De lessen voor Weekers

Zelden zal een bewindspersoon zoveel as op het eigen hoofd hebben gestapeld als staatssecretaris Frans Weekers (Financiën, VVD) gisteren in de Tweede Kamer.

Weekers, politiek de eerst verantwoordelijke voor de Belastingdienst, moest zich in de Tweede Kamer verantwoorden omdat hij een vriendendienst had aanvaard. En wel van zijn partijgenoot Jos van Rey: voormalig Roermonds wethouder en ex-senator tegen wie het Openbaar Ministerie een corruptieonderzoek is begonnen, en die bij de laatste verkiezingen de financiering van een grote reclamezuil voor Weekers verzorgde.

Is het staatsrechtelijk al twijfelachtig dat een bewindsman een cadeau van een dergelijke omvang aanneemt van een Eerste Kamerlid dat geacht wordt de regering te controleren, ook overigens was het vragen om moeilijkheden. Samen te vatten in de oer-Nederlandse uitdrukking: voor wat, hoort wat.

Dus was het verdacht dat Van Rey zich vervolgens schriftelijk tot de staatssecretaris wendde of hij een uitweg wist voor fiscale problemen waarmee hij worstelde. Dus was het verdacht dat van de circa 3.000 brieven die de staatssecretaris van Financiën jaarlijks van belastingbetalers krijgt, uitgerekend deze werd afgehandeld door de op een na hoogste ambtenaar van de Belastingdienst. Dus was het verdacht dat Roermond de voorkeur leek te krijgen boven Venlo als vestigingsplaats voor de regionale inspectie van de Belastingdienst.

Wie zo denkt, maakt zich schuldig aan complotdenken, meende Weekers deze week nog. Maar ook deze aantijging viel gisteren onder het rijtje mea culpa’s waarmee hij de Tweede Kamer gisteren tegemoet kwam.

Ja, gaf Weekers toe, hij had beter moeten doorvragen toen Van Rey hem het aanbod van de reclamezuil deed. Ja, hij had de afspraak daarover schriftelijk moeten vastleggen. Zeker, hij had eigenlijk de conclusie moeten trekken dat deze campagneactie geen goed idee was. Want hij was helemaal niet uit op voorkeurstemmen, als nummer 8 op de VVD-lijst. Dat het ging om een zuil van 35 meter hoog en een bord van 9 bij 12 meter geheel gevuld met zijn foto, wilde nog niet zeggen dat het om een persoonlijke campagne ging. Natuurlijk, de gerezen onduidelijkheden zijn alleen hem aan te rekenen. Tot zover het stof waardoor Weekers kroop.

Politiek van belang was dat de staatssecretaris de Tweede Kamer ervan overtuigde dat hij niet op persoonlijk voordeel uit was en dat er van dubieuze invloed op zijn beleid geen sprake was. Daarmee behield hij het vertrouwen.

Resteert een miezerige affaire die van grote knulligheid getuigt. Weekers zei „harde lessen en ook een wijze les” te hebben geleerd. Dat is inderdaad zeer te hopen.