VN: einde regime in Syrië niet in zicht - ‘bevolkingsgroepen bedreigd’

Verwoeste gebouwen in de Syrische stad Homs. Foto Reuters / Yazan Homsy

De oorlog in Syrië is verworden tot een strijd met groeiende sektarische tegenstellingen. Door de toenemend sektarische aard van de oorlog sluiten buitenlandse strijders zich aan beide zijden aan om te komen vechten. Dit signaleert een onafhankelijke internationale commissie, die vorig jaar augustus door de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties is opgericht.

De commissie schrijft:

“Hele gemeenschappen lopen het risico uit het land te worden verdreven of binnen het land te worden gedood.”

Sunnieten uit het andere Arabische landen melden zich aan de zijde van de rebellen. De Libanese shi’itische organisatie Hezbollah levert het regime steun.

‘Oppositie heeft gevaar van afrekeningen altijd ontkend’

Midden-Oostenexpert Carolien Roelants schrijft vandaag in NRC:

Het regime van president Bashar al-Assad heeft zich van het begin van de opstand af aan ingespannen de etnische en religieuze minderheden – alawieten, christenen, druzen, Koerden, samen zo’n 30 procent van de 26 miljoen inwoners – aan zijn zijde te houden met waarschuwingen voor bloedige afrekeningen door de sunnitische meerderheid. De oppositie heeft dat gevaar altijd ontkend en gezegd dat zij er ook voor alle minderheden is. Maar volgens het rapport is het conflict in zijn tweede jaar wel degelijk “openlijk sektarisch van aard geworden”.

De commissie roept op tot een politieke oplossing, en wel snel. Toch lijken de vooruitzichten somber. Ban Ki-moon zag gisteren geen zicht op een politieke dialoog tussen regering en oppositie.