Kwaliteit herkennen

Met een paar kleine bijstellingen is De tiende van Tijl (AVRO) in het tweede seizoen een veel beter programma geworden. Weg is bijvoorbeeld het malle zangconcours, met presentator Tijl Beckand als enig jurylid. Zeldzaam zijn nu de koddige grapjes van de presentator die ons als muzikale leken moeten overtuigen dat Bach, Beethoven en Schubert best wel geinig zijn. En ook de close-ups van verrukte dames in het publiek zijn spaarzamer geworden.

Wat resteert is een poging om op primetime een enthousiasmerend programma over klassieke muziek neer te zetten, dat het vooral moet hebben van kwaliteit en van kennisoverdracht op basaal niveau. Dat lukt des te beter nu de muziek zelf een riantere plek heeft gekregen. Vorige week kreeg het Nederlands Blazers Ensemble de ruimte om drie stukken min of meer volledig te spelen en gisteren mocht violiste Emmy Verhey alle zes de Roemeense dansen van Bartók ten gehore brengen.

Als je het publiek serieus neemt en kwaliteit biedt, dan haakt het heus niet af, zoals wel eens wordt beweerd door al te enghartige kijkcijferspecialisten. Een mooi experiment was te vinden in de rubriek waarin Beckand muziek brengt naar onverwachte plaatsen, zoals vorige week een vissersboot voor het fameuze duet van Bizets Parelvissers. Dit keer speelde Verhey een chaconne van Bach in de passage van de Amsterdamse metro, vlak bij het Centraal Station. Bovenaan de trap wachtte Beckand passerende reizigers op met de vraag wat ze van die straatmuzikant vonden.

Een enkeling herkende de vedette, maar leek zich nauwelijks te verbazen dat ze nu geld stond op te halen (de opbrengst was ruim 28 euro). De meeste voorbijgangers merkten wel op dat dit iets anders was dan de gemiddelde speelman uit Oost-Europa en een enkeling bleef staan of ging terug om alsnog wat in de vioolkist te werpen. Met andere woorden: ook al weten mensen niet precies wat ze horen of zien, als het goed is, dan herkennen ze heus wel de kwaliteit en dat er wat bijzonders te beleven valt.

Ook de weetjes die Beckand er gratis bij levert, debiteert hij minder ronkend dan vorig jaar. Of het klopt dat de voor Tijls camera eerder dit jaar heilig verklaarde Hildegard von Bingen (1098-1179) de eerste mens zou zijn die ooit noten op papier zette, dat weet ik niet. Het doet er niet toe, als zo’n mededeling maar de nieuwsgierigheid prikkelt, zoals de mantra’s over de heilzaamheid van immigratie en tolerantie in de educatieve prachtserie De Gouden Eeuw (NTR/VPRO) ook vooral bedoeld lijken als bijdrage aan een permanent debat.