Kunst binnen de gevangenismuren

Schrijfster Annelies Verbeke bekijkt een film en toneelstuk waarbij gedetineerden zichzelf spelen. ‘Sinds ik de kunst heb leren kennen, is mijn cel een gevangenis.’

De 'Nieuwe Wandeling'; de gevangenis van Gent, België. Wouter Van Vooren

Een van de meest intrigerende films van het jaar was Cesare deve morire, de winnaar van de Gouden Beer op het Filmfestival van Berlijn. De hoogbejaarde broers Paolo en Vittorio Taviani reizen wellicht nog een tijdje de wereld rond met hun film over een opvoering van Shakespeares Julius Caesar door gedetineerden van de Rebibbia-gevangenis in Rome. De film draait sinds een week in Nederland onder de titel Caesar Must Die.

Cesare deve morire werd ook vier keer vertoond in de gevangenis van Gent – de Nieuwewandeling genaamd, naar de straat waarin ze ligt – onder meer aan gedetineerden. Veertien van die gedetineerden stonden de voorbije weekends zelf op de planken in de theaterzaal van de gevangenis, met het stuk Een nieuwe wandeling, een voorstelling van Victoria Deluxe, De Rode Antraciet en Gevangenis Gent.

Ik herkende enkelen van de acteurs. Een tweetal jaar geleden maakten ze deel uit van het publiek toen ik als auteur in de gevangenis te gast was. Ook dat was niet mijn eerste bezoek aan de instelling. Vele jaren voor die lezing bezocht ik er gedurende enkele maanden geregeld een gedetineerde vriend. De lezing voor onbekende gevangenen maakte minstens een even grote indruk op mij als die bezoekjes aan mijn vriend. De interesse in mijn werk was oprecht, de geesten hongerig, de avond te kort voor de vragen die nog moesten worden gesteld. Toen ik enkele van de gezichten tussen het gezelschap op het podium herkende, dacht ik aan de landen die ik had bezocht sinds die vorige ontmoeting, wat ik had gemaakt en wie ik had leren kennen. Al die tijd waren zij hier geweest.

Het theatrale van misdaad

Het in zwart-wit gefilmde Cesare deve morire is een hoogst geësthetiseerde film met een grote gelaagdheid. Het is zowel een filosofisch als een introspectief onderzoek, waarbij gedetineerden enerzijds personages en anderzijds zichzelf spelen. Dat spelen doen ze opvallend goed. De kijker leert hen kennen tijdens audities, wordt geïnformeerd over hun misdaden en wat er na de opnames met hen gebeurde. De film doet je onder meer nadenken over het theatrale aspect van misdaad en misdadigers, maffiosi in het bijzonder. Voor Salvatore Striano, die in Julius Caesar met verve de rol van Brutus op zich neemt, is het ene milieu na zijn vrijlating ook echt in het andere overgegaan. Striano werd na zijn vrijlating professioneel acteur. Hij was in 2008 al te zien in Matteo Garrones Gomorra, naar het gelijknamige boek van Roberto Saviano (die sinds de publicatie door de maffia wordt bedreigd en onder voortdurende politiebewaking leeft).

Hoewel ik had gelezen dat de gebroeders Taviani deze film wilden maken nadat een voorstelling in de gevangenis hen sterk had aangegrepen, besloot ik de hoge kwaliteit van Cesare deve morire niet als graadmeter te nemen voor wat ik in de Gentse gevangenis te zien zou krijgen. Ik had alle vertrouwen in het Gentse collectief Victoria Deluxe, maar in het algemeen lopen sociaal-artistieke projecten het gevaar dat het resultaat eerder sociaal dan artistiek verantwoord is. Ik vond het vooraf jammer dat men bij deze samenwerking niet had gekozen voor een klassiek theaterstuk, maar zich op persoonlijke ervaringen had gericht, voortbouwend op een mooi project waarbij bekende fotografen plekken fotografeerden die gevangenen in hun brieven vermeldden. (Die foto’s en brieven worden de komende weken in de Gentse Bibliotheek tentoongesteld.) Dat de voorstelling in de Gentse gevangenis mij zo wist te raken, had ik dus niet verwacht. In feite heb ik van geen enkele voorstelling ooit verwacht dat ik in tranen, te midden van snikkende mensen, de zaal zou verlaten.

Rode kaart

In praatjes over kunst wordt het woord ‘urgentie’ te vaak misbruikt. Toch kunnen het spelplezier en de onderhuidse noodzaak waarvan je getuige bent bij het zien van Een nieuwe wandeling het beste met dit woord worden samengevat. Niet iedereen is een even groot acteur, niet elk tekstfragment is even raak, maar toch past alles samen, is er een geheel, een groep waar een wolk intense energie boven uitstijgt die naar de toehoorders afdrijft, de directe magie die eigen is aan goed theater.

Een vrouw ‘picks up the rice in the church where a wedding has been’. Ze zegt dat je niet altijd terugkrijgt wat je geeft. Dat ze water bij de wijn deed tot er enkel water was. Ze gaat over in trage, wassende bewegingen, twee robuuste mannen volgen haar voorbeeld. De rest zingt ‘All the lonely people, where do they all come from?’ Nooit kreeg Eleanor Rigby deze intensiteit, wat ook geldt voor ‘I’m just a soul whose intentions are good. Oh Lord, please don’t let me be misunderstood’, lyrics die ik even als motto voor mijn laatste boek overwoog, maar waarvan de complexiteit en universaliteit hier beter tot hun recht komen.

De voetbalmetafoor die maker Dominique Willaert voor Een nieuwe wandeling bedacht, werkt. Mensen krijgen rode kaarten en worden naar de kleedkamer gestuurd. Ze willen weer het veld op, maar als dat hun al wordt toegestaan, weten ze nog amper hoe. Een van de vele aangrijpende scènes wordt gebracht door een acteur die je tot op dat moment niet is opgevallen. Net luid genoeg om verstaan te worden, vertelt hij over zijn leven als verdediger, het eeuwige voorzetten geven en tevergeefs wachten om te worden opgemerkt, getackeld worden zonder dat daar gevolg aan wordt gegeven, het groeiende minderwaardigheidsgevoel. Tegenover hem brult een ander over het luidruchtige opeisen van andermans blik, met drank, veel drugs, en zo snel rijden dat de passagiers aan je zijde het besterven van angst. In al hun tegenstellingen zijn beide mannen elkaars eenzame spiegelbeeld.

Het einde van de voorstelling is hartverscheurend. Je beseft wat er zal gebeuren net voor het gebeurt. Op het podium staat een zingende menigte met wijd open armen. Aan de overzijde komt een lachend, huilend, klappend publiek overeind. Ze hebben enkel dit moment samen. Er volgt geen glas in een foyer, geen gesprek. Na anderhalf uur van harmonie en herkenning zullen beide groepen naar fundamenteel verschillende werelden terugkeren. Alles wat ze delen, is daar en dan, nog een applaus lang. Weinig is dat niet.

Publiek van buiten de muren

Een vriendin die in de gevangenis werkt, vertelde me dat lang niet alle reacties op dit soort projecten positief zijn. Bij de opendeurdag die de Nieuwewandeling ter ere van haar 150-jarig bestaan organiseerde, mopperden sommige bezoekers over de ‘luxe’ (lees: televisie) in de cel, hoe overbevolkt die cel verder ook is.

Dat meedogenloze valt natuurlijk ook ergens wel te begrijpen. Voor wie het slachtoffer werd van een verkrachting of een brutale overval, is de mogelijkheid tot zelfontplooiing van de aanrander wellicht geen prioriteit. Toch dringt het inzicht zich op dat de maatschappij baat heeft bij mensen die leren ontsnappen aan een eendimensionale, negatieve perceptie van zichzelf en anderen, zoals het geval is voor vele gedetineerden. Ook bij Dominique Willaert is dit inzicht gegroeid. Na de voorstelling praat ik met hem, Caroline Petrick en Sabien Van Moorter over hun ervaringen. Allen zijn ze nog diep onder de indruk van de voorbije samenwerking en somber gestemd over het algemene gevangenissysteem. Dominique Willaert benadrukt dat het niet gaat om het entertainen van gevangenen, maar om iets in hen teweeg te brengen. Hij vindt de voornaamste functie van kunst binnen de gevangenismuren dat deze een platform biedt voor reflectie. De gevangenen ontdekken langzaam dat de werkelijkheid geen eenduidig verhaal is en via het theater vertalen ze dat inzicht naar een publiek van buiten de muren, dat ook wat aan die boodschap heeft.

Caroline Petrick vond de manier waarop de gevangenen er na het overwinnen van obstakels in slaagden als groep te functioneren de grootste troef. ‘Hier is geen vriendschap’, waarschuwde een van de acteurs meteen. Behalve gedetineerden spelen ook enkele geïnterneerden mee die gevangen zitten in de Nieuwewandeling. Voor deze mensen – personen die na een strafbaar feit ontoerekeningsvatbaar verklaard zijn – is het gevangenisleven het hardst. Hun geestelijke problematiek maakt hen minder weerbaar. Bij het begin van het proces werden ze gepest. Maar toen dat opnieuw dreigde te gebeuren tijdens een voorstelling binnen de muren, voor andere gedetineerden dus, nam de groep het voor hen op.

In de laatste scene van Cesare deve morire wordt Cosimo Rega, de man die Cassius speelt, zijn cel weer in gelaten. Hij richt zich tot de camera en zegt: ‘Sinds ik de kunst heb leren kennen, is mijn cel een gevangenis geworden.’ De makers van Een nieuwe wandeling herkennen die woorden. Sommigen van de veertien mensen met wie ze werkten, anticiperen al weken op het moment waarna het weer voor onbepaalde en wellicht lange duur afgelopen is met spelen en theater maken. Velen zijn bang voor het zwarte gat dat onvermijdelijk volgt, de erosie van het gevoel van waardigheid. Een staande ovatie kent geen groter contrast dan een gevangenenbestaan.

‘Cesare deve morire (Caesar Must Die)’ van Paolo en Vittorio Taviani draait in 12 bioscopen. Fototentoonstelling rond de brieven van gedetineerden uit de Nieuwewandeling, t/m 12 jan. in bibliotheek Zuid, Gent. lnl: bibliotheekgent.wordpress.com