De Maya's weten van niks

Het einde van een tijdvak zorgt in alle culturen voor opwinding, bij de Maya’s was dat niet anders. En daarna telden ze gewoon door.

Redacteur Wetenschap

Vandaag is het zover. De continenten breken, er vallen stortregens van asteroïden, tsunami’s overspoelen de kusten. Tenminste, zo stelden de makers van rampenfilm 2012 (2009) het einde der tijden voor. Dat einde, op 21 december 2012, zou zijn aangezegd door de Maya’s van Midden-Amerika.

Volgens de zogenoemde Lange Telling van de oude Maya-kalender is het vandaag ‘13 Baktun 4 Ahau 8 Cumku’. Ofwel 13.0.0.0.0. – het einde van Baktun 13, de dertiende cyclus van 144.000 dagen (394,26 jaar) sinds het begin van de Maya-jaartelling (omgerekend 11 augustus 3.114 v. Chr.).

Bij de Maya’s van Mexico, Guatemala en Belize is de Lange Telling al lang geleden in onbruik geraakt. Maar het denkbeeld dat de periodiek terugkerende rij nullen op de Maya-kalender meer is dan het einde van een cyclus en samenvalt met het einde van de wereld is springlevend.

En een heel recent idee.

Het werd voor het eerst geopperd in 1975, door Frank Waters (1902-1995). Deze Amerikaanse auteur van esoterische boeken, die van zijn indiaanse vader een passie voor de spirituele tradities van inheems Amerika erfde, ontleende zijn kennis van de Maya-kalender aan een standaardwerk van antropoloog Michael Coe uit 1966, The Maya. Waters bedacht er een mythologisch verhaal bij over vijf tijdperken en het begin van een zesde – zonder enige basis in de Maya-traditie.

In 1975 verscheen nog een esoterisch boek, ditmaal van de Amerikaanse broers Dennis en Terence McKenna, pleitbezorgers van het gebruik van natuurlijke, geestverruimende middelen. De titel was al een trip: The Invisible Landscape – Mind, Hallucinogens and the I Ching. Zij noemden de einddatum van Baktun 13 „een gelegenheid voor grote transformaties”.

Met Maya-tradities had ook dit niets te maken, maar het zette de deur open voor zowel helse als hemelse versies van de apocalyps.

De Lange Telling wordt door de Maya’s niet meer gebruikt. „Hij hoorde bij de bloeitijd van de Maya-cultuur”, zegt de Nederlandse antropoloog en Maya-deskundige Ruud van Akkeren, die afwisselend in Nederland en in Guatemala woont. „In de eerste acht eeuwen van onze jaartelling, de zogenoemde Klassieke Periode, bestond het cultuurgebied van de Maya’s uit enkele tientallen stadstaatjes, bestuurd door koningen en priesters. In de negende eeuw raakten de stedelijke centra in het laagland van Yucatán en Petén ontvolkt, maar aan de kust en in het hoogland van Guatemala bleven nog enkele eeuwen steden met tempelpiramides bestaan.”

De Lange Telling en het hiëroglyfenschrift waarin Maya-schrijvers die noteerden, raakten vervolgens in onbruik.” Na 1250 is er, voor zover bekend, nooit meer een lange telling opgeschreven. Als archeologen en antropologen hem in de vorige eeuw niet hadden gereconstrueerd, had er nooit een haan gekraaid naar 21 december.

De cycli van de Maya-kalender uit de Klassieke Periode zijn veelvouden van 20 en 13. Van Akkeren: „Voor 20 ligt de verklaring voor de hand: we hebben tien vingers en tien tenen, en het woord voor 20 betekent ook ‘mens’.”

Jaren van 260 dagen kom je alleen in Midden-Amerika tegen. Daar is ooit de maïs gedomesticeerd en de 260-daagse kalender valt samen met de groeitijd van maïsplanten. Bovendien komt die periode ongeveer overeen met de tijd dat een kind in de baarmoeder groeit. Dat is eigenlijk 270 dagen, maar het komt in de buurt. „De Maya’s dachten dat de mens is geschapen uit maïs”, zegt Van Akkeren. „Vandaar die 260. Omdat ze geen 10-tallig maar een 20-tallig stelsel hadden, is daar die 13 uitgerold.”

Onder Mayanisten is al lang bekend dat de Maya’s gewoon doortelden na het dertiende baktun (een cyclus van 394 jaar). Ze kenden zelfs een periode van 20 baktun, een pictun. Dertig jaar geleden werd in de ruïnestad Palenque, in het zuiden van Mexico, een steen gevonden waarop koning Pakal (603-683) had laten opschrijven dat zijn troonsbestijging in 4772, bij de eerste pictun-wisseling sinds het jaar nul, zal worden herdacht.

De Maya’s stelden zich dus een toekomst voor ver na Baktun 13. Er zijn maar twee inscripties gevonden die melding maken van 21 december 2012. De belangrijkste is te vinden in de ruïnestad Tortuguero, in de Mexicaanse deelstaat Tabasco. De tekst is beschadigd, maar in wat nog leesbaar is, wijst niets op een ‘eindtijd’.

Die apocalyptische voorspelling is dus een combinatie van archeologische kennis – over de Lange Telling – en fantasieën van westerse esoterici. Van Akkeren maakt wel een kanttekening: „In alle culturen houdt men aan het einde van een tijdvak zijn hart vast. Denk maar aan de nadering van het jaar 2000. Dat deden de Maya’s ook. Met de afloop van zo’n lange cyclus van 394 jaar kreeg je als gewone sterveling zelden te maken. Maar men rekende ook in cycli van 52 jaar en zo’n periode liep in ieders leven weleens af. Dan vroegen de Maya’s zich ongerust af: ‘zou er wel een nieuwe cyclus beginnen’? Als dat niet zo is, schreven ze, zal de zon niet meer opkomen, zal het voor altijd donker blijven en komen de demonen uit de hemel om ons op te eten.”

Bij kalenderovergangen werd stilgestaan, zegt Van Akkeren. Het waren momenten van bezinning. Zo wijdde men een nieuwe stad in aan het begin van een nieuwe cyclus.

Maya’s in Guatemala hebben dan ook moeite met pogingen van de regering om 21 december toeristisch uit te buiten, onder meer met een grote lichtshow in de oude Maya-stad Tikal. „Voor hen is het een spiritueel moment.”

    • Dirk Vlasblom