'De afgelopen maand alleen al stapte 1 op de 4 Belgen dronken achter het stuur'

Europe, Belgium, Marché aux Herbes, beer shop Bilderberg

De aanleiding

In België is een BOB-campagne begonnen tegen alcohol in het verkeer. NOS op 3 wijdde er afgelopen zaterdag een item aan. In de tekst bij het fragment beweert de NOS: „De afgelopen maand alleen al stapte 1 op de 4 Belgen dronken achter het stuur.” In het item zelf komen meer cijfers aan bod. „In Nederland gaf 7 procent van de automobilisten toe dat ze weleens te veel hadden gedronken, in België 30 procent.” Een van onze lezers vond de verschillen tussen België en Nederland wel erg groot, en vroeg aan ons om de stelling te controleren.

Waar is het op gebaseerd?

In het item wordt verwezen naar een vorige maand verschenen Europees onderzoek. European road users’ risk perception and mobility, the SARTRE 4 survey is uitgevoerd in samenwerking met onderzoeksinstituten in Europese landen. Voor Nederland is dat de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), voor België het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid en (BIVV). In dit onderzoek zijn in elk land 1.000 weggebruikers (600 automobilisten) zowel via een online formulier als face-to-face ondervraagd over hun gedrag op de weg en hun kijk op het verkeer. In het onderzoek staat dat 7 procent van de Nederlanders ‘in de afgelopen maand’ met meer alcohol dan de toegestane limiet in de auto stapte. In België is dat 26 procent. De 30 procent die de NOS in het item noemde is niet terug te vinden in het onderzoek.

En, klopt het?

De vraag uit het onderzoek waar de bewering op is gestoeld luidt: „Over the last month, how often did you drive a car when you may have been over the legal limit for drinking and driving?” De antwoordmogelijkheden waren: never, rarely, sometimes, often, very often en always. Al ben je volgens de meeste definities niet direct „dronken” als je iets meer dan de toegestane limiet aan alcohol in je bloed hebt, het is wel duidelijk dat 93 procent van de Nederlanders en 74 procent van de Belgen hier ‘never’ invulde. Overigens gaat het onderzoek niet over afgelopen november, zoals de formulering van de NOS impliceert, het vond in 2010 plaats.

In Nederland wordt meer onderzoek naar rijden onder invloed gedaan, bijvoorbeeld in het jaarlijkse Rijden onder invloed van de Nederlandse Dienst Verkeer en Scheepvaart dat deze week verscheen. Voor dit onderzoek werden in weekendnachten op diverse plekken – niet alleen naast discotheken of drukke wegen – mensen aangehouden voor een blaastest. Dit onderzoek is dus smaller dan het Europese onderzoek, waar niet alleen weekendnachten maar gedrag gedurende een maand bevraagd werd. Wel is duidelijk dat in weekendnachten beduidend meer met alcohol op wordt gereden dan op andere momenten in de week. 2,4 procent van de bestuurders was in overtreding – ze hadden een alcoholpromillage van boven de 0,5 in hun bloed. 93,6 procent had een alcoholpromillage van lager dan 0,2. 4 procent van de bestuurders zat net onder de toegestane limiet met een promillage tussen de 0,2 en 0,49 – overigens zijn mensen die korter dan 5 jaar hun rijbewijs hebben dan ook al in overtreding. Hoewel er een andere methode is gebruikt dan in het Europese onderzoek – alcoholcontroles versus zelfrapportage– komt het beeld uit beide onderzoeken tamelijk overeen.

Dan voor België. Ook daar wordt via blaastesten onderzoek gedaan naar rijden onder invloed, het meest recent in 2009. Hieruit komt echter een ander beeld naar voren dan uit het Europese onderzoek. In weekendnachten was 12,7 procent van de bestuurders in overtreding. Een percentage dat de afgelopen jaren flink steeg, maar het is een stuk minder dan de 26 procent van het Europese onderzoek.

Behalve het verschil in onderzochte tijdspanne, zijn er ook enkele methodologische opmerkingen die (een deel van) het verschil kunnen veroorzaken: de resultaten van het grootstedelijk gewest Brussel zijn niet representatief, omdat er eigenlijk te weinig controles uitgevoerd zijn. Aangezien uit ditzelfde onderzoek blijkt dat juist in steden vaker onder invloed van alcohol wordt gereden, kunnen hierdoor de percentages lager uitvallen. Ook is er een verschil tussen Vlaanderen en Wallonië. In Vlaanderen deed 80 procent van de politiezones mee, in Wallonië 64 procent. Hierdoor kan het totaalpercentage vertekenen, te meer omdat in Wallonië het gerapporteerde percentage overtreders hoger ligt. Hoe hoog het percentage zou liggen als deze methodologische tekortkomingen niet aan de orde waren, is echter niet met zekerheid te zeggen en ander onderzoek is niet beschikbaar.

Conclusie

De NOS haalde haar beweringen uit Europees onderzoek naar gedrag in het verkeer. Daarin werd via enquêtes gevraagd hoe vaak mensen in de afgelopen maand achter het stuur zaten met (vermoedelijk) meer dan het toegestane promillage alcohol in hun bloed. Er kwam inderdaad uit dat ongeveer 7 procent van de Nederlanders en 26 procent van de Belgen dat had gedaan, al betekent dit niet meteen dat zij „dronken’’ waren. Voor Nederland worden de genoemde percentages gestaafd door ander onderzoek. Maar ander onderzoek uit België kwam met flink lagere percentages: 12,7 procent overtreders voor weekendnachten. Er zijn enkele mogelijke oorzaken voor het verschil te noemen, maar het Belgische onderzoek is niet zomaar naar de prullenbak te verwijzen. Het is voor ons niet mogelijk om te beoordelen of een van de twee percentages en zo ja welk percentage de waarheid beschrijft. Wij beoordelen de stelling dat „alleen al afgelopen maand 1 op de 4 Belgen dronken achter het stuur stapte” daarom als niet te checken.