Een tragedie van 2 miljoen

Met succesvolle theatershows was De Utrechtse Spelen een toonbeeld van cultureel ondernemerschap. Maar dit jaar werd een faillissement ternauwernood voorkomen. Hoe kon dat? Een reconstructie.

Utrecht, 11-08-09. Beeld uit de voorstelling "De ingebeelde zieke" van Moliere, bij het nieuwe gezelschap De Utrechtse Spelen. Regie Jos Thie, met o.a. Paul Kooy, Loes Luca, Tjitske Reidinga en Peter Blok. Foto Leo van Velzen

In grote letters hangt de uitspraak van toneelschrijver Samuel Beckett boven het bureau van Jos Thie, artistiek leider van De Utrechtse Spelen (DUS): ‘Try, Fail, Try Again, Fail better’. Hoe profetisch die woorden zouden worden, kon Thie niet bevroeden toen hij ze in 2007 bij zijn aantreden ophing.

Met grootse plannen kwam de theatermaker naar Utrecht. En hij leek te slagen. Het jaar 2011 leek een hoogtepunt voor het jonge gezelschap: met 100.000 bezoekers trok DUS van alle rijksgesubsidieerde theatergezelschappen verreweg het meeste publiek. Als enige was DUS in staat om meer eigen inkomsten dan subsidie te behalen. DUS was een voorbeeld van het cultureel ondernemerschap zoals de politiek het zo graag ziet.

Maar dit jaar bereikte De Utrechtse Spelen bijna de hoogste vorm van falen. Alleen door een acute steunoperatie van gemeente en provincie kon DUS een faillissement voorkomen. Hoe kon dat gebeuren?

In 2007 wordt Thie gevraagd om in Utrecht artistiek leider te worden van een nieuw stadsgezelschap dat moet uitgroeien tot een van de grotere repertoiregezelschappen. Met Nanette Ris, dan nog zakelijk leider van het gezelschap dat zich van De Paardenkathedraal tot De Utrechtse Spelen omvormt, schrijft Thie een plan dat barst van de ambitie. Doel: 100.000 bezoekers in 2012. Het gemiddelde repertoiregezelschap in Nederland is al blij met 40.000 tot 50.000 bezoekers per jaar.

Het nieuwe gezelschap wil weken achtereen zijn grote producties in de Utrechtse schouwburg spelen, langer dan andere repertoiregezelschappen doen. Met indrukwekkende ensceneringen en door bekende acteurs in te huren moet een groot publiek bereikt worden. Thie wil ook op locatie grootschalige producties brengen. En door in de provincie Utrecht op scholen te gaan spelen, wil hij alle vijftienjarigen in de provincie bereiken.

„Jos houdt van groots en meeslepend”, zegt Lucia Claus, directeur van de Utrechtse schouwburg. Zij geeft het nieuwe stadsgezelschap alle ruimte en gaat in marketing nauw met het gezelschap samenwerken. Zes weken lang trekt De Ingebeelde Zieke van Molière in 2009 volle zalen. Bekende acteurs als Tjitske Reidinga, Peter Blok en Loes Luca spelen mee. Een barokorkest en -koor zorgt voor muzikale omlijsting. Claus: „Wij zagen een heel ander publiek naar de schouwburg komen.”

Het grootste succes boeken ze met het stuk Augustus Oklahoma in 2011, waarvoor een heel huis op het podium wordt opgebouwd waarin het stuk in zes verschillende kamers wordt gespeeld. Weer volle zalen en lovende kritieken. Peter Bolhuis krijgt de Arlecchino voor beste mannelijke bijrol in het stuk, Ria Eimers een nominatie voor de Theo d’Or.

Maar bij Rain Man, met onder meer een rol voor filmacteur Anna Drijver, beginnen theatercritici te mokken over de publieksgerichte koers van Thie. Er wordt zelfs een discussie-avond met theatermakers en schouwburgdirecteuren aan gewijd hoe publieksvriendelijk het gesubsidieerde toneel eigenlijk moet zijn.

Danszaal

Het grootste avontuur gaan schouwburg en DUS dit jaar samen aan met de voorstelling Veel gedoe om niks van Shakespeare. DUS werkt samen met de band New Cool Collective. Benjamin Bruijning, Sanne Vogel, Susan Visser en schrijver Arthur Japin staan op het toneel. De schouwburg verandert na een forse verbouwing in een danszaal.

De belangstelling van het publiek valt tegen. „De timing was niet goed”, zegt interimdirecteur Roel Freeke, die eind oktober aantreedt. „Net na de zomervakantie, als niemand echt bezig is met theaterbezoek. Met een zaalbezetting van 60 procent was het niet genoeg om uit de kosten te komen. De marketing was niet goed, het publiek begreep het niet. De prijs was met 48 euro te hoog. Maar de mensen die zijn geweest, hebben een mooie avond gehad. Ik heb nooit eerder meegemaakt dat publiek staat te dansen op het toneel.”

DUS verkeert op dat moment al in nood. Dat komt door het spektakel dat het een jaar eerder op Paleis Soestdijk heeft laten zien met de opera Orfeo ed Euridice. Die stond gepland voor 2010, maar terwijl de voorstelling in volle voorbereiding is, besluit de regering dat Soestdijk pas een jaar later wordt opengesteld. DUS trekt dat jaar, zonder grote voorstelling, niet meer dan ruim 8.000 bezoekers.

2011 wordt een druk jaar, achteraf gezien te druk. Met een reprise van De Ingebeelde Zieke, met Augustus Oklahoma, met een coproductie met De Warme Winkel in de kleine zalen en vooral met Orfeo. „We dachten dat we dat allemaal samen konden”, zegt Thie. „En toen we er midden in zaten, barstten we van de energie. Maar dat was een misrekening.”

Het gecompliceerde decor – met onder meer een catwalk onder water waar koningin Juliana overheen fietst – en een geavanceerde geluidsinstallatie kostten veel meer dan begroot. Aan het einde van de zomer wordt duidelijk dat ondanks de enorme belangstelling van het publiek er een tekort is van zes ton.

De raad van toezicht gaat zich er intensiever mee bemoeien. Samen met de directie wordt besloten om het gat in te lopen door in de zomer van 2012 Orfeo nogmaals te brengen. Marktonderzoek wordt gedaan, publieksenquêtes gehouden en succesmarketeer Suzanne Groen wordt opnieuw ingehuurd. Zij heeft naam gemaakt met de verkoop van Soldaat van Oranje.

In het vroege voorjaar krijgen de directie en raad van toezicht in de gaten dat het niet lukt Orfeo nogmaals uit te verkopen. Bedrijven bestellen niet de duurdere kaarten, die ze het jaar daarvoor nog gretig afnamen. De voorverkoop onder het publiek loopt matig.

Negatieve reserve

De tragedie tekent zich af. DUS levert zijn jaarverslag in bij de diverse subsidiegevers, maar meldt niet dat er financiële nood is. De directie schrijft zelfs dat 2011 „het jaar was waarin De Utrechtse Spelen zijn bestaansrecht als BIS-gezelschap [Landelijke Culturele Basisinfrastructuur, red.] onderstreepte bij publiek, veld en subsidiënten”. Het positivisme is nodig: bij de Raad voor Cultuur is een aanvraag ingediend om in de nieuwe subsidieperiode aangemerkt te worden als groot gezelschap. Maar de penibele financiële positie, een negatieve algemene reserve, staat verderop in dat verslag.

Bij de gemeente belandt het jaarverslag op een grote stapel. Pas weken later gaan de alarmbellen rinkelen, als een ambtenaar het opent. DUS meldt zich rond die tijd ook zelf. De hoop op een oplossing is verloren gegaan, DUS vraagt steun.

Wethouder Frits Lintmeijer roept directie en raad van toezicht op het matje. „Wij hebben niet het beleid dat we instellingen te hulp schieten die zelf problemen creëren en dat hebben we ze ook verteld”, zegt Lintmeijer. Maar hij ontkomt er niet aan. Als Lintmeijer van vakantie terugkomt, krijgt hij weer brieven van DUS. In de eerste is het tekort opgelopen tot 1,6 miljoen, in de tweede tot 2,1 miljoen euro. „Toen dacht ik: als het zo doorgaat, hou ik het niet meer overeind.”

Lintmeijer zit met een probleem. Met zijn voorstellingen heeft DUS snel naam gemaakt. „De artistieke kwaliteit heeft nooit ter discussie gestaan. We willen dit gezelschap behouden”, zegt Lintmeijer. Utrecht wil bovendien zorgen dat de rijkssubsidie naar Utrecht blijft komen. „Het werd duidelijk dat als DUS weg zou vallen er ook 6 miljoen euro voor de komende vier jaar weg zou kunnen zijn.”

De hoogste cultuurambtenaar, Nico Jansen, bedenkt een oplossing, waardoor Utrecht voor een paar ton 6 miljoen euro veiligstelt. De gemeente en de provincie, die heeft aangekondigd DUS niet meer te subsidiëren vanaf 2013, stoppen elk eenmalig 2,5 ton noodsteun in DUS. Daarnaast wordt acht ton betaald als voorschot op de subsidie die de gemeente de komende vier jaar geeft. De Paardenkathedraal moet worden verkocht en schuldeisers moeten vier ton van hun vorderingen intrekken.

Onrustige schuldeisers

Haast is geboden. Het Rijk is pisnijdig. Schuldeisers worden onrustig. De productie van Veel Gedoe komt in gevaar. Ook daarvan lopen de kosten uit de hand. „Orfeo had een groot gat geslagen, maar als ze niet direct met Veel Gedoe waren gekomen, had DUS het zelf kunnen overleven”, zegt Freeke. „Ze hebben niet de tijd genomen om het stof van Orfeo te laten neerdalen. Bij Veel Gedoe werden op het laatste moment nog ingrepen gedaan die weer veel geld kostten. Zoals het inhuren van een bekende schrijver, die vier keer de gage krijgt van een jonge ster als Benja Bruijning. Dat leidde tot een tekort van nog eens zes ton.”

Freeke is door de gemeente ingehuurd om het herstelplan te toetsen op haalbaarheid. In zijn verslag concludeert hij dat het „de directie ontbreekt aan zakelijke realiteitszin”. Twee weken later moet zakelijk directeur Jelle Snijder vertrekken met een afkoopsom van 35.000 euro en treedt Freeke aan als interimdirecteur. Daarnaast besluit de raad van toezicht af te treden, nadat Rijk en gemeente daarop hebben aangedrongen.

Over Thie wordt aangekondigd dat hij terugtreedt uit de directie en in 2014 of 2015 zal vertrekken. Maar als hij in november na een paar weken regie van cabaretier Jochem Myer terugkeert en weer in de zaal bij Rain Man wil gaan kijken, ontstaat er onrust bij sommigen in de cast. Zij horen tot de crediteuren die niet alles betaald krijgen wat ze tegoed hebben van DUS. „De emoties liepen hoog op”, vertelt Freeke. „Ik heb Jos aangeraden niet te gaan.”

DUS gaat de nieuwe subsidieperiode in met een begroting waarin het aantal producties wordt teruggebracht van zes naar vier per jaar, het aantal voorstellingen gehalveerd van 150 naar 75 in 2013. Vijf leden van het ondersteunend personeel raken hun baan kwijt, de rest levert 20 procent van hun arbeidsduur in.

DUS is terug bij af. „Het wordt nu een van de kleinere repertoiregezelschappen, vergelijkbaar met Tryater in Friesland”, zegt Thie. Schouwburgdirecteur Claus vreest voor een voorzichtige periode met minder spectaculaire voorstellingen. Maar ze heeft niet het gevoel dat de Utrechters afgeknapt zijn op DUS: „Toen Rain Man hier terugkeerde in de periode dat de problemen in de krant stonden, kreeg de cast een hartverwarmend applaus.”

Wethouder Lintmeijer heeft meer hoop: „Het moet artistiek niet te braaf worden. Ze moeten met grote producties een breed publiek blijven aanspreken.” Hij organiseert met de gemeenteraad volgend jaar een conferentie: „We moeten opnieuw nadenken welke eisen aan bestuur en toezicht bij culturele organisaties gesteld moeten worden en hoe dicht je daar als overheid op moet blijven zitten.”

    • Daan van Lent