'Ze zitten eigenlijk permanent op de schopstoel'

Elk jaar houdt NRC Handelsblad met Kerst een lezersactie voor goede doelen. De opbrengst gaat onder meer naar projecten voor illegale asielzoekers in Drachten en zwerfjongeren in Rotterdam.

Photo: Dirk-Jan Visser / Drachten / The Netherlands: 04-12-2012: Interkerkelijke Werkgroep AZC Drachten help uitgeprocedeerde asielzoekers die niet kunnen terugkeren. De organisatie verstrekt leefgeld en help waar nodig met procedures en / of papieren bijvoorbeeld hier in de zuiderkerk in Drachten (hier v.l.n.r. Akke Oppewal, Harm Klein Ikkink en een uitgeprocedeerde asielzoeker) Dirk-Jan Visser

Gekuch in de koffieruimte van de Zuiderkerk. Het komt van een jongen die aan een tafeltje zit. Een asielzoeker. Hij heeft een sjaal over zijn kin geslagen. Tegenover hem zit een vrijwilliger van de kerkelijke hulporganisatie voor uitgeprocedeerde asielzoekers uit Drachten.

„Keelpijn?”, vraagt ze.

Ja, de jongen heeft keelpijn. Hij weet niet wat hij er tegen kan doen. Mag hij zonder verblijfsvergunning naar de dokter? De vrijwilliger schrijft het adres op van een apotheek in de buurt. „Zij kunnen je helpen.” De jongen bedankt en staat op. „Mevrouw”, zegt hij, „wanneer I come terug?”

In de Zuiderkerk komen wekelijks asielzoekers langs. Gastvrouw is de 73-jarige Tjitske Hiddema (rood colbert, kruis om de nek), die met een schotel vol afgebrokkelde speculaaskoeken klaarstaat om ze op te vangen. Illegalen worden hier geholpen met procedures voor het aanvragen van verblijfsdocumenten, bij het vinden van een advocaat, en ze krijgen er zakgeld. Veertig euro per vier weken. Om eten van te kopen, of een slaapplek te regelen.

De 3.000 euro die dit hulpproject van NRC Handelsblad krijgt, is hier ook voor bestemd.

Asielzoekers die in de Zuiderkerk komen, hebben geen vaste verblijfplaats. Ze slapen bij vrienden, noodopvangadressen of leiden een zwervend bestaan. „Ze zitten eigenlijk permanent op de schopstoel”, zegt Hiddema. „Ze mogen hier niet blijven, en ze mogen ook niet terug. Ik zou stapelgek worden.”

Een 30-jarige Koerdische Turk met zwart, krullend haar, staat ook voor dat dilemma. Hij krijgt geen verblijfsvergunning omdat hij als jongere in aanraking kwam met justitie. Ruzie tijdens het uitgaan. Terugkeren naar Turkije zou riskant zijn: hij ontloopt al tien jaar de dienstplicht. Dus verblijft hij in Drachten, bij een van zijn broers, waar hij wacht op een uitspraak van de rechter. Dankzij het hulpproject heeft hij een postadres gekregen. Maar het gaat niet goed met hem, zegt hij. „Mijn vriendin heeft het net uitgemaakt. Na vijf jaar. Ze wilde een toekomst voor zich zien. Die kan ik haar niet geven.”

Een jongen van 21 uit Bosnië komt hier voor hulp bij „procedures en andere ellende”. Hij woont dertien jaar in Nederland. Spreekt de taal vloeiend, heeft zelfs een Fries accent. „Ik voel me gewoon een Drachtster.” Met zijn vrouw, een Friezin uit het dorp, heeft hij een kind. Ze heeft twee banen om het gezin te onderhouden, want hij verdient niks. „Zonder ID wordt het lastig voor een baas. Ik kan nergens werken. Zelfs geen vrijwilligerswerk.”

Hiddema: „Hij moet verplicht niks doen.”

Soms krijgt ze „een wat hulpeloos gevoel” van al die verdrietige verhalen, zegt Hiddema. Maar het voelt ook weer goed om tenminste nog íets te kunnen doen. Laatst ging ze met een asielzoeker naar de tandarts. Die was daar nog nooit geweest. „Dan help je iemand van z’n kiespijn af. Niet dat je hem daarmee een paspoort bezorgt, maar het is in elk geval iets.”

De Bosnische asielzoeker is inmiddels opgestaan. Hij trekt een blauw leren jasje aan en geeft iedereen een hand. Als hij de deur uitloopt roept hij in het Fries de vrijwilligers toe: „Wu houd’n contact!”

    • Andreas Kouwenhoven