Strafhof overtuigt niet in Congozaak

De vrijspraak van een Congolese verdachte wekt twijfel aan de vervolging van oorlogsmisdadigers door het Strafhof.

Dat het Internationaal Strafhof dinsdag de Congolese militieleider Mathieu Ngudjolo heeft vrijgesproken, heeft tot felle kritiek geleid van mensenrechtenorganisaties op de aanklagers. Ze noemen het vonnis een „verontrustend signaal” over het vermogen van het hof om oorlogsmisdadigers te vervolgen. Het was pas het tweede keer dat het Strafhof vonnis wees sinds de oprichting ruim tien jaar geleden.

De rechters vonden de getuigenverklaringen die de aanklagers gebruikten „te tegenstrijdig en te vaag” om Ngudjolo te veroordelen voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Hij stond terecht voor zijn rol bij een aanval van de militie FNI in 2003 op Bogoro, een dorp in Oost-Congo waar 200 mensen werden verkracht, levend verbrand of afgeslacht met machetes.

De rechters achtten niet bewezen dat Ngudjolo commandant van de FNI was bij de aanval. Maar, zei rechter Bruno Cotte: „Een persoon onschuldig verklaren, betekent niet dat de Kamer overtuigd is van diens onschuld; alleen dat ze niet overtuigd is van diens schuld.”

Ook in het eerste proces, tegen de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga, werd een aantal getuigenverklaringen verworpen omdat ze onbetrouwbaar waren. De verdediging wist aan te tonen dat tussenpersonen getuigen hadden beïnvloed. Uiteindelijk werd Lubanga wel veroordeeld, maar zijn straf was lager dan geëist.

Het vonnis-Ngudjolo is een „verontrustend signaal over de kwaliteit van de aanklachten”, zei Eric Witte van het Open Society Justice Initiative tegen persbureau AP. Hij vindt dat hoofdaanklager Fatou Bensouda zaken anders moet opbouwen. „Een patroon van gebrekkige vervolgingen kan het vertrouwen in het Strafhof als geheel ondermijnen.”

Deze zaak is een erfenis van Bensouda’s voorganger Luis Moreno-Ocampo. Onder zijn leiding is de bewijslast verzameld. Toen ze Ocampo in juni opvolgde, zei Bensouda dat ze de kwaliteit van de bewijsvoering wil verbeteren. Bensouda heeft beroep aangetekend, maar het gebeurt zelden dat rechters in hoger beroep een ander oordeel vellen over de betrouwbaarheid van getuigen.

In dit licht is de zaak tegen Germain Katanga interessant. Hij is een – meer prominente – medeverdachte van Ngudjolo, maar de rechters hebben de zaken vorige maand gescheiden. Dit geeft de aanklagers de tijd om een zaak op te bouwen rond de beschuldiging dat Katanga een aandeel had in een crimineel plan om oorlogsmisdaden te plegen.

Hierdoor kan hij ook veroordeeld worden als hij geen oorlogsmisdaden heeft gepleegd of daar bevel toe heeft gegeven. Het leidde tot kritiek, ook van rechter Christine van den Wyngaert, die zei dat het tot een „onherstelbaar vooroordeel” leidt. Het vonnis wordt volgend jaar verwacht.

De rechters hebben de vrijlating van Ngudjolo gelast. Bensouda heeft hiertegen beroep aangetekend.

    • Toon Beemsterboer