Nu zijn deze vier een cluppie

De vier grootste oppositiefracties gaan prima door een deur. Zolang het duurt. Ook Wilders doet gezellig mee.

DEN HAAG - Leiders van de oppositiepartijen (vlnr) Sybrand Haersma van Buma (CDA), Geert Wilders (PVV), Emile Roemer (SP) en Alexander Pechtold (D66) overleggen in de kamer van Roemer over het regeerakkoord. ANP ROBIN UTRECHT

Redacteur Politiek

Den Haag. Alexander Pechtold moest afgelopen weken een paar verontwaardigde mailtjes van D66-leden beantwoorden. Hoe kon hij, al jaren dé opponent van PVV-leider Geert Wilders, nou ineens met hem samenwerken?

De bozige reacties kwamen na een foto in de krant van de werkkamer van SP-leider Emile Roemer, waar Pechtold overleg had samen met CDA’er Sybrand Buma én dus Wilders. Het was de dag nadat het kabinet was beëdigd. De week daarvoor al was onduidelijkheid ontstaan over de koopkrachtcijfers, en hoe de uitschieters in koopkracht het gevolg zouden zijn van de inkomensafhankelijke zorgpremie in het regeerakkoord.

De vier overlegden in die dagen meermalen over wat zij wilden van het kabinet. Wat voor cijfers er moesten komen, of het debat over de regeringsverklaring moest uitgesteld tot er duidelijkheid was over de koopkrachteffecten. Ze zaten een paar keer bij Roemer, een keertje bij Sybrand Buma. Het beeld was gezet: PVV, SP, CDA en D66 traden als één blok op tegen regeringspartners VVD en PvdA.

Het pro-Europese D66 en de eurokritische PVV die samen iets bekokstoven? Mét ook de linkse SP erbij, en het redelijke CDA? Helemaal niet zo schokkend, zegt Alexander Pechtold (D66) over die samenwerking met Wilders. „Ik heb in mijn antwoorden op die mails ook uitgelegd dat wij nooit een cordon sanitaire rond Wilders hebben opgetrokken. Gelukkig niet, zo werkt democratie niet. En met zúlke onrust als er toen was, moest er gewoon iets gebeuren.”

Het overleg waar persfotografen foto’s maakten, was ook als statement bedoeld, zegt Emile Roemer. „Het is toch een signaal dat je afgeeft aan de overkant.” Hij kwam namens alle negen oppositiepartijen in de plenaire zaal met een lijstje eisen. Terwijl nota bene de SP voorstander is van een inkomensafhankelijke zorgpremie.

Het is geen hecht gezelschap, geen eenheid, zoals een coalitie dat is. Ze voeren geen structureel overleg. Maar samenwerken doen de vier grootste oppositiepartijen wel degelijk, sinds de start van het nieuwe kabinet-Rutte. Neem het debat dat de Tweede Kamer vandaag met Rutte houdt, over de integriteit van staatssecretaris Frans Weekers. Onderling houden de fractievoorzitters per sms of met belletjes contact. Voeren de financiële woordvoerders van de partijen het woord, of wordt het „chefsache”, zoals Roemer dat noemt?

Zodra de premier in beeld komt bij een debat, volgt al snel zo’n contactenrondje. Dan weer neemt de één het initiatief tot overleg, dan de ander. Met een bijzondere rol voor Geert Wilders – al is het opvallende juist dat hij ‘gewoon’ meedoet. Op vijf parlementariërs na is Wilders het langstzittende Tweede Kamerlid, maar hij positioneert zich het liefst als buitenstaander. „Nee hoor, Wilders heeft precies dezelfde rol als de andere drie”, zegt Emile Roemer.

Wilders benadrukte in de eerste weken van het kabinet eens bij de anderen: Jullie kunnen mij óók bellen, hoor. En tijdens de discussie rond de inkomensafhankelijke zorgpremie sprak Wilders als eerste, ook namens de andere oppositiepartijen, uit dat meer duidelijkheid nodig was over de koopkrachtcijfers. De PVV is in de Tweede Kamer met vijftien zetels net zo groot als de SP, maar met 40.000 stemmen meer is Wilders formeel de grootste. Daar is hij zich zeker van bewust, zegt Pechtold: „Hij voelt die taak als oppositieleider wel, geloof ik. Al zal ik me nooit door hem laten vertegenwoordigen, net zo min als hij dat door mij zou laten doen.”

Inhoudelijk zijn de belangen van de vier totaal verschillend – dat maakt samenwerking op het procedurele vlak juist gemakkelijker. Ze gunnen elkaar iets. Gaat het over de inkomens van gezinnen en koopkrachtplaatjes, dan doet Buma het woord. Blijkt de nieuwe gang van zaken rond de formatie, zonder koningin, onderwerp van gesprek, dan is Pechtold aan de beurt. En bij het aftreden van staatssecretaris Co Verdaas vroeg Wilders het debat aan. Dat gunde de rest van de oppositie hem ook, omdat het de PVV in Gelderland was die als eerste een punt maakte van Verdaas’ gesjoemel met reiskosten.

Wat levert dit soort coördinatie de partijen nou op? Zulke samenwerking is onderschat, zegt één van de partijstrategen. Want een gezamenlijke belang is er natuurlijk wel degelijk: de zwaktes van het zittende kabinet aantonen. Zwakke punten in het beleid, maar ook fouten in bijvoorbeeld het optreden van premier Rutte willen zij zo hard mogelijk zichtbaar krijgen. Dan helpt het om van te voren te weten wat de andere partij inbrengt tijdens een debat, zodat je elkaar inhoudelijk niet voor de voeten loopt. Of elkaar juist kunt aanvullen.

De persoonlijke verhoudingen zijn nu vooral tussen Buma en Pechtold goed. Zij verbaasden zich gezamenlijk dat Rutte maar geen contact met hen zocht, tijdens de formatieonderhandelingen. De oppositie is van groot belang voor een meerderheid in de Eerste Kamer. Nog steeds is het contact mager. Pechtold: „Soms denk ik dat Rutte nog in de ontkenningsfase zit.” Roemer: „Ik had geregeld contact met Samsom. Ook tijdens de Kunduz-onderhandelingen dit voorjaar. Daar is bijna niets van over.”

In stemgedrag in de Tweede Kamer is de ‘uitgestoken hand’ naar de oppositie zoals premier Rutte en PvdA-leider Diederik Samsom die steeds benoemen, nog amper te zien. Verreweg de meeste voorstellen van de vier grootste partijen stemden PvdA en VVD weg, afgelopen weken. Ook bij de kleinere partijen is die frustratie te horen. Deze week nog verzuchtte een GroenLinkser: éindelijk was er een motie van hen aangenomen. En Arie Slob van de ChristenUnie constateert droog dat de bereidheid tot samenwerking van de coalitie „heel mooi is, maar nog wel moet blijken”.

Wat óók blijkt uit het stemgedrag: er valt een tweedeling te zien binnen de vier oppositiepartijen. Voorstellen van CDA en D66 krijgen vaker steun van de regeringspartijen dan die van SP en PVV. D66 kreeg afgelopen zes weken de meeste moties aangenomen. Logisch: die partij wil ook het meeste hervormen, net zoals VVD en PvdA nu. Ook ChristenUnie-leider Slob ziet wel „kleine toenaderingen”.

Steun aan de oppositie kwam het vaakst van de PvdA: achttien keer kwam een voorstel dankzij de PvdA en zonder steun van de VVD door de Kamer. De VVD gaf slechts twee keer zonder de PvdA steun. Als de coalitie haar beleid dus ‘niet autistisch uitvoert’, zoals Rutte dat zei, biedt dat de oppositie kansen. Om de twee uit elkaar te spelen, maar óók om zelf inhoudelijk iets te bereiken.

    • Annemarie Kas