Afscheidsbrief aan de natie van premier Mark Rutte

VVD-vrienden, lezers, landgenoten,

Dit is het dan. We gaan eraan. Net één dag voor het begin van het kerstreces kapt de wereld ermee. Het is dan ook niet alleen tegen de leden van mijn partij of tegen mijn kiezers, maar tegen iedereen die de wereld een warm hart toedraagt dat ik zeg: wat een domper.

Hoewel ik begrijp dat – zeker op een dag als vandaag – de media in de eerste plaats mij verantwoordelijk stellen voor dit abrupte einde, wil ik op deze plek toch even stilstaan bij de achterliggende gedachte van de apocalyps.

Allereerst: het was natuurlijk niet de makkelijkste verkiezingsuitslag. Twee partijen met nauwelijks verenigbare programma’s werden door de kiezer gedwongen samen te werken. Dat heet democratie, en dat is iets prachtigs. Zoals het Catshuisoverleg prachtig was, en het Lenteakkoord, en het gastoptreden van Frits Bolkestein op de verkiezingsavond: allemaal onbegrijpelijke gevolgen van dat ene prachtige gegeven – democratie.

Wil de meerderheid L.A. The Voices, dan krijgt de meerderheid L.A. The Voices, dat is democratie en dus prachtig. Zeggen ze.

Maar democratie is ook: geven en nemen. In een parlementaire democratie als de onze staat het compromis op een schild, onaantastbaar, hoog verheven boven principes en beloftes. Dat je moet samenwerken – op partijavondjes hebben we het weleens over collaboreren (lachend, dat wel) – met, ik zal maar zeggen, ‘types zonder stropdas’, dan begrijpt u het verder wel. En ja, er zijn fouten gemaakt in de coalitievorming, ook door mij. Het inkomensafhankelijk maken van de zorgpremie was een vergissing, een kolossale blunder, een misser van mythische proporties, een flater van ongezien formaat. Je kunt de sterkste schouders immers ook te zwaar belasten. Hetzelfde geldt voor de steun aan Griekenland: sorry. Dom. ‘Eerlijk zullen we alles delen’ is een fijn lied, zolang ‘alles’ beperkt blijft tot suikergoed en marsepein.

Het was mijn laatste fout, daar was ik van overtuigd. Nu, vandaag, moet ik concluderen dat er nog een dingetje is misgegaan. In ruil voor een korting op de ontwikkelingshulp (yes!) heb ik destijds in de coalitiebesprekingen ook wat moeten inleveren. Met de kennis van nu begrijp ik dat dat nooit had mogen gebeuren op een voor mijn partij zo wezenlijk punt als het voortbestaan van de aarde. Nogmaals, een parlementaire democratie bestaat uit geven en nemen. Hier heb ik een beetje veel gegeven. Mijn moeder zou zeggen: jongen, het is niet het einde van de wereld.

Tja.

We’ll meet again.

Cheerio! Mark.

Opgetekend door Frank Heinen