‘We waren de controle op de uitgaven kwijt’

Jos Thie

Jos Thie werd in 1983 artistiek leider bij het RO, waar hij met Antoine Uitdehaag in acht jaar een reeks grote spektakels bracht, niet schroomde de Rotterdamse schouwburg te verbouwen of op locatie te produceren. Daarna leidde hij van 1994 tot 2003 Tryater in Friesland, waar hij nog woont. Daar maakte hij grootschalige voorstellingen als de musical Abe over voetballer Abe Lenstra in het stadion van Heerenveen en Peer Gynt op Oerol. Bij die voorstelling nam Thie grote financiële risico’s en kon een faillissement van de productie net afgewend worden. Tryater was echter financieel gezond toen hij vertrok. In 2007 en 2008 was hij programmadirecteur van Oerol.

Wisten ze in Utrecht wat u had gedaan?

„Bijna niemand hier had een idee wat ik had gemaakt. Friesland is heel ver weg voor mensen in de Randstad. Alleen schouwburgdirecteur Lucia Claus en Nanette Ris, zakelijk directeur van de Paardenkathedraal, wisten het enigszins. Toen ik het beleidsplan met Nanette had gemaakt, kwam er nauwelijks discussie over. Alleen een paar vragen hoe we dat alles dachten te realiseren.”

U had Orfeo al in Friesland gemaakt. Waarom wilde u dat nog een keer doen?

„Die voorstelling op de Friese meren was te groots, te weids, te weinig subtiel. Daarom zijn we in Utrecht op zoek gegaan. Met Google Earth vonden we de ideale plek. Er stond alleen nog een groot wit huis. Het bleek Paleis Soestdijk te zijn. Ideaal, daarmee kwam heel veel samen. De opera van Gluck was geschreven voor het Weense hof. We konden de koninklijke familie door het verhaal verweven. Bezoekers voelden dat het klopte.”

Wanneer kwam u erachter dat het financieel niet goed zat?

„Pas op het laatste moment kwamen we erachter dat het decor veel te duur uitpakte. De voorstelling was uitverkocht, we konden niet meer terug. We waren echt verbijsterd. Als artistiek directeur ben je daar dan wel niet direct verantwoordelijk voor, je maakt wel de keuzes die geld kosten.”

Waarom in 2012 een reprise van deze risicovolle voorstelling, in crisistijd?

„Het is al een paar jaar crisis. Mensen kiezen bewuster, maar hadden in 2011 getoond dat ze Orfeo wilden zien. Zoals Soldaat van Oranje ook nog steeds publiek trekt. Als je verwacht nog eens 50.000 mensen te trekken, waarom zou je dat niet doen? We zagen niet aankomen dat de belangstelling op zijn eind liep. De bedoeling was dat de hele productie gefinancierd zou worden uit de publieksinkomsten, er zou geen subsidiegeld voor worden gebruikt. We wilden bewijzen dat we dat konden. Ook omdat we voor het nieuwe kunstenplan subsidie wilden aanvragen als groot gezelschap.”

2012 werd druk, waarom dan ook nog een groot spektakel als Veel Gedoe erbij?

„Uitstel had gekund, maar dat had afstel betekend. En dat wilden we niet. De organisatie raakte er te zwaar door belast. Ik kon het niet de aandacht geven die nodig was. We waren de controle kwijt. Het artistieke team was prima, de kwaliteit heeft er niet onder geleden. Maar alles eromheen, de marketing en de controle op de uitgaven, wel. De basis was gewoon te smal.”

Wat gaat u nu doen?

„DUS verdient een frisse start. Daarom heb ik besloten per 1 april te vertrekken. Als je realistisch bent, is het beter af zonder mij. Ik zie het zeker als een persoonlijk falen. Ik wil weer alleen stukken maken. Ergens nog artistiek leider worden lijkt mij niet verstandig. Dit wil ik niet nog eens meemaken.”