Het einde van het einde

Het ergste moet nog komen, is een vaak geciteerde uitspraak van de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860). Maar het kan zijn dat deze voorspelling na morgen nimmer meer zal kunnen uitkomen. Omdat er na morgen geen morgen meer is. Zelfs geen vandaag of gisteren. Want er is dan niemand meer die het nog kan navertellen.

In alle delen van de wereld wordt er rekening meegehouden. Dat de Maya’s gelijk krijgen. Dat de wereld op 21 december 2012 (onze jaartelling) ophoudt te bestaan. Dat er meer aan de hand is dan dat toevallig die dag de kalender van de Maya’s eindigt.

This is the end zong Jim Morrison (1943-1971) van The Doors al in 1967, de eerste en laatste woorden van een song die op vele wijzen is geïnterpreteerd, en op het podium eindeloos werd gerekt.

Het einde van de wereld is vaker voorspeld, door filosofen, theologen, natuurkundigen en anderen die het einde zelf niet mochten meemaken. Als er tenminste zoiets als ‘meemaken’ bestaat bij het einde van de wereld. Uiteenlopende figuren als Isaac Newton (1643-1727), Lou de Palingboer (1898-1968), Christoffel Columbus (1451-1506) en Charles Manson (1934) voorspelden het einde der tijden. Zij kregen geen gelijk, tenminste, nog niet.

Wat niet is, kan nog komen, al zal het daarna nooit meer komen. Weer een big bang? Een verkeerde stand van de planeten? De Schepper die het wel mooi genoeg vindt? We weten het niet.

Het roept wel de vraag op: hoe betreurenswaardig is de apocalyps? Was de wereld wel zo’n goed idee? Terugkomend op Schopenhauer, cultivist van het pessimisme, kan het antwoord niet anders dan ontkennend luiden. Men hoeft slechts te volstaan met de vertaling van enkele van zijn boektitels om te weten hoe de vlag erbij hangt. De wereld deugt niet. De wereld een hel. En dan nog volhouden dat het ergste nog moet komen.

De rationalisten zullen zeggen: alles wat hier tot nu toe is geschreven, is baarlijke nonsens. De kans dat ze gelijk hebben, is aanzienlijk. Idiote voorspellingen als die van de Maya’s en al die andere pseudoprofeten komen slechts voort uit de behoefte van de mens aan mystiek, een nooddruft waaraan de ontkerkelijking geen einde heeft gemaakt.

Toch moet op deze plaats voor de zekerheid een excuus worden gemaakt aan de lezers die hun abonnementsgeld voor NRC Handelsblad (1970) een heel jaar vooruit hadden betaald. Het was wellicht een klein beetje voor niets.

Je weet maar nooit. De Maya’s konden heel goed rekenen. Zij het niet foutloos. Dat kan enerzijds betekenen dat hun voorspelling een dag later uitkomt. Tegelijkertijd kan het anderzijds