Zo legde Australië in de jaren negentig het vuurwapenbezit aan banden

Norm Legg, medewerker van het opkoopprogramma voor wapens, toont in 1996 aan de fotograaf van AFP een soortgelijk geweer waar Martin Bryant een paar maanden eerder 35 mensen mee doodschoot. Foto AFP / William West

Gisteren maakte Obama bekend dat zijn regering in januari met ‘concrete voorstellen‘ komt om het vuurwapengeweld in de VS aan te pakken. Wellicht kan Obama een voorbeeld nemen aan Australië, waar het vuurwapengeweld na een massamoord in 1996 met succes werd aangepakt.

Op 28 april 1996 toog de 28-jarige Martin Bryant, gewapend met twee half-automatische geweren, naar Port Arthur op het eiland Tasmanië. In een herberg schoot hij een ouder echtpaar dood en bij een vervallen gevangenis in het dorp, een toeristenattractie, opende hij het vuur op de aanwezige toeristen. In totaal kwamen 35 mensen om het leven en raakten negentien personen gewond. De gebeurtenissen bij Port Arthur gingen de geschiedenisboeken in als de grootste massamoord ooit in Australië.

Slechts twaalf dagen na het drama maakte premier John Howard bekend - gesteund door de publieke opinie - dat het wapenbezit in Australië aan banden werd gelegd. Deelstaten mochten niet meer zelf over wapenwetten beslissen en alle automatische en semi-automatische wapens werden verboden. Voor andere vuurwapens werd een vergunning- en registratieplicht ingevoerd. En, nog belangrijker, de Australische overheid voerde een opkoopprogramma in. In totaal werd er 300 miljoen Australische dollar (240 miljoen euro) besteed om 700.000 wapens van de markt te halen.

De aanpak had succes, aldus de BBC in onderstaande reportage. Tussen 1978 en 1996 waren er 13 massaschietpartijen. Tussen 1996 en 2012 geen één.

http://www.youtube.com/watch?v=eVfdvDxjmCk

    • Lex Boon