Duurzaam visserijbeleid EU begint vorm te krijgen

Vanochtend vroeg zijn de nieuwe vangstquota bepaald voor de Europese vissers. Op weg naar een duurzaam visbestand begint de wetenschap het van de politiek te winnen.

Renée Postma

Na de traditionele nachtelijke onderhandelingen in Brussel zijn de Europese visserijministers het vanochtend eens geworden over de vangstquota voor 2013. Nederlandse schol- en tongvissers mogen volgend jaar net zo vaak uitvaren als dit jaar. Ook voor de kabeljauwvissers blijft het aantal zogeheten zeedagen op hetzelfde peil. Door het handhaven van het aantal zeedagen blijft het voor de Nederlandse vissers mogelijk om de toegewezen quota ook daadwerkelijk te vangen, schrijft het ministerie van Economische Zaken in een reactie.

Over de hoeveelheden vis die gevangen mogen worden, bepaalden de ministers dat er komend jaar meer schol mag worden opgevist, maar minder tong. Van een aantal vissoorten moeten de precieze hoeveelheden nog worden ingevuld, afhankelijk van onderhandelingen met niet-EU-land Noorwegen. Besprekingen over de toegang tot elkaars wateren worden in januari voortgezet.

Eerder deze week zette het Europees Parlement een belangrijke stap in de richting van een duurzaam visbestand in de Europese wateren in 2020. De Visserijcommissie stemde voor een aantal ingrijpende hervormingen. Quota zouden in de toekomst niet langer bepaald moeten worden na politieke onderhandelingen, maar uitsluitend op basis van wetenschappelijke gegevens. Ook zou bijvangst niet langer overboord mogen worden gegooid, maar aan land moeten worden gebracht zodat er beter zicht komt op wat er uit zee wordt gehaald. De huidige quotabepalingen leiden ertoe dat vissers bijvangst massaal, meestal dood, teruggooien in zee zodat die bijvangst niet wordt meegeteld.

De hervormingen zijn onderdeel van het nieuwe Algemene Visserijbeleid dat wordt voorbereid door de Europese commissaris van Visserij, Maria Damanaki. De stemming van de Visserijcommissie – er lagen 3000 amendementen op tafel – is een eerste stap. De kwestie moet ook nog worden voorgelegd aan het voltallige parlement, en tenslotte aan de Visserijministers van de lidstaten afzonderlijk. In 2014 loopt het huidige visserijbeleid af en moet het nieuwe beleid zijn afgerond.

Het statistisch bureau van de EU, Eurostat, kwam begin deze week met cijfers die aantoonden dat de visvangst in Europese wateren in 15 jaar met 40 procent is teruggelopen van 8.07 miljoen ton vis naar 4.94 miljoen ton vis. Met name de hoeveelheid kabeljauw en blauwvintonijn is dramatisch afgenomen.

Volgens commissaris Damanaki is er in de Europese wateren sprake van 60 procent overbevissing en in de Middellandse Zee zelfs 80 procent.

De milieubeweging hecht grote waarde aan de doorbraak in het EP. Een woordvoerder van de Pew Environment Group stelde dat de visserijcommissie een einde heeft gemaakt aan „30 jaar falend visserijbeleid” door wetenschap boven politiek te stellen. Greenpeace noemde de stemming „een keerpunt na tientalen jaren van niks doen”. Het Wereldnatuur Fonds (WWF) reageerde: „Het visserijcomité heeft getoond dat het Europees Parlement nu luistert naar wetenschappelijke adviezen en kiest voor herstel van het visbestand.” Het WWF riep het parlement op om vast te houden aan deze lijn als het begin volgend jaar tot een plenaire stemming komt.

    • Renée Postma