We zijn even afgeleid

Inflatie is, zo heet het, een geniepige vorm van belastingheffing. Een regime in financiële problemen laat de geldpers wat sneller draaien en slaat twee vliegen in één klap: er is plots genoeg geld om overheidsuitgaven mee te doen, en de resulterende inflatie holt de staatsschuld uit ten koste van spaarders. Dat kan niet lang goed gaan, en doet het dan ook vaak niet.

In Nederland gaat dat anders. Het verhogen van de inkomsten met btw en accijnzen is een van de gemakkelijkste manieren om de overheidsinkomsten te vergroten. Hooguit is er een discussie over het effect van een btw-verhoging op de inkomstenverdeling. Rijken consumeren relatief minder dagelijkse goederen, armen worden verhoudingsgewijs het zwaarst getroffen. En dan wordt er vervolgens druk gejongleerd met productcategorieën en lage en hoge tarieven om dat weer tegen te gaan.

Feit blijft dat de verhoging van het hoge btw-tarief van 19 procent naar 21 procent per afgelopen oktober de inflatie flink heeft opgeschroefd tot 3,3 procent. Zowel De Nederlandsche Bank als het Centraal Planbureau calculeren dat bedrijven 70 procent van de btw-verhoging hebben doorberekend. Dat is 0,7 procentpunt van het inflatiecijfer. Onderzoek laat zien dat uiteindelijk vrijwel de hele verhoging ten laste komt van de consument. Er is dus nog 0,3 procentpunt btw-inflatie te gaan.

De overheid is daarmee een belangrijke inflatieveroorzaker, ten gunste van de begroting. Is dit uitzonderlijk? Nee. Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceert sinds jaar en dag twee verschillende inflatiemaatstaven. Eén omvat de inflatie zoals die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. De ander, de ‘afgeleide’ inflatie’ meet de inflatie zoals die zou hebben plaatsgevonden zonder overheidsmaatregelen. Tussen 1996 en 2002, toen de overheidsfinanciën op orde werden gebracht, stegen de prijzen in totaal met 19,2 procent. De afgeleide prijzen gingen slechts met 16,4 procent omhoog. Hogere overheidslasten, op welke manier dan ook, dreven de inflatie dus in totaal op met 2,8 procentpunt.

Dan volgt een periode van 2002 tot 2008, waarin de gewone prijzen en de afgeleide prijzen gelijk opgaan. Dat valt samen met redelijk stabiele overheidsfinanciën. Maar vanaf eind 2008 gaat het weer mis. Vanaf toen tot en met afgelopen november stegen de prijzen in totaal met 8,5 procent. De ‘afgeleide’ prijsindex steeg maar met 7,1 procent. Dat betekent dat 1,4 procentpunt inflatie afkomstig is van de overheid.

Dat wordt nog erger. De Nederlandsche Bank verwacht dat in 2013 nog eens een procentpunt van de verwachte prijsstijging van 2,7 procent afkomstig is van de overheid. Het gaat hier dan onder meer om accijnzen op tabak en alcohol en de energiebelasting. De totale inflatie die de staat eind 2013 sinds de kredietcrisis zelf heeft veroorzaakt komt dan op een kleine 2,5 procent in vijf jaar. Dat is zo’n 2.000 euro per huishouden. We waren even afgeleid. Belastingheffing, als een geniepige vorm van inflatie.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.

    • Maarten Schinkel