Rechters: wij werken niet in een koekjesfabriek

De meest discrete beroepsgroep trekt aan de bel: rechters vinden dat ze „te hoge productie” moeten draaien. Honderden hebben een manifest getekend. De werkdruk bedreigt de rechtspraak. „Drie avonden in de week zit ik over te werken. En dan nóg neem ik weleens een beslissing met de hakken over de sloot.”

Illustratie Hajo

De landelijke deken van de Orde van Advocaten Jan Loorbach komt ze de laatste jaren steeds vaker tegen: mopperende magistraten. „Rechters voelen zich tegenwoordig een soort kippen in een legbatterij.” Ook de ervaren Rotterdamse strafpleiter Frank van Ardenne hoort toenemende klachten van rechters over de te grote werkdruk. Het feit dat rechters nu een protestactie organiseren moet volgens de advocaat uiterst serieus worden genomen. „Als de meest discrete beroepsgroep van Nederland op deze manier aan de bel trekt, is er kennelijk iets goed mis.”

Een week geleden lanceerden zeven raadsheren, verbonden aan het gerechtshof in Leeuwarden, een protestpamflet. Aanvankelijk werd het ‘Manifest van Leeuwarden’ discreet intern verspreid om de meningen te peilen. Maar na een paar dagen raakte ook de buitenwereld op de hoogte van het unieke rechterlijke protest. Sindsdien is het 650 woorden tellende pamflet het favoriete gespreksonderwerp in de kantines en wandelgangen van de gerechten. In Leeuwarden ondertekenden 40 van de 60 raadsheren het stuk. En na een week is het manifest in het hele land al door meer dan vijfhonderd rechters van een handtekening voorzien, zegt één van de initiatiefnemers van de actie, raadsheer Menno Zandbergen. Morgen wordt in Leeuwarden overleg gevoerd over de roep van de actievoerende rechters om „concrete maatregelen’’. Ze praten met Frits Bakker, Chief Information Officer bij de Raad voor de Rechtspraak, het centrale bestuursorgaan van de rechters.

In het manifest klagen de rechters dat „ieder jaar weer een hogere productie’’ moet worden gerealiseerd. „Niet de kwaliteit van het door hen geleverde werk, hun inzet en hun specifieke eigenschappen, maar de kwantiteit bepaalt grotendeels het oordeel over hun functioneren. Het heeft ertoe geleid dat de kwaliteit zodanig onder druk is komen te staan dat veel zaken niet de aandacht kunnen krijgen die ze verdienen, en dat onverantwoorde keuzes worden gemaakt om aan de productie-eisen tegemoet te komen’’, zo staat er.

Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) ziet het manifest niet als bron van grote zorg, maar veeleer als „een uitdaging’’ om het gesprek aan te gaan, zei hij dinsdag in de Tweede Kamer. Uit een rondgang langs rechters in het hele land blijkt evenwel dat voor magistraten de maat vol is. Ook de rechters die het manifest (nog) niet hebben ondertekend klagen honderduit. Anoniem, dat wel. Het is immers nogal onhandig als rechters met naam en toenaam in een krant uitleggen hoe ze, opgejaagd door de gerechtsbestuurders, tekort schieten in het rechtspreken.

Een raadsheer die werkt bij de strafsector van het gerechtshof in Den Haag zegt dat zijn naam nog niet onder het manifest staat. Hij heeft nog geen tijd gehad het stuk aandachtig te lezen. Maar hij gaat zich wel aansluiten bij het protest want ook hij dreigt naar eigen zeggen te bezwijken onder de werkdruk. „We moeten steeds meer zaken en steeds gecompliceerdere dossiers in steeds minder tijd behandelen. Je leest je helemaal blind”, zegt hij.

De productiedruk is extra kwalijk voor een raadsheer van een hof. „Wij zijn de laatste feitelijke instantie waar de rechtszoekende na behandeling door de rechtbank terecht kan. Juist bij ons zou er een uitermate zorgvuldige behandeling moeten plaatsvinden. Een raadsheer mag geen last hebben van de waan van de dag en moet voldoende tijd hebben om stukken te lezen en mensen uitgebreid te horen. Door de werkdruk ga je een verkeerd soort afwegingen maken. Dan komt zo’n raadsman met het verzoek om twintig getuigen te horen maar dan denk je: daar is echt geen tijd voor. Ik merk steeds vaker dat ik niet alle stukken kan lezen. Dan is er een enorme voetbalrel waarbij tientallen getuigen zijn gehoord. En die moet je dan allemaal uit elkaar houden. Dat is haast niet te doen. Daarom spreken we in de meervoudige kamer (drie raadsheren) steeds vaker af dat we de dossiers verdelen. Dan is er maar één van de drie raadsheren die de zaak echt kent. Dat kan, maar dat was natuurlijk niet de bedoeling van de wetgever bij het instellen van meervoudige kamers bij het gerechtshof.”

Een vrouwelijke rechter die bij de civiele sector van de rechtbank in Amsterdam werkt heeft het manifest onmiddellijk ondertekend. Ze is kwaad op de gerechtelijke bestuurders die volgens haar „geen idee hebben wat er speelt op de werkvloer. Ze zien rechters simpelweg als productiemedewerkers in de koekjesfabriek.”

De budgetten van de gerechten zijn gekoppeld aan de productie. Rechtshandelingen leveren ‘punten’ op waar een bepaalde vergoeding voor wordt verkregen. Een eindvonnis is een punt, een schikking is een punt, maar een bespreking of een tussenvonnis levert geen punten op. „Die normen zijn al ruim tien jaar oud, maar de problemen worden nu nijpend omdat we steeds meer moeten doen met minder mensen”, zegt de Amsterdamse rechter. „En elke week worden onze productiecijfers doorgenomen. Dan vernemen we of onze output nog op schema ligt. Cijfers zijn heel erg belangrijk geworden en dat doet geen recht aan wat rechtspreken werkelijk zou moeten betekenen.”

De druk om punten te scoren leidt ook tot vormen van ‘oplichting’. Als een verdachte van meerdere strafbare feiten wordt verdacht kan een rechter één vonnis maken door alles te voegen in één uitspraak. „Maar voegen wordt ons door bestuurders sterk afgeraden. Ze willen liever meer vonnissen omdat dit meer punten oplevert en dus meer geld.”

Rechters klagen ook dat zaken steeds gecompliceerder worden. Eenvoudige zaken worden namelijk vaak al zelfstandig afgedaan door het Openbaar Ministerie. En er zijn ook steeds meer advocaten die rechters aan het werk houden.

Het aantal rechters in Nederland is de afgelopen tien jaar ongeveer gestegen van 1.850 naar 2.490. Het aantal advocaten nam in tien jaar toe van ruim 12.000 naar 17.000.

Rechters storen zich aan de ‘managementpraat’ van de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, Eric van den Emster. Hij zei dinsdag dat de onrust onder rechters vooral wordt veroorzaakt door de reorganisatie van de rechterlijke macht: de gerechten worden opnieuw ingedeeld. „Die opmerking is me in het verkeerde keelgat geschoten”, zegt de Amsterdamse rechter. „Het is niet zo dat rechters klagen omdat ze bang zijn voor verandering. Van den Emster zet ons als kleine kinderen met een aai over de bol weg in de hoek.”

Een rechter van een rechtbank in het oosten van het land heeft het pamflet niet ondertekend. Ze werkte tot drie jaar geleden nog als advocaat en zegt daarom moeilijk te kunnen beoordelen of de werkdruk te snel stijgt. Deze rechter werkt het ene kwartaal als familierechter en daarna is ze weer een kwartaal strafrechter. Tussen die twee sectoren is een flink verschil. Vooral strafrechters hebben het zwaar. Hun leven wordt geregeerd door de wettelijke termijnen waar ze zich aan moeten houden.

„Als politierechter moet ik bijvoorbeeld op een ochtend vijftien zaken behandelen die het OM aanbrengt. Voor zo’n dag heb ik één dag voorbereidingstijd, dus dat betekent een half uur per zaak. Dan moeten er geen gekke dingen gebeuren op zo’n zitting, zoals een ingewikkeld technisch verweer of een nieuw getuigenverhoor, anders gaat het mis. Drie avonden in de week zit ik in ieder geval over te werken. En dan nóg neem ik weleens een beslissing met de hakken over de sloot.”

De rechter uit het oosten heeft een aanstelling voor vier dagen in de week maar in de praktijk is het een fulltime baan. „Ik begrijp van veel collega’s dat ze het lezen van nieuwe jurisprudentie op zondag doen. Maar ik heb ook nog een gezin waar ik in het weekeinde tijd aan wil besteden, dus dan schiet de jurisprudentie er nog weleens bij in. Dan hoop ik maar dat het goed komt.”

    • Marcel Haenen