Jezus Christus, wie is dat eigenlijk?

Soms lijkt het alsof confucianistisch en communistisch China werkelijk Jezus heeft ontdekt. Ieder gebouw met pretenties, alle winkelcomplexen en hotels zijn sinds half november versierd met plastic Kerstgroen, lichtgevende sterretjes, sledes en baardige mannetjes, allemaal made in China. De echt bijbelse taferelen, zoals het stalletje met kribbe en kind, ontbreken.

Serveersters in restaurants giechelen bij aankomst en vertrek een tekst die neerkomt op ‘Merry Christmas’ en niet alleen naar de buitenlandse gasten. In de grote winkelstraten klinkt muzak die een vage overeenkomst heeft met Stille Nacht, Heilige Nacht. Het spreekt dat, net als op de Grote Markt van Brussel, ook in China de moderne kerstboom van kubistische lichtbakken in opmars is. De sfeerloze monsters zijn van Chinese makelij.

Zijn de Chinezen meer ‘in Jezus’?. Die indruk is bedrieglijk, zeker in de grote steden. Ondanks alle aandacht voor Kerstmis is het met de kennis van het verhaal zelf slecht gesteld, laat staan dat het verschil tussen protestanten, katholieken en joden duidelijk is.

Zelfs mijn lerares Chinees, getrouwd met een Nederlander, weet eigenlijk niet wie Jezus is. Voor mij is het een goede taaloefening om het verhaal van Maria en Jozef en hun gang naar Betlehem in het Mandarijn te vertellen.

Gebrekkige bijbelkennis is een product van het Chinese onderwijs waar kinderen nog steeds leren dat religie „onwetenschappelijke nonsens” is, of zoals Marx zei, opium voor het volk. Dat neemt niet weg dat er een religieus aspect zit aan de opmars van het kerstfeest in China. Volgens officieuze tellingen is het aantal praktiserende christenen de afgelopen 15 jaar verviervoudigd naar 120 miljoen gelovigen. In steden als Wenzhou, dat met bijna 2.000 kerken het Jeruzalem van China wordt genoemd, heerst een blije, stichtelijke sfeer. En de officiële kerken in Shanghai, Guangzhou en Beijing zitten op Kerstavond en de dagen daarna vol, iedere plek is al gereserveerd.

Van de Amerikaanse Shanghaier Tom Doctoroff, auteur van ‘Miljarden’ en ‘Wat willen de Chinezen?’, is de constatering dat Chinezen Jezus simpelweg zien als een van de vele goden, als een heilige die voor de zekerheid aanbeden moet worden om allerlei vormen van rampspoed te voorkomen. Pragmatisme is de Chinezen niet vreemd als het gaat om het veiligstellen van een rijke en gezonde toekomst.

Natuurlijk speelt ook de commercie een grote rol. In de donkere dagen voor Kerst is een lang koopseizoen begonnen dat zich via oud en nieuw zal uitstrekken tot begin februari als de Chinese nieuwjaarsvakantie begint.

De eerste week van het Chinese Nieuwjaar was traditioneel de periode waarin grote aankopen (huis, auto, diamanten trouwringen gouden horloges en kettingen van jade) werden gedaan, maar de Chinese middenstand probeert met alle mogelijke middelen het publiek te verleiden daar eerder mee te beginnen.

Boodschappen doen tijdens de Kerstdagen, gaan lunchen of dineren in met dennentakken versierde restaurants, waar de bediening rondloopt in ‘Kerstkledij’, wordt gepresenteerd als de ‘moderne manier van leven’. Wie daaraan meedoet laat zien van deze tijd te zijn, over de zo begeerde internationale oriëntatie te beschikken en geslaagd te zijn in het leven of ambities daartoe te hebben. Het kerstfeest vieren op z’n Chinees is dan ook vooral een bevestiging van status, van mianzi, het hebben of verwerven van aanzien. Confucius, die leefde in 500 na Christus en van wie dit begrip afkomstig is, zou de opmars van Kerstmis in zijn land vast hebben goedgekeurd.