Meest gehate én geliefde man in India

Vandaag wordt Narendra Modi bijna zeker herkozen als deelstaatpremier in India. Maar hij wil meer: premier van het hele land worden.

Correspondent India & Pakistan

Ahmedabad. Toen Kalash Parwar tien jaar was, zag hij hoe een menigte een busje omsingelde en in brand stak. De passagiers, vier mannen en drie vrouwen, smeekten om hun leven te sparen. Ze boden geld, twee miljoen roepies (30.000 euro). Maar de auto werd verbrand, met passagiers en al. De slachtoffers waren moslims, omstanders en daders hindoes. Politieagenten stonden op een afstandje te kijken, vertelt Parwar.

Heel India kent de rellen die van februari tot juni 2002 over de westelijke deelstaat Gujarat golfden. Ze vormden een van de ernstigste uitbarstingen van religieus geweld sinds India’s stichting in 1947. Volgens officiële cijfers kwamen 1.180 mensen om, driekwart was moslim.

Narendra Modi leidde destijds de regering van Gujarat. Hem wordt verweten te weinig te hebben gedaan om de rellen te stoppen. Volgens sommigen – het is nooit bewezen – zou hij ze zelfs achter de schermen hebben voorbereid. Nog steeds leidt Modi de regering van Gujarat (60 miljoen inwoners). Hij werd al twee keer met ruime meerderheid herkozen. Een derde overwinning is op handen.

Vorige week donderdag ging de ene helft van het electoraat naar de stembus, afgelopen maandag de andere. Vandaag worden de stemmen geteld. De uitslag is er al na enkele uren: India stemt elektronisch. Volgens analisten is de kans groot dat Modi voor de derde keer tot deelstaatpremier is gekozen. Maar Modi, die wel de ‘koopman des doods’ wordt genoemd, wil meer. Hij wil premier worden van India.

Parwar wijst om zich heen. Hij staat voor zijn gsm-winkeltje in de wijk Maninagar in Ahmedabad, Gujarats grootste stad. „Nieuwe scholen, nieuwe wegen, nieuwe viaducten. Modi kán niets met de rellen te maken hebben. Hij heeft juist veel goeds gedaan.” De overheid heeft in Maninagar geïnvesteerd: de wijk vormt het kiesdistrict dat wordt vertegenwoordigd door Modi zelf. Na de rellen vertrokken moslims naar afgelegen wijken, waar ze bij elkaar gingen wonen omdat ze zich zo veiliger voelden.

Krijgt de grootste democratie ter wereld, met zijn groeiende economie, straks een premier die beschuldigd wordt van betrokkenheid bij dodelijk religieus geweld? Dat is niet ondenkbeeldig. Wint Modi, dan biedt dat zijn nationalistische hindoepartij, de BJP, de mogelijkheid hem premierskandidaat te maken voor de landelijke verkiezingen van 2014.

Indiase media portretteren Narendra Modi (62) als de meest gehate en tegelijk de meest geliefde politicus van het land. Hij wordt niet alleen geassocieerd met de rellen, maar ook met Gujarats economische bloei, en met een bestuursapparaat dat veel effectiever is en minder corrupt dan elders in India. Modi is een autodidact, naar eigen zeggen afkomstig uit een onbetekenende familie.

„Modi rekent altijd af met zijn tegenstanders”, zegt Anand McNair, een invloedrijke journalist in Ahmedabad. ‘McNair’ is een pseudoniem waaronder hij publiceert om te voorkomen dat Modi’s mensen hem het werken onmogelijk maken. Hij was juist aangesteld als verslaggever in Gujarat voor het Indiase persbureau PTI, toen in februari 2002 de rellen uitbraken. Modi was in oktober benoemd tot tijdelijke deelstaatpremier, na het aftreden van partijgenoot Keshubhai Patel. Later dat jaar zouden nieuwe verkiezingen worden gehouden. McNair sprak Modi veel in die tijd. „Hij werd tegengewerkt door Patel, die herkozen wilde worden. Modi had nauwelijks medestanders. De rellen waren zijn redding.”

De rellen begonnen op 27 februari 2002 toen moslims, die eerder op het station belaagd waren door hindoes, in Godhra twee wagons met hindoeactivisten in brand staken. Daarbij kwamen 59 hindoes om. Modi besloot toestemming te geven de lichamen naar Ahmedabad te brengen, waar een processie werd gehouden. Onmiddellijk braken rellen uit.

Modi maakte gebruik van het geweld. McNair: „Ik was op het station in Ahmedabad toen daar de aangevallen trein binnenliep. Op het perron stonden hoge leden van zijn partij. ‘Vrees niet’, zeiden ze tegen de hindoes, ‘morgen zullen de moslims vermoord worden.’ Modi had hen kunnen stoppen. Dat deed hij niet.”

Enkele maanden later behaalde Modi een overweldigende verkiezingsoverwinning. In zijn speeches waarschuwde hij voor de polygamie en de grote gezinnen van moslims. Ook de verkiezingen van 2007 won hij overtuigend met behulp van anti-moslimretoriek.

Maar sindsdien heeft Modi gewerkt aan een nieuw imago. „Van Mr. Death werd hij Mr. Development”, zegt McNair. Hij liet speciale economische zones openen waar Indiase en buitenlandse fabrieken en raffinaderijen floreren. „Hij heeft alle grote industriëlen in zijn zak. Modi is een strateeg. Hij weet dat hij ze nodig heeft als hij premier wil worden”, zegt McNair.

Dit jaar onthield Modi zich van moslimvijandige uitspraken. Hij liet zich filmen tijdens bezoeken aan moskeeën en soefi-tombes.

„Maar hij bood niet één keer zijn excuses aan voor wat hij liet gebeuren in 2002”, zegt Juzar Saleh Bandukwala, in zijn appartement in Vadodara. Bandukwala, oud-hoogleraar natuurkunde, ontsnapte in 2002 ternauwernood aan de dood toen een hindoemenigte zijn huis in brand stak. In Gujarat, waar 9 procent van de bevolking moslim is, kan hij de verkiezingen winnen, in staten met een grote moslimbevolking zal hem dat niet lukken, denkt Bandukwala. „Jarenlang heeft Modi de moslims zwart gemaakt. Dat is niet zomaar goed te maken.”