'Dit overkomt me geen tweede keer'

SP-leider Emile Roemer was in de zomer de grote verliezer van de verkiezingscampagne. „Het was een harde leerschool”, vertelt hij Coen Verbraak, die hem op de voet volgde voor een televisiedocumentaire.

Nederland, 11-9-2012, Den Haag. Foto Maarten Hartman. NOS verkiezingsdebat in de hal van het Tweede Kamer gebouw. Samson en Roemer. PvdA S,P

De kamer is nog precies hetzelfde als een paar maanden geleden. En toch is de sfeer totaal anders dan in de zomer. Toen was deze ruimte – die vóór Roemer toebehoorde aan respectievelijk Jan Marijnissen, Hans van Mierlo en Joop den Uyl – de dampende machinekamer van de SP- verkiezingscampagne. Tientallen keren heb ik er gezeten toen ik Roemer volgde voor m’n documentaire Emile Roemer – tussen pieken en peilen. Dit was ook de plek waar Roemer in april 2012 ja zei tegen mijn verzoek om hem gedurende anderhalf, twee jaar met een camera te volgen, tot en met de verkiezingen en de formatie van een volgend kabinet.

Toen wist nog niemand dat twee dagen later het eerste kabinet Rutte zou vallen. De SP stond op dat moment hoger in de peilingen dan ooit: ver boven de 30 zetels. Dit zouden dus weleens historische tijden kunnen worden, dachten we allebei. Zowel voor de SP als voor Nederland „Nou, dat zijn het ook wel geworden”, zegt Roemer, met een spottend lachje. „Alleen in andere zin dan we toen dachten.”

Het is, zegt Roemer, „een leerzaam en confronterend jaar” geweest. „Je kunt alles over campagnes en campagnestrategieën lezen, maar sommige dingen kun je alleen maar leren door ze mee te maken. Het was voor mij en voor de SP uniek dat we geruime tijd zo verschrikkelijk hoog in de peilingen stonden. Daardoor werden we door vriend en vijand in de favorietenrol geplaatst. Voor ons een ongekende situatie. Hoe moet je daarmee omgaan? Rationeel weet je dan dat je vast de volle laag zult krijgen, van links en rechts. Maar zodra dat echt gebeurt beleef je dat toch echt anders dan je ooit had gedacht. Dat is ook wat ik met ‘confronterend’ bedoel. Met daaraan gekoppeld de overtuiging: dit overkomt me echt geen tweede keer.”

Begin dit jaar stond de SP even helemaal bovenaan in de peilingen. Jullie waren groter dan de VVD, en dus de mogelijke leverancier van de premier.

„Die premierspositie is me voortdurend aangewreven. Ik heb me dat zelf nooit aangemeten.”

U zag uzelf geen premier worden?

„Ik was daar niet mee bezig. Je houdt er rekening mee, maar concreter dan dat is het nooit geworden. Ik heb er wel serieus rekening mee gehouden dat wij in een regering zouden belanden. Dat heb ik lang als zeer reëel ervaren. Maar dat betekende niet dat de buit al binnen was. Want ik wist ook dat ik vanaf dat moment de man was om verslagen te worden.”

Toch leek het alsof jullie geloofden dat jullie die 37 zetels al min of meer binnen hadden.

„Dat was toch ook niet zo gek? We hebben lang ruim boven 30 zetels gestaan. Toen het kabinet in april viel, was dat nog steeds zo. En ja, dat wil je graag verzilveren. Ik was er van overtuigd dat we een flinke klapper zouden maken. Op gemeentelijk en provinciaal niveau hadden we ruimschoots laten zien dat we kunnen besturen. Naar mijn idee stond niks ons meer in de weg. Het ging alleen nog om de vraag: hoe verzilveren we dat? Hoe zetten we die sympathie om in zetels?”

Wat was daarbij de strategie?

„Achteraf kun je zeggen dat de nadruk misschien te veel heeft gelegen op ‘geen fouten proberen te maken’. Puur uit angst om diep te vallen. Terwijl we de sympathie voor de SP niet verdiend hebben vanwege onze voorzichtigheid. Dat is geen gelukkige keuze geweest.”

Met ‘over my dead body’ leek u een duidelijke lijn in het zand te trekken.

„Ja. Dat was een goede lijn. Alleen is er daarna gezocht of ik het wel echt meende. Of er geen sprankje twijfel bij mij zat. Terwijl ik er helemaal achter stond. Je moet blijkbaar zo verschrikkelijk precies formuleren. Zoiets overkomt je dus niet als je op acht zetels staat. Dit gebeurt alleen als je op 35 staat, een wijze les.”

Wat was het voor campagne?

„Een Idols-wedstrijd.”

Anders dan twee jaar geleden?

„Totaal anders. Het draaide nu vooral om hoe je elkaar het scherpst kon afrekenen op ditjes en datjes.”

En uw eigen positie was bovendien totaal anders.

„Oh zeker. Wat ik twee jaar geleden had – de frisse, verrassende nieuweling – was nu weggelegd voor Diederik Samsom.”

Heeft Diederik Samsom u verrast?

„Beslist. Ik wist wel dat hij een uitstekende debater is. Maar nu oversteeg hij zichzelf. Samsom heeft het ontzettend goed gedaan. Hij heeft de campagne uitstekend voorbereid en prima debatten gevoerd.”

Hoe vond u Rutte?

„Aanvankelijk vond ik zijn stijl open en verfrissend. Maar dat werd snel minder toen bleek hoe makkelijk hij een loopje met de waarheid nam. Al geloof ik dat dat een kortetermijstrategie is. Want zoiets blijft wel aan je kleven.”

Jullie aandacht was volledig gericht op Rutte. Hebben jullie niet veel te laat naar links gekeken?

„Een terechte vraag. Ik heb twee jaar lang geprobeerd een linkse samenwerking tot stand te brengen. Want onze politieke tegenstand lag in het neoliberalisme. Dus bij Rutte. In mindere mate bij het CDA en de PVV. En al helemaal niet bij de PvdA.”

En toen werden jullie opeens links ingehaald.

„Samsom bleek niet te stuiten. En hij had het tij mee. Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam bleek dat er in die laatste weken ongeveer nul negatieve publicaties over Samsom zijn verschenen, terwijl Rutte en ik vrijwel uitsluitend negatieve kritieken kregen. Zo werkt het in campagnes, daar moet je op voorbereid zijn. Voor je eigen inzet ben je zelf verantwoordelijk, op de rest heb je weinig invloed.”

Terwijl de PvdA begin dit jaar nog op 13 zetels stond.

„Ja, het kan raar lopen.. Maar als je toch ziét wat er nu gebeurt… Vanuit hun oppositierol hebben ze een heel links verkiezingsprogramma geschreven. Bewust, om ons de wind uit de zeilen te nemen. Je ziet, nu ze bijna overal ja tegen zeggen, dat dat voor een belangrijk deel voor de bühne was. Ze leveren meer in dan ik ooit van mijn leven gedaan zou hebben. Een pure verloochening van hun standpunten. Op de meest wezenlijke punten is het werkelijk om te huilen wat er nu gebeurt: de WW, de ontslagbescherming, de marktwerking in de zorg, één miljard bezuinigen op ontwikkelingshulp… Hier wordt een reuzenzaag in de fundamenten van de sociaal-democratie gezet.”

En toch heeft de PvdA de zetels die voor jullie leken klaar te liggen bijna allemaal weten op te snoepen.

„Omdat mensen strategisch stemden. Onze sympathie is terechtgekomen bij het stembiljetbolletje van een ander.”

Maurice de Hond heeft u en Jan Marijnissen vooraf gezegd: ‘hou je in de campagne alleen met de verkiezingen bezig en niet met de formatie daarna. Anders wordt het vlees noch vis’. Was dat een goede analyse?

„Ja. Daar had hij gelijk in.”

Had u meer uitgesproken moeten zijn?

„Het zijn afwegingen die je tijdens zo’n campagne maakt. Je wilt laten zien dat je een constructieve instelling hebt, dat de SP prima kan meeregeren. Ik heb gezegd: ‘ook de SP zal compromissen moeten sluiten’. Zonodig water bij de wijn moeten doen. Zolang de wijn maar te drinken blijft. We hebben de scherpe randjes misschien te veel weggeschaafd.”

Welke scherpe randjes dan?

„Bijvoorbeeld de AOW. Mensen dachten: ‘wat krijgen we nou? Waarom is er nu ineens een ander AOW-standpunt?’ De nieuwe AOW-plannen waren helaas al door de Kamer. Ons voorstel was een échte verbetering ten opzichte van dat nieuwe AOW-beleid, dat hadden we beter moeten benadrukken. Aan de andere kant: het zit ’m niet in dit soort dingen. Als wij in de peilingen hoog waren blijven staan dan had niemand er aanstoot aan genomen.”

Samsom bereidde zich secuur voor op de debatten, inclusief rollenspelen. Waarom deden jullie dat niet?

„Dingen moeten bij je passen. Ik kan daar alleen maar als mezelf staan. Als ik ga opdreunen wat anderen er bij mij instampen, dan ben ik mezelf niet. Ik stort me erin, met alles wat ik in me heb.”

Verwijt u uzelf iets?

„Zeker. Ik ben kopman van deze partij en dus verantwoordelijk voor het resultaat. Natuurlijk had ik graag meer zetels binnengehaald dan we nu deden. Maar ik heb me gegeven voor wat ik waard ben. Niet anders dan twee jaar geleden. Alleen was het nu een veel hardere campagne. De rol van de media was totaal anders. Ik ben nooit eerder als seriemoordenaar in een maandblad afgebeeld. Aan die nieuwe situatie hebben we ons niet snel genoeg weten aan te passen.”

Ik herinner me dat toen u die foto op de Quote zag letterlijk een paar seconden naar adem stond te happen. U ging daarna even op de gang staan om af te koelen.

„Vriend en vijand vonden dat een schandalige actie. Hoe haal je het in je hoofd om iemand als seriemoordenaar weg te zetten? Ook Bernard Wientjes pakte stevig uit, noemde ons ‘een ramp voor Europa’. Dat gaat heel ver. We zijn nota bene met het MKB het land ingetrokken. Allemaal in harmonie. En opeens is de SP een ramp voor het midden- en kleinbedrijf. Het zijn harde verwijten, die we harder hadden kunnen counteren. Gewoon benoemen dat Wientjes voor het VVD-karretje wordt gespannen. We zijn groot geworden door duidelijk taal te spreken, dat moeten we doorzetten.”

Vervolgens kwam de Telegraafmachinerie op stoom. Had u zich daarop ingesteld?

„Nee, zoiets weet je niet van tevoren. Ze kwamen met een feitencheck, vroegen waar wij onze gegevens vandaan hadden. We noemden keurig onze bronnen, waaronder het CBS. Staat er de dag daarop toch gewoon: Roemer jokt. Dat is zo goedkoop…” Ostentatief zijn schouders ophalend: „Maar goed, ik ga niet zielig lopen doen. Blijkbaar hoort dit er allemaal bij.”

Toen ik u de documentaire liet zien zei u na afloop: ‘wat zou ik het graag allemaal over doen’. Wat zou u dan anders doen?

„Het is zinloos om je eigen psycholoog te gaan uithangen. Maar laat ik één ding noemen: ik had altijd gedacht dat media graag willen dat je eerlijk antwoord geeft. Het is mij duidelijk geworden dat je soms maar beter niet vanuit je hart kunt antwoorden. Dat wordt namelijk onmiddellijk tegen je gebruikt. Er werd mij doorlopend gevraagd: ‘was het wel goed genoeg wat u deed? Kon dat niet beter?’ Zodra je zegt dat sommige dingen inderdaad beter hadden gekund, lig je al op de slachtbank. Velen wijzen steeds naar het premiersdebat. Ik denk dat veel mensen thuis het ook niet begrijpen: Rutte staat te liegen in het debat en ik word er op afgerekend. Misschien zou ik dat moment ook nog wel eens over willen doen.’

Dat is een kantelmoment geweest.

„Dat is er later door sommigen van gemaakt. Als je dat moment terugziet, dan valt je op dat er eigenlijk niks gebeurt. Als er al iemand iets te verwijten valt, dan geldt dat toch voor degene die liegt.”

Maar het kwaad was toen geschied.

„Omdat de nadruk kwam te liggen op mijn optreden in plaats van op de leugens van Rutte. Dan valt er bijna niet meer tegen te vechten.”

Wist u toen: dit is een verloren race?

„Ik wist wel dat het moeilijk zou gaan worden. Op enig moment hoop je dat het snel 12 september wordt. De laatste twee debatten verliepen volgens analisten heel goed. Maar het mocht niet meer baten. Je loopt hopeloos achter de feiten aan. In elk programma waar ik kwam was ik mezelf continu aan het verdedigen. Daar is geen kruid tegen gewassen, vooral niet als je ziet dat het beeld van stijgers en dalers door iedereen wordt overgenomen.”

Wat het extra moeilijk maakte is dat jullie eigenlijk geen Plan B hadden.

„Natuurlijk speel je in op de omstandigheden en bekijk je elke dag de strategie en de campagne, wij zijn niet gek. We gingen voor de winst, voor een enorm goede score. De vraag is hoeveel je in die laatste paar weken nog kunt veranderen. Je loopt al snel achter de feiten aan en op de beeldvorming kun je amper grip krijgen.”

We filmden u tijdens een bezoek aan De Wereld Draait Door. Voorafgaand aan de uitzending vertelde Maurice de Hond dat je van 23 naar 20 zetels gezakt was. Tijdens het programma werd u vervolgens keihard aangepakt door een gelegenheidstribunaal, met onder meer Peter R. de Vries en Sywert van Lienden. Na afloop in de auto naar Sambeek had u het heel zwaar.

„Dat had alles met die uitzending te maken. Wat daar gebeurde ging heel ver, dat zeggen de betrokken inmiddels zelf ook.” Zich afwendend: „Maar ach, het is gewéést, hier moet je blijkbaar tegenkunnen.”

Wat is de moraal van het verhaal?

„De campagne was een harde leerschool. Ik ben er veel wijzer van geworden, wij komen hier sterker uit. Het zou ook mooi zijn als sommige journalisten straks onder de kerstboom eens eerlijk zouden nadenken over de vraag of dit nou de manier is om verkiezingscampagnes te verslaan.”

Heeft u op die dramatische verkiezingsavond overwogen om ermee te stoppen?

„Geen moment. Nee joh! Ik ben hier alleen maar sterker van geworden. Ik doe dit met een ideaal: ik wil met de SP iets betekenen voor andere mensen.”

Komt uw kans nog een keer?

„Absoluut, zeker als je ziet wat dit kabinet allemaal voor plannen heeft. Kijk even naar Mark Rutte. Twee jaar geleden stond hij op 12 zetels. Nu had hij er 41. Wie heeft het nu nog over die 12 van toen? Zo werken die dingen. Dat is politiek. Let maar op: onze tijd komt nog wel. Ze zijn nog lang niet van ons af.”

Emile Roemer – tussen pieken en peilen, zondag 23 december, VARA, Nederland 1, 23.10 uur. Morgen op Media: recensie

    • Coen Verbraak