tweet betrouwbaar lijkt. Heeft de twitteraar een naam, foto of bio in zijn profiel staan? Heeft iemand veel volgers en volgt iemand geloofwaardige bronnen? Is de twitteraar al lang actief, of heeft hij zijn profiel net aangemaakt? Vertellen zijn eerdere tweets de waarheid? Komt de timing van de tweets overeen met de tijdzone van de ramp? Zijn op foto’s herkenbare gebouwen, borden of auto’s te zien? En berichten tweets van andere bronnen hetzelfde? De vrijwilligers zoeken zoveel mogelijk onafhankelijke ‘getuigen’ van dezelfde gebeurtenis.

Ushahidi heeft recent een functie toegevoegd aan hun programma. Analisten kunnen invoeren of ze de bron ‘betrouwbaar’ en de informatie ‘waarschijnlijk’ achten. Op die manier krijgt alle informatie een kleur op de crisis map. Groen voor zeer betrouwbaar en waarschijnlijk, rood voor onbetrouwbaar en onwaarschijnlijk.

Rest de vraag wie toegang heeft tot de kaarten. Openbaar toegankelijke kaarten kunnen bijdragen aan de zelfredzaamheid van getroffen gemeenschappen. Maar openbaarheid betekent ook dat commerciële partijen de informatie kunnen gebruiken. En dat kwetsbare groepen in conflictgebieden nog kwetsbaarder zijn. Als de exacte locatie van groepen vluchtelingen in kaart wordt gebracht, lopen die wellicht risico doelwit van aanvallen te worden.