De digitale krantenlezer wil betalen

Voor veel kranten was 2012 een moeizaam jaar. Maar niet in Azië, blijkt uit het jaarrapport van de World Association of Newspapers.

Meer dan een derde van de wereldbevolking van 7 miljard mensen leest regelmatig een papieren krant. Dat is meer dan de inwoners van China en India samen. Per dag verspreiden alle dagbladuitgevers ter wereld samen 512 miljoen kranten, ruim 1 procent meer dan vorig jaar. De World Association of Newspapers (WAN) verspreidt de cijfers graag. Altijd maar die negatieve verhalen over dagbladen.

De groei die de WAN eind november trots presenteerde in zijn jaarlijkse World Press Trends-rapport, komt vooral uit het Verre Oosten. „De groei in Azië compenseert de dalende oplagen elders”, aldus de WAN. Elders, dat wil zeggen: in Noord-Amerika en Europa. Daar was 2012 opnieuw een moeizaam jaar voor veel kranten. Vele honderden journalisten raakten het afgelopen jaar hun baan kwijt. En zeker in Europa zijn de problemen nog niet voorbij.

„De crisis duurt al een paar jaar”, zegt Renate Schroeder, directeur Europa van de International Federation of Journalists (IFJ). „Maar dit jaar worden ook sectoren geraakt die minder kwetsbaar leken voor de problemen op de advertentiemarkt en de overstap van vooral jonge lezers naar gratis digitale media. De Duitse dagbladen bijvoorbeeld leken immuun voor de crisis.”

De IFJ en zijn Europese afdeling European Foundation of Journalists (EFJ) weten niet precies hoeveel krantenredacteuren het slachtoffer zijn geworden van reorganisaties. De EFJ hield een Europees overzicht bij, maar is daarmee in 2008 gestopt. „We gaan komend jaar weer beginnen”, zegt een woordvoerder van de EFJ. „Maar het is een nogal deprimerende klus.” Volgens de woordvoerder is de crisis groter dan sommige cijfers suggereren: zo wordt het aantal freelancers dat hun contract verliest vrijwel nooit geteld.

Waarom komen reorganisaties bij kwaliteitskranten als The Guardian en El País nu in het nieuws? Allereerst, het zijn beroemde titels. Nieuws over een bekende Britse of Spaanse krant is ook medianieuws in Nederland. Ten tweede konden zij lang teren op de gouden tijden van vroeger, maar is hun roem – en de trouw van lezers en adverteerders – niet eeuwig. Zij hebben nu ook last van de krimpende advertentiemarkt (-5,2 procent in het eerste half jaar van 2012 ten opzichte van dezelfde periode in 2011, aldus het Amerikaanse onderzoeksbureau Nielsen; in Azië groeide de advertentiemarkt voor kranten met 2,9 procent). Ten derde, de hoge investeringen in digitale activiteiten hebben zich nog niet terugbetaald. En tot slot, sommige kwaliteitskranten lijden onder de financiële capriolen van hun moederbedrijven. Prisa bijvoorbeeld, het concern achter El País, kan zijn miljardenschuld niet meer herfinancieren.

„De verschillen in Europa zijn groot”, zegt Schroeder (IFJ). „In Duitsland is de dagbladsector nog sterk, ondanks het einde van de Frankfurter Rundschau en de Financial Times Deutschland. In Italië doen landelijke kranten het nog redelijk en zitten de problemen vooral bij lokale media. Maar in Spanje en Groot-Brittannië is de situatie net zo dramatisch als in de VS.” Daar zijn kranten afhankelijker van reclame dan hier. De crisis op de advertentiemarkt raakt dagbladen dan ook harder.

Voor Spanje zijn wel exacte cijfers bekend. Het ‘Crisisobservatorium’ van journalistenfederatie FAPE meldt dat sinds het uitbreken van de crisis 8.822 banen bij media verloren gegaan, waarvan bijna de helft (3.879) in 2012. En 71 media zijn sinds november 2008 gestopt. In maart viel bijvoorbeeld het doek voor de nationale krant Público.

Des te opvallender was het positieve artikel in The Economist eerder deze maand. Het Britse weekblad – dat eerder nog min of meer het einde van de gedrukte pers afkondigde – ziet de inkomsten uit abonnementen en losse verkoop bij kranten in de VS stabiliseren. Dankzij succes online. Kranten kiezen niet langer voor advertenties als inkomstenbron voor hun digitale activiteiten maar richten zich op hun lezers. De betaalmuur wordt gemeengoed: wie digitaal nieuws wil lezen moet betalen. Ook in Europa wint die gedachte terrein. De Belgische nieuwsmedia maakten vorige week bekend dat zij samen één kassa ontwikkelen voor al hun websites. En in Nederland werken de meeste dagbladuitgevers samen in het project Newz: dat wordt een gezamenlijke databank van krantenartikelen die uitgevers commercieel kunnen exploiteren.

The Economist noemt drie redenen waarom de paywall nu een succes is. De techniek is beter dan enkele jaren geleden. Nu is het eenvoudig om ‘lekke’, flexibele betaalmuren te maken: lezers kunnen X artikelen gratis lezen en moeten daarna betalen. In de VS zijn kant-en-klare systemen op de markt (Press+ bijvoorbeeld). Ook is er een aansprekend succes: The New York Times en zusterkrant The International Herald Tribune hebben circa 600.000 betalende digitale lezers. Verder helpt het succes van smartphones en tablets de krantenuitgevers. Mobiele gebruikers lijken daadwerkelijk bereid te betalen voor informatie. Meer dan de bezoekers van gratis nieuwssites in ieder geval.

„Gratis is nooit een goed verdienmodel geweest”, zegt Schroeder (IFJ). Volgens haar kan het Amerikaanse succes ook werken in Europa, hoewel veel kranten hier al meer inkomsten uit abonnementen halen dan uit advertenties. Ze waarschuwt dat lezers alleen willen betalen aan kranten die onderscheidende kopij leveren. Dat geldt misschien nog wel sterker digitaal. „Uitgevers blijven bezuinigen, bezuinigen, bezuinigen. Zo daalt de journalistieke kwaliteit steeds verder. Op een gegeven moment willen lezers niet langer betalen voor die kopij, omdat wat hun krant biedt niet langer uniek is.”

    • Jan Benjamin