Zauberflöte: momenten van grote intensiteit

Die Zauberflöte van Mozart, Vlaamse Opera/T. Netopil. T/m in 31/12 Antwerpen, 10-20/1 in Gent.

Die Zauberflöte van Mozart is geen vrolijke kinderopera. Twee producties in Amsterdam en Antwerpen benadrukken deze maand de donkerder kanten. Maar waar regisseur Simon McBurney bij De Nederlandse Opera imponeert met visueel inventief theater, is de regie van de jonge Frans-Duitse David Hermann bij de Vlaamse Opera echt verontrustend.

Hermann heeft de dialoog radicaal ingekort en plaatst de handeling in een dystopie waar wantrouwen overheerst. Papageno (Josef Wagner) is een sissende zwerfkat. Met een al even bangige Tamino (Rainer Trost) vindt hij een weg naar de tempel van Sarastro, een engerd in een blokhut, die het meisje Pamina seksueel onder druk zet. De toverfluit is een revolver, de vuurproef Russisch roulette.

Zo komen de misogyne en sektarische elementen van Die Zauberflöte overtuigend naar voren, al heeft Hermann nog niet het zelfvertrouwen zijn visie subtieler te presenteren. En zelfs deze pikzwarte productie ontkomt niet aan meligheid, met drie playbackende knaagdieren (‘drei Knaben’) als irritant dieptepunt.

Jammer, want terwijl de personenregie van McBurney iets vrijblijvends houdt, weet Hermann grote intensiteit te bereiken. Ein Mädchen oder Weibchen wordt onverwacht bedreigend als de gefrustreerde Papageno Pamina in een hoek dringt. De overwinning van de liefde voelt na zoveel narigheid echt bevrijdend.

En de muziek biedt troost, zeker onder de kordate aansturing van dirigent Tomás Netopil. Verrassend: de cast van het ‘kleine’ Antwerpen steekt soms boven Amsterdam uit. Olga Pudova is een voluptueuze Koningin van de Nacht, de formidabele bas Ante Jerkunica blijkt als sekteleider Sarastro gevaarlijk charmant.