Turken bij de Turken, Marokkanen bij de Marokkanen. Is dat erg?

De omgang tussen autochtonen en niet-westerse migranten is in 15 jaar niet toegenomen. „Het is kennelijk een kwestie van lange adem.”

Kijk in een kantine van een hogeschool in de Randstad. Een tafel met studenten van Marokkaanse afkomst. Een tafel met Turken. Een groepje Surinamers zit in de vensterbank. En daar, op de bank: studenten van Nederlandse afkomst.

Het contact tussen Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse, Surinaamse Nederlanders én autochtone Nederlanders is tussen 1994 en vorig jaar niet toegenomen. Aan de taalbarrière ligt het niet, want steeds meer migranten spreken goed Nederlands. Vooral Turkse en Marokkaanse Nederlanders hebben het meest contact binnen de eigen kring. En zij voelen zich vaker meer Turk of Marokkaan dan Nederlander.

Dat blijkt uit het SCP-rapport Dichter bij elkaar? over de vier grootste migrantengroepen: Marokkanen, Turken, Surinamers en Antillianen dat vandaag werd overhandigd aan minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA).

Ouderen van Marokkaanse en Turkse afkomst hebben het minst vaak een autochtoon als vriend. Maar grosso modo blijft het: soort zoekt soort. Is dat erg?

Nee, zegt Han Entzinger, hoogleraar migratie- en integratiestudies aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. „De realiteit is dat het voor een allochtone jongere in Amsterdam, Den Haag of Rotterdam niet eens mogelijk is om exclusief met autochtonen om te gaan. Je vriendengroep is hoe dan ook multi-etnisch. Omdat de steden multi-etnisch zijn.”

Talloze initiatieven, van buurtbarbecues tot bewust gemengde scholen, hebben niet geleid tot een volledig in elkaar opgaan van bevolkingsgroepen. „Maar je kunt niet zeggen dat die nutteloos waren”, zegt Entzinger. „Je weet niet wat gebeurd was als die initiatieven er niet waren geweest. We kunnen wel constateren dat er een onderlinge aantrekkingskracht is tussen mensen van dezelfde achtergrond. Dat voelt veilig en vertrouwd.” Jongeren mengen makkelijker dan ouderen. „Het is kennelijk ook een kwestie van lange adem.”

Als het contact tussen allochtonen en autochtonen in vijftien jaar niet toeneemt, betekent dat dus niet dat de integratie is mislukt. Wat verwacht je van integratie? Entzinger: „Sommige mensen zien integratie bijna als assimilatie. Die is pas gelukt als je helemaal precies bent zoals de autochtonen. Zelfs dat is al lastig, want een Fries verschilt allicht van een Limburger. Op wie moeten ze dan precies lijken?”

De afgelopen tien jaar is het maatschappelijk klimaat ten aanzien van migranten verslechterd. Minder dan de helft van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders vindt Nederland een gastvrij land. We hadden 9/11, de moord op Theo van Gogh, Pim Fortuyn en natuurlijk Wilders als leider van de PVV. En zo’n 40 procent van de autochtone bevolking vindt dat er te veel migranten in Nederland wonen.

Zo bezien valt het misschien nog mee dat iets meer dan 60 procent van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders zich wél thuis voelt in Nederland. Van de Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders voelen drie op de vier zich thuis.

Uit het onderzoek blijkt verder dat niet-westerse migranten op het gebied van diepe levenskwesties het vaakst fundamenteel van gedachten verschillen met autochtone Nederlanders. Zo blijft homoseksualiteit een heikel punt, ook bij hoogopgeleide allochtonen en de tweede generatie. Driekwart van de Turken en Marokkanen vindt het een probleem als hun kind homoseksueel zou zijn. Bij Surinamers en Antillianen is dit 33 procent en bij autochtone Nederlanders 17 procent. Er is weinig verschil in opvatting tussen ouderen en jongeren. Ook met euthanasie en abortus zijn de verschillen groot.

Denkbeelden over zulke fundamentele kwesties veranderen meestal langzaam, zegt Entzinger. Ze zijn diep verbonden met geloof. Ook in Nederland heeft het tientallen jaren gekost, veel belijdende christenen hebben er nog altijd moeite mee. Uit zijn eigen onderzoek bleek dat denkbeelden over bijvoorbeeld zorg voor ouderen of gearrangeerde huwelijken in tijdsbestek van zeven jaar flink konden veranderen.

Hoe hoger opgeleid, hoe sneller de veranderingen kunnen gaan. Uiteindelijk zijn opleidingsverschillen een belangrijker scheidslijn dan etnische verschillen, zegt Entzinger.

    • Sheila Kamerman