Etnische groepen mijden elkaar

Vriendschappelijk contact tussen niet-westerse migranten en autochtonen is tussen 1994 en 2011 niet toegenomen. Dat blijkt uit het SCP-rapport Dichter bij elkaar? dat vanmiddag werd aangeboden aan minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA).

Het grootste deel van de autochtone Nederlanders (56 procent) heeft (vrijwel) nooit vriendschappelijke contacten met migranten. Dat komt vooral omdat migranten vaak nogal geconcentreerd wonen, vooral in de grote steden, in bepaalde wijken. Bovendien is de groep autochtonen veel groter. Autochtonen zijn daarnaast terughoudend om interetnische contacten aan te gaan.

Turkse Nederlanders hebben het vaakst meer contact met andere Turkse Nederlanders (67 procent) dan met autochtonen. Bij Marokkaanse Nederlanders heeft 57 procent vooral contact binnen de eigen groep. Surinamers en Antillianen hebben vaker contact met zowel de herkomstgroep als autochtonen. Bij Surinamers heeft 34 procent vooral contact binnen de eigen groep. Bij Antillianen is dat 30 procent. Turkse en Marokkaanse jongeren hebben meestal zowel met jongeren van dezelfde afkomst contact als met autochtone jongeren.

Een minderheid van de Turkse Nederlanders (28 procent) en Marokkaanse Nederlanders (37 procent) voelt zich sterk Nederlands. Nederlanders van Antilliaanse of Surinaamse afkomst voelen zich meestal wel sterk Nederlands.

Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders vinden in meerderheid dat het klimaat ten aanzien van migranten in de afgelopen tien jaar is verslechterd.