Een lesje Spaans is niet genoeg

Floor Sietsma begon op haar twaalfde aan een studie informatica en promoveerde vorige week op haar twintigste. Nu wil ze hoogbegaafde kinderen gaan helpen.

Floor Sietsma, Nederlands jongste doctor ooit, zat elf jaar geleden op een basisschool in Amsterdam Buitenveldert. Ze verveelde zich. „Mensen onderschatten hoe afschuwelijk het is om iedere dag sommetjes te maken die je al kunt”, zegt Sietsma. „Dat is echt vreselijk deprimerend.”

Vorige week promoveerde Sietsma op twintigjarige leeftijd aan de Universiteit van Amsterdam. Ze bouwde een wiskundig model dat grip biedt op de communicatie tussen mensen die elkaar niet volledig informeren, zoals blufpokeraars of mensen die een e-mail bcc versturen, dus zonder dat anderen daarvan op de hoogte zijn (blind carbon copy). In september begon Sietsma aan een nieuwe studie: pedagogische wetenschappen. Ze zou hoogbegaafde kinderen en andere uitzonderlijke kinderen willen helpen.

Zelf werd Sietsma gepest. Haar hoogbegaafdheid werd pas onderkend toen ze na lang aandringen een IQ-test mocht doen en buiten het meetbare bereik scoorde. Daarna behaalde ze klas 2 tot en met 6 van het vwo in één jaar thuis studeren. Als twaalfjarige begon ze haar studie informatica.

Sietsma beschouwt het superversnelde traject als haar redding, maar wil het niet alle hoogbegaafden aanbevelen. „Ik voelde me op mijn gemak tussen mensen van 18. Ik kon voor het eerst met andere mensen praten over computers en informatica. Andere hoogbegaafde kinderen hebben misschien wél vriendjes in hun eigen klas. Zij moeten op school geholpen worden.”

Hoe?

„Kinderen moeten het onderwijs krijgen dat ze nodig hebben op het moment dat ze daaraan toe zijn. Dat gebeurt bijvoorbeeld in het montessorionderwijs. En ik weet dat er in Soest een school is waar kinderen naar de juffrouw stappen en zeggen: ik wil dit leren.”

In Amersfoort en Beverwijk probeert de Onderwijsinspectie dergelijke scholen te sluiten.

„Deze is nog open hoor.”

Een hoogbegaafd kind moet leren waar het zelf om vraagt?

„Het moet vooral leren op zijn eigen niveau. Het is vreemd dat we in Nederland leeftijdklassen hebben. Zo van: jij bent 14 dus je moet zo ver zijn met wiskunde en zo ver met taal. Waarom moet iedereen op dezelfde leeftijd op dezelfde dag hetzelfde kunnen?”

Zijn problemen zonder pasklare antwoorden ook een goede manier om hoogbegaafde kinderen uit te dagen?

„Natuurlijk, maar ik denk dat het vooral belangrijk is om aan te sluiten bij de interesses en het niveau van het kind. Dat is zo mooi aan montessori. Als kinderen een jaar lang wiskunde willen doen, dan leren ze daar met een sneltreinvaart wiskunde. Probleem is dat dit uitgangspunt meestal maar deels wordt toegepast. In de middenbouw van de Buitenveldertse montessorischool mocht ik vooruitwerken tot aan het einde van groep 5. Toen ik daarmee klaar was, zat ik in groep 3 en mocht ik me nog eens 2 jaar gaan vervelen.”

Het aantal basisschoolleerlingen dat op basisscholen excellent presteert, is dalende. Hoe kan dat?

„Zonder uitdaging worden hoogbegaafde kinderen ongelukkig. Dat maak je niet goed met een middagje wiskunde of Spaans. De rest van de week zitten die kinderen zich nog steeds te vervelen. Ik begrijp de onderpresteerders. Als ik in de klas drie keer mijn hand opstak, keken de anderen mij scheef aan. Ik hield er dan gauw mee op.”

Jij werd gepest en stapte naar de leraar. Het antwoord was: het zal wel meevallen. Wat had er moeten gebeuren?

„De leraar had moeten praten met de pestkoppen. Dat had geholpen, want toen het via school alsmaar niet lukte, is mijn moeder gaan praten met een van de meisjes die mij pestte. Ze heeft haar uitgelegd hoe erg het voor mij was. Dat meisje is zo geschrokken dat ze een excuusbrief heeft geschreven en stopte met pesten.”

Bestaat het risico dat kinderen die al te nadrukkelijk in bescherming worden genomen als lieverdjes van de docent buiten schooltijd alsnog te grazen worden genomen?

„Ja, maar niks doen is sowieso geen optie. Deze leraar was een beetje bang van de ouders van de pesters. Dat waren nogal dominante types.”

Als hoogbegaafde kinderen meer aandacht moeten krijgen, dan zijn er meer mensen nodig. En dus ook meer geld.

„Niet per se. Als je net wat meer onderwijsmateriaal in de klas haalt, kunnen kinderen die de normale stof al snappen daarmee aan de slag. Mijn moeder heeft zelf boeken gekocht en is naar school gekomen om mij Spaans te leren. Hoeveel moeite was het voor de school geweest om een paar boeken aan te schaffen?”