Gefeliciteerd, Eneco en Essent, chapeau Shell

In Amerika zijn lobbyisten de baas. Bij ons is het niet heel anders, schrijft Monique Samuel.

Het schietdrama in het slaperige Amerikaanse stadje Newtown veroorzaakte een internationale schokgolf en zorgde voor tranen in de ogen van president Obama.

Verbijsterd kijken de inwoners van Newtown in de camera: „Waarom hier?” Newtown was een kindvriendelijk stadje waar men – overmoedig – juist had gevierd dat het al enkele jaren criminaliteitsvrij is.

De rest van de wereld kijkt met al even grote verbijstering naar de beelden van huilende ouders en getraumatiseerde kinderen. Voor ons is het immers meer dan vanzelfsprekend dat het hoge aantal schietincidenten in de VS is gelinkt aan het vrije wapenbezit. „Waarom passen ze die wet niet aan?”

Correspondenten en Amerika-experts putten zich uit in historische en sociaal-culturele verklaringen zoals dat de Amerikaan verliefd op zijn wapen zou zijn, wapenbezit zelfs een grondwettelijk recht is en hij zijn overheid niet vertrouwt.

In werkelijkheid is de verslaving van de Amerikaan aan zijn God given gun echter van hele andere aard dan deze cowboy-indianenverklaringen. De wapenindustrie in de VS heeft haar armen zo ver in de samenleving uitgestrekt dat geen senator of president z’n vingers durft te branden aan het recht op wapenbezit.

Er werken ongeveer een half miljoen Amerikanen rechtstreeks in de wapenindustrie. Tel daar alle winkels, losse verkopers, schietscholen, verenigingen en jachtclubs bij op en je hebt het over potentieel miljoenenontslag. Door het ruime aanbod wordt de vraag echter kunstmatig in stand gehouden. De wapenlobby is erbij gebaat een zeker gevoel van wantrouwen jegens de staat in stand te houden en een gevoel van onveiligheid onder Amerikaanse burgers te creëren. Voor hen is zo’n schietincident in Newtown rendabel. Genoeg brave huisvaders die na het horen van een dergelijk nieuwsbericht besluiten ook een klein automatisch geweer aan te schaffen, tot hun eigen puberzoon ermee aan de haal gaat. Dan is de wereld weer even te klein.

Iedereen weet dat er in de VS machtige lobbygroeperingen zoals de NRA of de pro-Israëlische AIPAC bestaan. Niemand die het echter over onze eigen vieze polderlobbygroepen heeft. Natuurlijk zien we wel een „anti-bio-industrie”-lobby voor ogen: zwakgeorganiseerde netwerken van soep etende activisten die indirect druk op de politiek uit proberen te oefenen via publieke bewustwordingscampagnes. De echte lobbygroepen die met bakken geld daadwerkelijk macht en invloed in het Haagse torentje opkopen en via het big old boys network vooral binnen de VVD een flinke vinger in de pap hebben, werken echter in stilte. En net zoals in de VS zijn we blind voor het causale verband. Zo loopt Nederland enorm achter op het gebied van de vergroening van de economie. Niet alleen bungelen we onderaan in vergelijking met de andere Europese lidstaten, ook worden we volgens het CPB ruimschoots ingehaald door Zuid-Korea en China die wel investeren in schone energietechnologie.

Een Deen of Duitser zal het niet begrijpen. „Waarom vergroenen ze niet?”

Wij zijn verslaafd aan schadelijke hulpbronnen. Maar inzien wie daar eigenlijk belang bij heeft, doen we niet. Dat is de kracht van geoliede lobbygroepen: door het publiek worden ze niet herkend maar in de achterkamertjes van de politiek worden ze in ieder besluit impliciet erkend. Chapeau Shell, gefeliciteerd Gasunie, goed gedaan Eneco en Essent, jullie belangen beschadigen onze kinderen. Jullie zijn ons eigen Newtown.

Monique Samuel (23) is politicoloog en schrijver. Zij vormt samen met Sywert van Lienden, Rob Goossens en Rutger Lemm de Ferry’s, het politieke panel van nrc.next.