Jan Smit als must see-factor

Ate de Jong bedacht ooit de stresstest, die succes van een film voorspelt. Zijn film Het bombardement langs zijn eigen test gelegd.

Coen van Zwol

Of we het niet alleen over zijn stresstest zullen hebben, vraagt Ate de Jong bezorgd. Want dat wil hij even gezegd hebben: Het bombardement, zijn oorlogsdrama met volkszanger Jan Smit als bokser Vincent die een half-Duitse geliefde vindt in de meidagen van 1940, is niet alleen formule. Inderdaad, hij werd geïnspireerd door The African Queen (liefde bloeit op tijdens gevaarlijke omzwerving), Gone with the Wind (brandend Atlanta), To be or not to be („Van Lubitsch, vooral visueel”) en vooral Titanic. De Jong noemt de invloeden zelf maar vast, maar je kunt een film niet tot formules reduceren. „Schrijf je een script, dan sijpelen er toch eigen dingen binnen. Hier gaat het over twee mensen die zich zo voor hun familie opofferen dat ze aan de liefde niet meer toekomen. Voor mij voelt dat heel persoonlijk.”

Ate de Jong (59) keerde in 2008 terug naar Nederland, na een avontuur in Los Angeles, waar hij de films Drop Dead Fred en Highway to Hell maakte, en werkte voor Miami Vice. Hij draaide Duitse televisiefilms en streek in Londen neer, waar hij zijn filmcarrière „min of meer opofferde aan het opvoeden van mijn twee zonen. Ik beperkte me tot produceren, omdat je dat vanuit je bed kunt doen, met een telefoon”.

Het bombardement is een soort comeback: zijn eerste Nederlandse film sinds In de schaduw van de overwinning in 1986. Hij viel er zelfs zestien kilo voor af, zegt hij. De film werd voor 60 procent in Hongarije en voor 25 procent in België opgenomen, en in dat laatste land ook gemonteerd en gemixt. Zo kon men profiteren van belastingvoordelen aldaar, waarmee je een kwart van het budget van 5 miljoen euro terugverdient. „Ik was heel blij met de Hongaren, die hadden allerlei vaardigheden die in Nederland al zijn verdwenen nu de filmindustrie zo snel afkalft.”

Maar nu dan toch: de stresstest. In 2008, terug in Amsterdam na zijn scheiding was De Jong een jaar intendant commerciële films bij het Filmfonds („Ik had in die tijd geld te vergeven, mijn telefoon bleef rinkelen. Nooit zo veel vrienden gehad.”) Hij kreeg kritiek en bijval toen hij na afloop zijn stresstest publiceerde, die met „ongeveer de nauwkeurigheid van het weerbericht” het succes of falen van een Nederlandse publieksfilm voorspelde. Een rekenmodelletje waarin script, regie en acteurs – de zaken waar de doorsnee filmcriticus op let – van gering belang bleken. Waar het om draait, is een heldere doelgroep, goeie release (groot aantal zalen, marketing), Nederlandgevoel (nestwarmte die je niet bij Amerikaanse films vindt), ‘branding’ (film is al bekend, als boek bijvoorbeeld), concept en must see-factor. De Jong voorspelde een jaar geleden in nrc.next met dat model dat Nova Zembla 434.297 kijkers zou trekken. Dat werden er 889.268, ruim tweemaal zoveel. Slecht weerbericht? „Misschien heb ik wat factoren onderschat”, zegt De Jong. „Maar ik kende niet alle feiten, bijvoorbeeld niet dat er 300.000 kaartjes waren voorverkocht via een loterij.”

Zijn eigen film wilde De Jong niet uitrekenen. „Dan overschat ik het toch.” Het bombardement gaf hij indertijd gekscherend 2,5 miljoen kijkers. Nu zegt hij: „Ik reken op een half miljoen kijkers, dan is de film commercieel geslaagd. Maar verwacht meer.”

Toch uw stresstest. Eerste vraag: wat is de doelgroep van Het bombardement?

„Jongeren van 14 tot 22, niet hoogopgeleid. Potentiële fans van Jan Smit, dat is de kerndoelgroep. Een subgroep is 45-plussers, met historische interesse. En, hoop ik, grootouders die hun kleinkinderen meenemen.”

Hoe zit het met de nestwarmte, het Nederlandgevoel?

„De verwoesting van Rotterdam is een grote, traumatische gebeurtenis. Films over de Tweede Wereldoorlog hebben dat Nederlandgevoel snel, maar Het bombardement gaat eens een keer niet over helden of schurken, verraders of verzetstrijders, maar over gewone mensen die overleven.”

De must see-factor?

„Natuurlijk het bombardement zelf, dat ruim een kwartier doorgaat, even lang als het echte bombardement. En Jan Smit in zijn eerste filmrol. Dat helpt, zoals Doutzen Kroes Nova Zembla heeft geholpen. Bij Marco Borsato werkte het bij Wit Licht weer niet. Het kijkt nauw hoor. Ali B. zou in deze rol niet goed zijn.

„We kwamen op Jan Smit toen we over bokser Vincent nadachten, de hoofdpersoon. Een volksheld zonder kapsones. Zelf kende ik hem niet, na 22 jaar in het buitenland. Ik zag hem optreden, maar ik wist pas dat hij het kon toen ik hem in de ogen keek. Daarna hebben we nog maanden getraind. Dat hij dialogen uitsprak terwijl hij een pingpongballetje omhoog sloeg, of na dertig push-ups. Dat is belangrijk, zo ontstaat vertrouwen.”

Toch heeft het iets cynisch, een film maken volgens formules.

„Als je alleen op safe speelt, voelt het publiek dat meteen. Maar je hoeft ook niet telkens het wiel opnieuw uit te vinden. Clichés moet je origineel hergebruiken. Een soap heeft regels die je kunt gebruiken in een prachtige televisieserie als Six Feet Under. Of vergelijk het met het alfabet. Je herschikt letters in woorden, zonder de letters steeds opnieuw uit te vinden.”