Groeneveld

Onlangs bezocht ik weer eens kasteel Groeneveld. De laatste keer dat ik het heb gezien, is al weer meer dan veertig jaar geleden. Tussen 1963 en 1970 bracht ik er iedere zomer een aantal weken door, in het begin als gast van Joop Colson, later van zijn pleegdochter Mary.

Het gebouw is sindsdien danig veranderd, alleen de gangen en het trappenhuis herkende ik nog. En het woonvertrek van Joop Colson, dat leeg veel kleiner oogde. Men liet mij een foto zien uit de tijd dat Colson er nog resideerde. Bij het zien van de ronde tafel met vier stoelen eromheen werd ik besprongen door herinneringen. Daar zaten we te kaarten, Joop Colson, Joep Vogtschmidt, Henk Kersting en ik. We speelden het spel zwikken. Om geld, dubbeltjes, kwartjes, stuivers, maar soms liep het op tot enkele guldens en naar gelang de duur van het spel was de inzet ook wel eens een tientje. Dat was voor mij een beetje hachelijk, want ik had een zeer beperkt budget in die tijd.

Joop Colson had een koperen kommetje met kleingeld, dat hij zijn „zwikpot” noemde.

Nog hoor ik in mijn oren het advies van Henk Kersting: „Aas over aas op de voorhand, daar kun je duizend gulden op inzetten! Je komt uit met troefaas, dan trek je alle troeven uit het spel, daarna kom je met je andere aas, kat in het bakkie! Ja, natuurlijk, dan moet je niet iemand hebben met twee troeven tegen, want dan kun je alsnog nat gaan, ten zij je een beetje geluk hebt.”

Altijd onthouden: aas over aas op de voorhand, duizend gulden!

    • Peter van Straaten