De zorg is een markt, maar het salaris niet

Bestuurders in de zorg vechten bij de rechter hun nieuwe salarisplafond aan. Ze willen hun eigen code behouden. „Waar houdt dit op?”

Moeten zorginstellingen zich houden aan een wettelijk salarisplafond? Die vraag stond gisteren in de Haagse rechtbank centraal bij een kort geding van zorgbestuurders tegen de staat.

De Vereniging van bestuurders in de zorg (NVZD) stelt dat zorginstellingen zelf de hoogte van de beloningen kunnen bepalen. Over anderhalve week wordt de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht, die een maximum stelt aan salarissen in de (semi-)publieke sector.

Voor de vereniging is het een principekwestie. De zorgbestuurders willen niet worden weggezet als ‘graaiers’ en onderschrijven de wens van parlement en samenleving om „excessieve” beloningen aan banden te leggen. Maar ze vinden dat de „private” zorgsector, waarin sprake is van een „zekere marktwerking”, dat zelf moet doen – en dus niet de overheid. De vereniging vertegenwoordigt ruim achthonderd zorgbestuurders, driekwart van het totaal.

De NVZD wijst erop dat de sector een eigen beloningscode heeft die niet veel afwijkt van de WNT. Volgens Marry de Gaay Fortman, advocaat van de vereniging, voldeed afgelopen jaar ruim 95 procent van de nieuwe salarissen aan die norm. Zij beschouwt dat als het bewijs dat de „actieve zelfregulering uitstekend” werkt. De NVZD wil dat de eigen beloningscode in de nieuwe wet wordt „verankerd”. De WNT tast de autonomie van de sector aan, vindt ze.

Volgens landsadvocaat Sandra van Heukelom-Verhage is daarvan geen sprake. „De WNT stelt alleen een maximum aan de beloningen van bestuurders, voor de rest kunnen de zorginstellingen doen met hun geld wat zij willen.”

Het bevreemdt de NVZD dat zorgverzekeraars onder een minder zwaar regime vallen. De Gaay Fortman: „Wij opereren in dezelfde sector als zorgverzekeraars en zij worden net als zorginstellingen bekostigd uit zorgpremies. Moet een wegenbouwer die een weg bouwt in opdracht van de overheid zich straks ook aan de WNT houden? Waar houdt dit op?”

Maar volgens de landsadvocaat begeven de verzekeraars zich in een „concurrerende markt” en worden zij slechts „ten dele” met belastinggeld bekostigd. „Zorginstellingen zijn de eindontvangers van publieke middelen en dus semi-publiek.”

De WNT moet een einde maken aan de maatschappelijke discussie over hoge topinkomens in de (semi-)publieke sector, zegt Van Heukelom-Verhage. De landsadvocaat wijst erop dat bijvoorbeeld bestuurders van woningcorporaties, scholen en – inderdaad – zorginstellingen zich aan de nieuwe normen zullen moeten houden. „Ook de bestuurders die niet bij de NVZD zijn aangesloten.”

De uitspraak is op 11 januari.