Schoon geweten

We moeten het, vrees ik, even over de zogenaamde ‘paal van Weekers’ hebben. Het is geen paal die veel erotische fantasieën zal opwekken, behalve misschien bij enkele geperverteerde roomse VVD’ers uit Roermond. Ik zie deze paal eerder als symbool voor het gesjoemel waarmee zoveel Limburgse bestuurderen hun gewest in het verleden een slechte naam hebben bezorgd. Joep Dohmen, onderzoeksjournalist van deze krant, heeft er zelfs een boek – De vriendenrepubliek – mee kunnen vullen.

Hoe diep Weekers in de nesten zat, besefte ik vooral maandag toen ik hem in Nieuwsuur hoorde zeggen dat hij „misschien had moeten doorvragen” op het moment dat Jos van Rey, de toenmalige ‘onderkoning’ van Roermond, hem telefonisch aanbood een aan Weekers gewijde reclamepaal in verkiezingstijd langs de snelweg te plaatsen. Doorvragen waarover, vroeg de verslaggever. Nou, zei Weekers, over „wie het betaalt en wat de waarde ervan is”.

Kort daarna antwoordde Weekers zonder te verblikken of te verblozen desgevraagd dat hij „een schoon en zuiver geweten” heeft. De enige wereldburger met een louter zuiver geweten, dacht ik in eerste instantie bewonderend, maar even later kreeg mijn sceptische alter ego toch weer de overhand en vroeg ik me af waarom hij met dat brandschone geweten zoveel tegenstrijdige uitspraken deed. Franske had toch niets te verbergen?

In het begin van de affaire liet Weekers via een woordvoerster weten: „Frans Weekers weet niet wie zulke dingen allemaal regelt en betaalt. Dat kan hij echt niet allemaal bijhouden.” Later gaf hij toe: „Hij (Van Rey) heeft mij aangeboden om het billboard in het kader van mijn persoonlijke campagne te bekostigen. Daarmee heb ik ingestemd.”

Het was een bijdrage „aan de regionale campagne” van de VVD in Limburg, zei Weekers tegen Nieuwsuur. „Het was een persoonlijk bedoelde donatie”, zei Van Rey al in september tegen deze krant. De heren kennen elkaar goed, Weekers vertelde ooit glunderend op tv dat hij ‘het politieke handwerk’ van Van Rey had geleerd toen hij hem in de jaren negentig in de Tweede Kamer mocht assisteren.

Inmiddels zijn we beland in het moeras van „de schijn van belangenverstrengeling”, dat gebied waarop Van Rey als Roermonds bestuurder een soeverein vorst was. Dat ‘schijn’ wordt er meestal aan toegevoegd om de schijn van een keiharde beschuldiging te vermijden, maar bij nader onderzoek blijkt vaak dat je dat woordje gerust had kunnen weglaten.

Weekers heeft er ook nog voor gezorgd dat Van Rey zijn fiscale problemen mocht bespreken met een topambtenaar van zijn ministerie van Financiën. De schijn van een vriendendienst als tegenprestatie?

Weekers gaat nu knokken voor zijn politieke overleving. Hij zal Rutte bellen. Er zijn twee scenario’s voor wat er dan gebeurt.

Scenario 1. Weekers: „Mark, steun je me?” Rutte: „Zo lang mogelijk, Frans, ik heb al laten weten dat ik me ‘geen enkele zorg’ om je maak. De PvdA vindt het heerlijk op het pluche, die laten je heus niet vallen.”

Scenario 2. Weekers: „Mark, steun je me?” Rutte: „Moet je luisteren, Frans, misschien is het verstandiger dat je, net als Co Verdaas, de eer aan jezelf houdt en nog vóór het Kamerdebat aftreedt. Je blijft anders toch aangeschoten wild.”

Op het moment dat ik dit schrijf, is de afloop nog onbekend. Ik neig naar het eerste scenario. Vriendenrepubliek Limburg wordt dan vriendenrepubliek Den Haag.