Apocalyps is big business, maar niet voor de Maya's

Lidia Hoil kijkt gelaten naar de stroom toeristen die het einde van de wereld willen meemaken op het schiereiland Yucatán, het hart van de Mexicaanse Maya-cultuur. De schoonmaakster uit Merida, wier ouders alleen een Maya-dialect spreken, vindt de aandacht voor de voorspelling van haar voorvaderen „enorm opgeblazen”. Ze gelooft niet dat deze vrijdag de wereld vergaat. Zoals de meeste Maya’s ziet ze de datum slechts als het begin van een nieuwe cyclus.

Bedrijven en autoriteiten in het Maya-gebied van Mexico tot Honduras verdienen goed aan de westerse fascinatie met de al dan niet ingebeelde apocalyps. De Maya’s, die ruim eenderde van de bevolking van Yucatán uitmaken, zien er weinig van. De toeristenindustrie is vooral in handen van mestiezen en buitenlanders; de Maya-bevolking werkt er vaak in de bediening of als schoonmaker, zoals Lidia.

De Guatemalteekse Maya en Nobelprijswinnaar voor de Vrede Rigoberta Menchú ziet liever dat de achtergestelde situatie van haar volk en hun veelzijdige cultuur onderwerp van gesprek is. „Het einde van de wereld is onzin die verkocht wordt door kooplui”, zei ze deze week op een bijeenkomst over 21-12-2012.

Maar toerismesecretaris Saúl Ancona Salazar van de deelstaat Yucatán vindt juist dat het apocalypstoerisme goed is voor de Maya’s. „Wij vieren de Maya-cultuur”, reageert hij. „En de Maya’s verdienen er zelf ook aan door bijvoorbeeld de verkoop van beelden en sieraden.”

Voor de toeristen zijn er dezer dagen rave-feesten en allerhande spirituele activiteitenrond de wereldberoemde ruïnes van Chichén Itzá; van mandala tekenen tot ‘mentale chirurgie’. Even verderop heeft een groep Italianen zich ingegraven in een ondergrondse bunker om de laatste klap het hoofd te kunnen bieden.

Lidia Hoil en haar familie hebben geen geld voor een uitbundige viering. In hun dorp is er geen rave: „Onze viering is rustig. Wij hijsen de vlag en zingen liedjes.”

    • Alex Tieleman